Uitgaansgeweld is inmiddels een ingeburgerd begrip geworden, waardoor zo’n bericht allang niet meer uniek in zijn soort is. Pal naast praktisch elke grote uitgaansstraat bevindt zich een plein waar de politie in grote getale paraat staat om de schade zoveel mogelijk te beperken. Utrecht is hier geen uitzondering in: de Neude circa zaterdagnacht 04:00 is niet de beste plek om te hopen op een fatsoenlijke, rationele discussie. Het is naar huis gaan of wachten op ruzie.

Dit heeft mijns inziens nog niet veel te maken met homo zijn; ik neem aan dat alles en iedereen een legitiem doelwit is voor een opgeschoten groep gefrustreerde jongeren, getuige de vele kapotgeschopte fietsen die zondag troosteloos blijven liggen. Maar toch zijn homo’s een goed mikpunt: als je in de nacht luid lachend of excentriek gekleed een hanggroep passeert of een snackbar binnenloopt, dan kun je er de klok op gelijk zetten dat er wel iemand iets gaat roepen.

Voor je kijken, doorlopen.

Hoe je hier mee om dient te gaan, krijgen we al in onze puberteit mee. Vanaf de basisschool tot de mentorgesprekken op de middelbare; de universele, onfeilbare waarheid luidt dat als je gepest wordt, je er simpelweg geen aandacht aan moet schenken want “dan houdt het vanzelf wel op”. Het is ook het gedoodverfde advies van elke zorgzame moeder: “Als iemand iets roept, gewoon doorlopen en niet op reageren.” Een gedachte die voornamelijk lijkt gebaseerd op bezorgdheid. Je moeder wil voorkomen dat je een bloedneus oploopt en zelf wil je het liefst een gezellige avond ook niet in het ziekenhuis of politiebureau afsluiten.

Het is een overlevingstechniek, maar wel eentje die ertoe leidt dat de algemene reactie op discriminatie in het nachtleven bestaat uit je kop in het zand steken en je er niets van aan trekken. Maar als het elke zaterdagnacht raak is, keer op keer op keer een spervuur van denigrerende en provocerende opmerkingen, moet je dit dan maar aanvaarden als je stille noodlot? “Dat krijg je er van” - moet je maar niet zo praten of niet zulke vrienden hebben of niet juist die broek willen dragen en bovenal maar niet proberen jezelf te zijn en een leuke tijd te hebben?

En wat dan nog meer? Na het uitgaan collectief de snackbarren en stationshallen vermijden en schichtig door de nacht naar huis fietsen voordat je in elkaar geslagen wordt? Als je een leuk iemand hebt ontmoet er dan op letten dat het blijft bij een vluchtige kus op de rustigste straathoek, in de hoop dat niet teveel mensen dit zien? Als iemand je naroept je iPod iets harder draaien en doen alsof je het niet gehoord hebt?

En als je er dan toch iets van zegt, als je het helemaal gehad hebt met dat oeverloze “Flikker, flikker! Is het gaypride ofzo?” en een keer terugroept dat iemand normaal moet doen, zijn de klappen die er vallen dan je verdiende loon? Hoort het er een beetje bij, bij het nachtleven?

Omgekeerd

Je kan zoiets als wat er in Utrecht gebeurde in bovenstaand bericht interpreteren als een ongelukkige inschatting, of als een dapper statement waarin ze juist zeiden: we pikken het niet meer. We vinden het niet acceptabel om na het stappen op straat uitgescholden te worden en daar zeggen we ook wat van. 

De prijs die ze er voor hebben betaalt is een hoge, maar hopelijk niet voor niets. Want probeer je even voor te stellen dat ’t zou werken. Dat anno 2013 na een avondje stappen iedereen veilig naar huis zou kunnen gaan zonder continu alert te hoeven zijn op wie er nog meer op straat is.

Een mooie gedachte, maar idealistisch. Té idealistisch, vooralsnog, want als ik in het holst van de nacht weer alleen door een groep jongens moet, lui hangend over scooters in een walm van wiet en energy drank, dan laat ik ze maar roepen en fiets ik onverstoorbaar door. Het instinct wint. Dat krijg je er van. 

Tim Meijerink