De betrokken asielzoeker heeft aangegeven in zijn thuisland Jamaica te worden vervolgd vanwege zijn homoseksualiteit. Sinds zijn jeugd zou hij zijn gepest, uitgescholden en fysiek mishandeld. Ook zou hij vanwege zijn geaardheid zijn ontslagen. Daarnaast zou hij meerdere malen zijn verhuisd omdat zijn huisbazen het niet pikten dat hij enkel mannen over de vloer kreeg. Tijdens een uitstap met een Amerikaanse vriend zou hij door een groep jongeren met een scherp voorwerp zijn gestoken waardoor hij genoodzaakt was een langere periode in het ziekenhuis te verblijven. Betrokkene zou vervolgens naar de politie zijn geweest om aangifte te doen. Voor zover bekend zijn de daders niet opgespoord of vervolgd. Na een inbraak in zijn huis durfde betrokkene naar eigen zeggen niet meer de straat op, en heeft hij besloten zijn thuisland te verlaten.  

Bewijsvoering
In haar Voornemen heeft de IND aangegeven de verklaringen van de asielzoeker ongeloofwaardig te vinden omdat deze op verschillende onderdelen ‘een positieve overtuigingskracht’ zouden ontberen. Onder meer het ontbreken van documenten ter ondersteuning van zijn verhaal (aangifte, bewijs van ziekenhuisopname) is de asielzoeker door de IND aangerekend. In de daaropvolgende ingebrachte Zienswijze door de advocaat van de asielzoeker is een kopie van een afschrift van de verklaring van het ziekenhuis bijgevoegd, waarbij is aangegeven dat het origineel op een later tijdstip zou worden overlegd. De IND heeft daarop het besluit tot afwijzing van het asielverzoek genomen, onder meer op grond van het gegeven dat het overlegde document slechts een kopie betrof en dat derhalve de authenticiteit niet kon worden vastgesteld.

In zijn beroep tegen het afwijzingsbesluit van de IND heeft de asielzoeker vervolgens tijdens de behandelende zitting voor de rechtbank het originele ziekenhuisverslag overlegd. In reactie daarop heeft de gemachtigde van de IND aangegeven vast te blijven houden aan het eerder ingenomen standpunt dat afwijzing van het asielverzoek terecht is en dat het overleggen van het originele document niets afdoet aan het gegeven dat men van een kopie niet de authenticiteit van het document kan bepalen. Daarnaast heeft de gemachtigde van de IND zich op het standpunt gesteld dat uit de originele ziekenhuisverklaring niet ontegensprekelijk zou blijken door wie en met welk voorwerp de asielzoeker is aangevallen of dat diens geaardheid de aanleiding was voor de bewuste mishandeling.

Uitspraak
In haar overweging heeft de Rechtbank Haarlem de IND er vervolgens op gewezen dat zij in haar Voornemen weliswaar de asielzoeker heeft tegengeworpen dat in redelijkheid verwacht mocht worden dat deze documenten ter ondersteuning van zijn asielrelaas zou overleggen, maar niet dat deze documenten gedetailleerde informatie over de dader, motivering en het wapen voor de bewuste mishandeling moesten bevatten. Op deze wijze worden er ‘meer en andere eisen aan de documenten (gesteld) dan aanvankelijk aan de vreemdeling kenbaar was gemaakt’, aldus de Rechtbank. Daarnaast is de Rechter van de algemeen aanvaarde aanname uitgegaan ‘dat artsen hun hulp in algemene zin niet doen vergezellen van een schriftelijke verklaring’ waardoor de asielzoeker niet het laattijdige tijdstip van het indienen van het ziekenhuisverslag kon worden tegen geworpen.

Ten slotte is de Rechtbank Haarlem ook niet mee gegaan in de denkwijze van de IND dat de asielzoeker onvoldoende inspanningen zou hebben verricht om bij de Jamaicaanse autoriteiten het politierapport over de mishandeling en/of de bewuste inbraak te verkrijgen. Hierbij heeft de Rechtbank zich laten leiden door de brief van Minister Leers aan de Tweede Kamer van 21 maart 2012, waarin wordt erkend dat homoseksuelen veelal geen bescherming bij de autoriteiten kunnen vragen. Omdat de minister -en daarmee de IND- bekend is met de problemen die homoseksuelen kunnen ondervinden wanneer zij zich tot de politie wenden, verwacht de Rechtbank van de IND dat deze motiveert waarom de asielzoeker toch het niet kunnen overleggen van deze documenten wordt tegengeworpen.

In haar vonnis heeft de Rechtbank Haarlem het door de asielzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, en heeft zij de zaak terug verwezen naar de IND die een nieuw besluit over het asielverzoek dient te nemen.

Medio september 2012 heeft demissionair Minister Leers nog aangegeven dat zaken van LGBT-asielzoekers, voor wie terugkeer naar het herkomstland gelijk zou staan aan het leiden van een leven in de kast, afzonderlijk zouden worden beoordeeld.

 

JD / Bron: Update 2012, nr. 42