Wat is het mooiste wat je in tien jaar in de Tweede Kamer hebt bereikt?

Het allermooiste wat ik heb bereikt is dat D66 weer herrezen is. Nog maar zes jaar geleden was de partij ten dode opgeschreven. We hadden drie zetels en in de peiling stonden we op een gegeven moment zelfs op nul. Het vrijzinnige verhaal dreigde uit de Tweede Kamer te verdwijnen. Ik zat destijds bij de drie zetels die nog overbleven en heb met man en macht, samen met Alexander [Pechtold - red.] gevochten om D66 weer groter te maken. Nu zijn we wel degelijk groter, stijgen we nog verder, en staan we veel steviger omdat we een goed sociaaleconomisch verhaal hebben. Ik ben hier echt ontzettend trots op. Het is voor mij heel belangrijk dat de ideeën waar ik in geloof nog overeind staat en dat we die overeind hebben gehouden. 

COC-voorzitter Vera Bergkamp heet zich verkiesbaar gesteld als Tweede Kamerlid voor D66. Een aantal nieuwsbronnen trekken gelijk de vergelijking met Boris Dittrich en jijzelf, twee andere homoseksuele (ex-)D66’ers. Wat vind je daarvan?

Ik vind dat eerlijk gezegd een beetje gek. Omdat ik toevallig homo ben word ik in dat rijtje geplaatst. Boris Dittrich heeft gezorgd voor de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht en ik heb als onderwijsvoerder ook een aantal dingen aangepast ten gunste van LHBT’s, maar ik vind het heel clichématig van de media om mensen samen te vatten puur op basis van hun seksualiteit. Kijk eens om je heen, ik ben er juist zo trots op dat het daar op heel veel plekken al niet meer over gaat. Toch zie je in de reguliere media nog heel duidelijk dit soort sjablonen. Ik heb de afgelopen jaren veel campagne gevoerd en ben vaak met voorkeurstemmen verkozen, maar die stemmen kwamen echt niet alleen van LHBT’s. De achterban was juist heel erg breed. Ik baal van de oppervlakkigheid van de media op dit soort momenten.

Onlangs verscheen je eerste boek. Hierin ‘duik je in de onthullende, schokkende en geestige geschiedenis van seks, drank en drugs’, als we de flaptekst mogen geloven. Vertel?

Wat ik heel erg opvallend vind is dat Nederland in het buitenland heel erg bekend staat als een vrijgevochten land waar alles kan. We weten natuurlijk als Nederlanders dat dat veel ingewikkelder zit. We vinden van veel dingen die in andere landen verboden zijn dat ze gewoon moeten kunnen, maar aan de andere kant geven we ook heel veel voorlichting om te zorgen dat zaken niet uit de hand lopen. En dat werkt, de hoeveelheid harddrugsdoden is relatief gezien vijftien keer lager dan in Amerika. De hoeveelheid cannabis die wordt gebruikt is twee keer zo laag als in Amerika. Het aantal tienerzwangerschappen is ongelooflijk laag in Nederland ten opzichte van de VS. We doen dus iets goed hier, maar desalniettemin zie je een teneur van: ‘we zijn losgeslagen en hebben geen normen en waarden meer’. Dit wordt vooral verkondigd door conservatieve en heel orthodox-christelijke partijen. Ik heb gekeken waar de vrijheden die we nu kennen eigenlijk vandaan zijn gekomen. Dat lijkt heel saai, dat je naar Tweede Kamerdebatten van honderd jaar geleden gaat kijken, maar die blijken soms ontluisterend schokkend en hier en daar ook heel grappig. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over het aan banden leggen van prikkellectuur, oftewel porno, en er wordt schande gesproken over homoseksualiteit. In het boek vind je citaten van politici die de meest verschrikkelijke redeneringen ophangen. Ik laat in De vrije moraal zien hoe deze mening zich door de eeuwen heen ontwikkeld heeft. Daarbij behandel ik ook dilemma’s waar een liberaal als ik nog mee worstel. Een moeilijke kwestie als prostitutie, bijvoorbeeld. Dat is legaal in Nederland, maar dat wil niet zeggen dat het een probleemloze kwestie is. Hoe moet je daar nu mee omspringen? Ik vind het zo gek dat veel mensen hun vrijheid gewoon voor lief nemen, en daardoor ook niet weten hoe ze deze moeten verdedigen. Het is denk ik goed dat mensen weten waar hun vrijheden vandaan komen.


Zie hieronder een tekst uit het debat over homoseksualiteit uit 1911

HOMO'S IN DE TWEEDE KAMER: "EEN GRUWEL"

In 1911 werd de minimumleeftijd voor homoseksualiteit verhoogd naar 21 jaar. Voor hetero's bleef die 16 jaar. De Christelijke partijen in de Kamer vonden deze discriminatie nodig, en durfde het woord 'homoseksualiteit' niet eens in de mond te nemen. De vrijzinnig-democraten en de sociaal-democraten waren in het debat het meest uitgesproken tegen de ongelijke behandeling van homo’s. Zij vonden het mensen hun eigen keuze en schatte dat de hoeveelheid homoseksuelen op slechts twee procent van de bevolking lag. Minister Regout reageerde sarcastisch op die schatting: ‘Wanneer u zegt dat het cijfer dezer lieden niet zoo groot is, hoogstens 2%, dan antwoord ik: gelukkig dat het lang niet 2% is! Want was het 2% van de geheele bevolking, dan zou men tot afschuwelijke cijfers komen. Dan had men in een stad van 500.000 zielen 10.000 homosexueelen. Dat zou inderdaad een cijfer zijn om van te gruwen!’

 


Meer lezen? Het volledige interview vind je over twee weken in de nieuwe Gay&Night (en vanaf volgende week al online, onder andere via Facebook)

De vrije moraal: Seks drank en drugs in de Tweede Kamer is hier te bestellen.