Naar verluidt werden de marktkramers en bezoekers van de markt in het uiterste noorden van Kameroen gealarmeerd door een straatjongen, die in de lokale Fulfulde-taal “Samaroka!” schreeuwde, wat ‘homoseksueel’ betekent. Toegesnelde omstanders zouden daarop de drogisterij van de dertiger hebben betreden, en de uitbater en de scholier in een compromitterende situatie hebben betrapt.

Volgens getuigen van het voorval en buren van de dertigjarige uitbater van de drogisterij stond het slachtoffer in de buurt bekend als een respectabel en vroom persoon. De man had met succes de studie van de Koran voltooid en werd daarom door omwonenden aangesproken met de titel ‘Oustaz’ (uit het Arabisch: ‘Ustadh’). Daarnaast droeg hij standaard religieuze kledij en gedroeg hij zich in het openbaar altijd vroom, aldus buurtgenoten.

Bij het betreden van de drogisterij, zouden de overwegend islamitische marktkramers naar verluidt als door een wesp gestoken zijn, toen zij de man en de scholier in een homoseksuele handeling aantroffen. Een marktkramer zou verheugd alsvolgt hebben verklaard: ‘Tot eergisteren had God ons niet de kans gegeven. Zoals het gezegde luidt: '99 dagen voor de dief, één dag voor de baas'. Eergisteren heeft God onze gebeden verhoord en hebben we hem op heterdaad kunnen betrappen.’

De scholier zou door omstanders naar het lokale politiebureau zijn gebracht, waar hij tot op heden zou worden vastgehouden. Na de lynchpartij zouden marktkramers en omstanders het verminkte lichaam van de man achter hebben gelaten, en zouden lokale christenen het lichaam uiteindelijk hebben begraven.

JD / Bron: Camer.be