‘Handbal leeft echt in mijn kleine dorp. Er wonen denk ik zo’n vijftienhonderd mensen, maar toch gaat iederéén voor eredivisionist Kremer Hurry-Up. Zelfs de voetballers komen bij wedstrijden van ons eerste team kijken. Het is zo’n club waar de sponsors gewoon tussen het publiek zitten en fanatiek tekeer gaan als er een onterechte beslissing wordt genomen. Iedereen kent elkaar. Het klinkt als een cliché, maar we zijn één grote familie.’

‘Ik ben zelf pas laat gaan handballen. Tot mijn 14e zat ik op voetbal, maar toen de trainer daar besloot dat ik verdediger zou worden had ik er geen zin meer in. Een vriend heeft me toen overgehaald om op handbal te gaan. Een jaar later heb ik me aangemeld. Ik kwam erachter dat ik helemaal niet zoveel talent had. Pas toen ik een groeispurt maakte heb ik me ontwikkeld, zowel fysiek als technisch. Met horten en stoten ontwikkelde ik me tot speler in de eerste selectie, dat ben ik nu nog steeds. Mijn homo-zijn stopte ik weg, ik wilde me heel erg bewijzen als speler en als persoon.’

‘Ik wilde me heel erg bewijzen, als speler en als persoon. Mijn homo-zijn stopte ik weg.’

‘Toch is mijn coming out met open armen ontvangen. Een week voor de beslissende wedstrijd tegen de grote rivaal uit Emmen stuurde ik mijn trainer een mailtje met de boodschap dat ik homo was. Hij adviseerde mij te wachten met de coming out tot hij erbij was. Ik heb toen vier lange dagen mijn coming out uit moeten stellen, verschrikkelijk. Nóg meer dan anders hoorde ik teamgenoten praten over vriendinnen en meisjes. Ik voelde me verschrikkelijk. Twee dagen voor de allesbepalende wedstrijd was mijn trainer weer aanwezig en dwong me tot coming out: ‘Jongens, Bernard moet jullie iets vertellen’.

‘Met een wit gezicht en een bezweet lichaam kwam het hoge woord eruit. De eerste reactie kwam van de aanvoerder: ‘Ow is dat alles, ik dacht dat je ging vertellen dat je naar een andere vereniging vertrok’. Een andere teamgenoot viel hem bij: ‘Leuk, eindelijk mag ik een keer met een homo handballen.’ En: ‘Wil je een knuffel Bernard?’. Fantastisch positieve reacties dus. Ik voelde me daarna ook veel beter.

Aanvoerder: ‘Ow is dat alles, ik was bang dat je naar een andere vereniging vertrok’

‘Dat bewees ik ook gelijk in de beslissende bekerfinale tegen onze rivaal uit Emmen. Ik mocht minuten maken en speelde een fantastische wedstrijd. Uiteindelijk wonnen we en het voelde alsof ik écht had bijgedragen aan deze overwinning. Alles viel op zijn plaats.’

‘Nu, een half jaar later, voelt het alsof ik veel beter in de groep lig. Mijn teamgenoten hebben me totaal geaccepteerd en ik ben ook veel mondiger geworden. De sfeer in het hele team is ook een stuk beter geworden. Soms lijkt het net alsof mijn teamgenoten veel meer anti-hetero dan anti-homo zijn. Het gebeurt wel eens dat mijn teamgenoten elkaar midden in de kleedkamer een zoen op de mond geven. Ze zijn zo overtuigd van hun heteroseksualiteit. Er zijn er wel een aantal positief gestoord ja. Mijn droom is dat we samen met dit team de beste van Nederland worden, of zelfs nog meer.’

‘Accepteer het eerst voor jezelf voordat je iedereen vertelt dat je homo bent.’

‘Door mijn positieve ervaringen ervaar ik de handbalwereld helemaal niet als homonegatief. Sinds mijn coming out hoor ik juist van veel mensen om me heen dat zij een aantal andere tophandballers kennen die homo zijn. Ik zou graag handballers in de kast willen adviseren om ervoor te zorgen dat je een aantal goede vrienden achter je hebt staan. Geef jezelf de tijd en accepteer het eerst voor jezelf voordat je iedereen vertelt dat je homo bent.’

Bernard Broekmann is ook actief op gay.nl onder het account: http://www.gay.nl/burnde

Dit artikel is eerder geplaatst in het jongerenmagazine Expreszo. Tekst: Mart Roumen / Foto: Stefan Ammerlaan