Behalve op één vlak: ze willen allemaal een poes.

Of ze nou geen kinderen willen of gaan voor een elftal, naar de gerania staren of naar een stripper, nooit het ziltige nat proeven of fanatiek de rode zee bevaren; uiteindelijk halen ze allemaal zo’n harig monster in huis. Voor het gezelschap, voor de knusheid, voor de ‘miauw’ als ze thuiskomen, of misschien alleen omdat ze dan geen last van muizen zullen hebben. Excuses te over, maar ik ken geen zichzelf respecterende lesbienne zonder een kat.

Ik ben zelf uiteraard geen haar beter.

De poes van mijn ouders was mijn tweede moeder. Ze sliep in mijn bed toen ik nog geen week oud was, ik sleepte haar in mijn armen mee toen ik mijn eerste stapjes zette en er is tot mijn tienerjaren geen kinderfoto van mij alleen. Katlief was er altijd bij. Misschien hadden mijn ouders al moeten beseffen dat er geen weg meer terug was. Wat ze me ook gaven om mee te spelen, ik hield het liever bij een poes.

De kat stierf toen ik 12 was.

En met mij is het nooit meer goed gekomen. Die eerste liefde, die breekt je hart. Je wikkelt je in eenzaamheid. Je schreeuwt het plamuur van de daken. Je brandt je aan een uitstapje met een hond of een cavia. En je eerste menselijke liefde overtuigt je uiteindelijk om toch maar weer zo’n spinnend beest onder je hoede te nemen. 

Ik heb het geweten.

Van je eerste liefde wil je steeds meer en meer. Het menselijke liefje is niet gebleven, maar de nieuwe poes heeft mijn hart veroverd. Toen ex-lief van huis vertrok hebben we nog enigszins co-ouderschap over de kat gehouden. Maar dat is geen lesbienne goed genoeg en haar eigen poes krabt nu de gordijnen van het plafond. Ze is gelukkiger dan ooit.

En ik ben dat ook. 

Want na een paar jaar kwam een katertje, en een half jaar later nog een poes. En nu heb ik mijn eerste nestje. Het is een gekkenhuis, die kleintjes die aan mijn benen krabben en de muren stukbijten. Het is het beste wat me ooit is overkomen, drie katten, en vijf volmaakte kittens.

Er is geen meubelstuk in mijn huis meer heel.

Ik kan niet meer de hele week achter de tv zitten, want de kabels zijn aan flarden gescheurd. Zuipen zit er niet in, omdat de lieve kinderen zich lam vreten aan royal konijn kittenbrokjes. En omdat mijn kleding niet veilig is, zal ik op de gaypride los moeten gaan met slechts enkele reepjes stof. Genoeg redenen om de meeste potten de kast weer in te jagen, maar ik neem het voor lief.

Elke lesbienne is tenslotte anders.

Er is geen zichzelf respecterende lesbienne zonder een kat, maar ik heb die regel ruimschoots overschreden. Er zijn genoeg excuses te verzinnen. Ik wil zoveel katjes vanwege het vriendelijke miauw-orkest, voor de multi-gezelligheid, of tegen een gigantische rattencolonie. Geen van die smoesjes is waar. 

Ik neem gewoon geen genoegen met maar één poes. 

Anne Koeleman