Kiss-in

Voor het geval je het gemist hebt, Erwin Olaf organiseerde eerder deze week een kiss-in na een incident met een snackbarhouder die niet wilde dat hij en zijn vriend stonden te zoenen voor zijn snackbar. Wat begon als statement ‘om zo te laten blijken dat wij na de openstelling van het huwelijk voor gelijke geslachten overal, maar dan ook overal in Nederland onze affectie voor elkaar mogen laten blijken’ eindigde in ietwat minder liefdevolle rochel in het gezicht van een GeenStijl journalist.   

Erwin Olaf heeft een geschiedenis met veel aandacht krijgen voor nogal ongenuanceerde impulsieve acties . Zoals de keer dat ‘ie Amsterdam ging verlaten omdat ‘ie gekwetst was door de gelaten houding van jonge homo’s en het COC hem verzocht om toch te blijven. Het is het resultaat van iemand die als kunstenaar actueel en relevant is en dus dan ook gelijk maar spreekbuis is voor heel homoseksueel Nederland.

Moet kunnen

De discussie was ditmaal wat gevoeliger, deels door een snackbarhouder die iedereen uitnodigde voor de kiss-in maar grotendeels omdat de discussie zich afspeelde in het grijze gebied tussen maatschappelijke en persoonlijke tolerantie in. Het is het verschil tussen wat je vindt dat ‘moet kunnen’ en wat je ‘moet willen’.

In sommige gevallen is dit vrij zwart-wit. Natuurlijk moet een homostel zaterdagnacht naar huis kunnen lopen zonder in elkaar geslagen te worden, net zoals het ook vanzelfsprekend is dat, als je zou willen trouwen, je getrouwd zou moeten worden door een ambtenaar die dit ook vindt.

Hoe minder extreem de situatie echter wordt, hoe genuanceerder de reacties.

Je mag iemand hartstochtelijk gedag zoenen op het perron als voorbereiding op een lange reis, maar niet iedereen doet dit. Als je een beetje een fijn tolerant station hebt getroffen, overheersen er drie gedachtes: “Fijn dat ik dit mag doen”, “Fijn dat ik dit niet hoef te doen” en “Fijn dat dit me allemaal niet boeit, ik hoop maar dat we niet vijfenveertig minuten bij Den Dolder vaststaan”.

Het gaat hier dan ook niet over of je elkaar mag zoenen buiten een snackbar of niet. Grondwettelijk gezien is daar niks tegen in te brengen; zolang je de openbare orde niet verstoort mag je tongen buiten elke snackbar, nachtclub of Trekpleister die je maar wilt. Het is evengoed een recht dat anderen vragen of je dat niet hier zou willen doen. De vraag is of je het zelf zou doen.

Meerwaarde

Daar zou wat mij betreft ook de meerwaarde van de discussie eindigen, want veel verder dan dat iedereen een eigen mening hierover heeft kom je er niet mee. Ja, het is misschien een tikkeltje opzichtig en ordinair om dusdanig lang te gaan muilen tot mensen er iets van gaan zeggen, maar misschien zijn ze heel erg verliefd. Het is een tikkeltje preuts om als snackbarhouder te zeggen dat je dat niet wilt zien, maar als je later zegt dat het niet homofoob bedoeld was, dan is het misschien hoogstens ongelukkig. Het is een tikkeltje hysterisch om vervolgens een kiss-in te gaan organiseren, maar als je een statement wilt maken dan heeft het misschien weer een meerwaarde. 

Tot nu toe allemaal min of meer begrijpelijk. Wat dan vervolgens des te onbegrijpelijker is, is dat de organisator van dit openbare pleidooi voor tolerantie een journalist in het gezicht spuugt.

Uithangbord

Tolerantie is meer dan alleen het claimen van je rechten en ze als een uithangbord boven je hoofd te wapperen, al schreeuwend: “Zie je wel! Ik mag dit doen, hoor!”

Je kan pas tolerantie voor jezelf eisen als je het geeft aan anderen. Het is wrang en pijnlijk ironisch dat iemand die zo hard loopt te blèren voor tolerantie schijnbaar anderen tolereert door ze in het gezicht te spugen.

Op de ochtend van de afgelopen Gay Pride bel ik mijn moeder op haar vijf jaar oude Blokker-mobiel. Vanuit een TV & internetloos huis aan de kust trekt de wereld in golven aan haar voorbij; het staan en vallen van kabinetten, voetbalteams, Olympische spelen en Gay Prides worden allen met dezelfde kalmte gade geslagen. Ik vertel haar over mijn weekendplannen in Amsterdam, over de boten en de drukte. 

“Heel leuk voor je, schat. Neem je wel een paraplu mee? Het wordt kutweer.”

Tussen gezichtspugers en homofobe snackbarhouders een orakel van tolerantie.

Tim Meijerink