Mijn hoofd is leeg. Endorfine, adrenaline, weet ik veel, die hormonen die vrij komen na goede seks, die ja.

Langzaam begin ik je weer kusjes te geven, ik bijt zachtjes en soms wat harder in je nek. De film is allang afgelopen. Waar hilarisch slechte lesbische films al niet goed voor zijn. Met een dekentje over me heen en jouw armen om mij heen, doezel ik langzaam weg.

Ik schrik wakker, waar ben ik, met wie ben ik. Je bent er nog steeds, je ogen glinsteren nog steeds. Het is net als vroeger, net als een jaar of tien geleden. Vertrouwd, lief en hard tegelijk, jij ruikt even lekker, je ruikt altijd lekker. Het is zo fijn hier. Ik wil hier nooit meer weg. Dit is intenser dan ik had verwacht. Ik voel je overal, op mijn lichaam, in mijn nek, in mijn hart, in mijn bloed, overal ben jij. Wat zou ik zonder jou moeten?

Maar fuck, ik ben niet van jou en jij bent niet van mij. Waarom doe ik dit?

Mijn ogen staan wijd open. Ik voel me niet schuldig, ik besef me wat ik doe, wat ik gedaan heb, en ik heb geen spijt. Ik laat me strelen, ik laat me kussen, ik laat alles toe, en ondertussen voel ik me gelukkig. Ik ben gelukkig. Al is dat voor korte duur. Jij gaat zo terug naar jouw leven en ik naar de mijne, maar nu moet ik nog even genieten, genieten van dit moment samen. Samen. Wij.

Ik ben daarstraks gedropt voor haar huis door mijn vriendin, zij moest werken en ik zou gewoon een gezellig dagje met vriendinnetjes hebben. Gewoon gezellig. Ja. En zo word ik na mijn eetafspraak weer opgehaald.

Ik kijk in je ogen. En vertel in de auto naar huis, dat ik weer bekend gegaan ben. Je glimlacht. Onze relatie kan alles aan, zeg je. Maar dat blijkt weer een leugen te zijn.