Deze kritische vraag wordt gesteld aan de hand van twee gebeurtenissen. Vorige week kwam zanger Frank Ocean uit de kast en de week daarvoor liet Kraft, het bedrijf verantwoordelijk voor die heerlijke Oreo-koekjes, weten pro-gay te zijn met een plaatje van een gigantische regenboogOreo.

Frank Ocean schreef over zijn allereerste echte liefde, die toevallige een man bleek te zijn. Onmiddelijk ontving hij op zijn Twitteraccount enorm veel hatelijke reacties van mensen die zeiden z'n muziek niet meer te luisteren als hij niet 'stopte met homo zijn'. Natuurlijk waren er ook veel positieve reacties van bekenden en onbekenden. Het viel op dat veel van de dreigopmerkingen richting Ocean de woorden en uitspraken bevatten waar homorechtenorganisaties zo van walgen.

Oreo advert Hetzelfde geldt voor de reacties op Facebook onder het plaatje van de regenboogOreo. De post leverde meer dan 20.000 comments op. Veel waren positief en spraken hun steun uit maar veel waren ook verontwaardigd, boos en ontzet over het feit dat Kraft zo openlijk haar steun voor homo's uitsprak.

In het BBC-artikel vraagt de schrijver zich af: Is het onze eigen schuld dat dit soort reacties uberhaupt op het internet te vinden zijn. Homofobe sentimenten zijn overal op het web te lezen. Uitspraken als 'that's so gay' en 'no homo' worden heel normaal bevonden en dat is allemaal omdat internet ook de ultieme bron voor taaltrends is. Wetten die discriminatie op het internet tegen zouden moeten gaan lijken niet of nauwelijks gebruikt te worden.

Een woordvoerder van de homorechtenorganisatie Stonewell zegt dat het probleem onvermijdelijk is: "Je komt thuis, je logt in en je probeert wat huiswerk te maken en opeens zie je dat iemand je een flikker noemt. Dat is hard. Het feit dat er geen respijt is op het internet, dat is het probleem."

Lees hier verder over het onderwerp.

CF