Eén van de jongens in kwestie heb ik wel eens gezien in ’n kroeg en zodoende is het nu zo dat ik weet hoe hij er naakt uit ziet terwijl hij waarschijnlijk niet eens weet hoe ik heet. Nu weten we ongetwijfeld allemaal van iedereen wel iets in de trant van “Oh, die is ooit met zus & zo het bed ingedoken na een bezopen bruiloft”, maar het is toch anders als je de contouren van iemands geslacht kan uittekenen in je hoofd.

Ik kom uit een tijd waarin internet in eerste instantie niet aanwezig was, en daarna allerminst vanzelfsprekend. Als een tienerpionier bevond ik me al vroeg aan het voorfront van een onverkende digitale prairie terwijl om me heen me zorgzaam toegesproken werd: pas op, geen gevoelige informatie vrijgeven, gebruik een nep-naam, ze slaan al je sporen op in een grote database waar ze je eindeloos mee kunnen chanteren. Maar het was anders; het internet ging niet om mij. Ik was een anoniem IP-adres dat artikelen las over cheatcodes en posts schreef over Amerikaanse popartiesten zonder dat iemand wist wie ik was. Mijn online puberteit en nachtelijke MSN-affaires beleefde ik veilig verscholen achter een masker van usernames

Uiteindelijk werd het internet steeds persoonlijker en ik groeide mee maar was al de achttien gepasseerd toen ik meeging met de Hyves & Facebook-accounts. Een dergelijke ommekeer zorgde ervoor dat iedereen opeens een voor- en achternaam had, inclusief vriendenlijsten en hobby’s en vooral heel veel foto’s van zichzelf waar allerlei andere mensen dan weer lyrisch enthousiast commentaar op achterlieten. Dat is een trend die nog steeds lijkt door te zetten, met als gevolg ontelbare Instagram en Tumblr-accounts gevuld met pseudo-vintage-badkamerfoto’s van vijftienjarigen gretig vissend naar complimentjes over hun uiterlijk.

Kijken, niet kopen.
Dit nieuwe narcisme in combinatie met webcams en hormonen levert alleen soms wat vreemde situaties op.

Een kijkje op websites als Cam4 maakt ’t idee al snel duidelijk: een half ontklede, licht verveelde jongen zit voor een webcam met een genuanceerd poëtisch verzoek in zijn profielomschrijving: FLASH COCK/ASS 50 TOKENS – NUDE 100 TOKENS – ASSPLAY 250 TOKENS – CUM 1000 TOKENS MSG ME FR PRIVATE SHOW. Het idee is dan dat je als bezoeker tokens koopt bij desbetreffende website en als een soort kermisattractie weer in kan werpen bij je attractie naar keuze. 

Ik kan me de aantrekkingskracht er van ergens ook wel voorstellen. Ik bedoel, als je geen pornoster kan zijn dan zit er in ieder geval nog een soort oppervlakkige bevrediging in de wetenschap dat mensen daadwerkelijk geld betalen om jou naak te mogen zien. Het is alsof je een stripper bent maar zonder je om te hoeven kleden in kleedkamers die ruiken naar mentholsigaretten en dode dromen. Daarnaast heb je ook niet te maken met het risico dat iemand je monitor uitklimt om je te verkrachten. Het lijkt allemaal heel veilig, maar het laat wel iets achter.

Op mijn middelbare school was de gedachte alleen al een nachtmerrie: een naaktfoto die opeens zou uitlekken uit iemands telefoon en zich als een olievlek door de school zou verspreiden. Dat mensen je na zouden kijken terwijl je door de aula liep: “Ohh, dat is toch van die foto”?”. Van een dergelijke fundamentele als-iemand-dit-ziet-angst lijkt in ieder geval niet aanwezig te zijn bij de webcamjongens van Cam4.

Dat is natuurlijk ook helemaal prima: carpe diem, pluk de dag, YOLO en al die dingen: lang leve de seksuele revolutie en de vrijheid om trots te zijn op elk aspect van je lichaam, maar het lijkt me verschrikkelijk ongemakkelijk als je op een gegeven moment dan geschiedenisleraar wordt en dat je op een dag aan het lesgeven bent over de digitale revolutie en je leerlingen de opdracht geeft om de eerste versie van Google te gebruiken en dat ze dan op jouw naam beginnen te zoeken en bam – recht voor hun neuzen een .jpg van een achtienjarige jou die z’n ballen in z’n hand houdt terwijl ‘ie knipoogt naar de camera.

Misschien maak ik me te veel zorgen. Misschien hebben we tegen die tijd wel allemaal een digitale erfenis die zo traceerbeer is dat we van elke burgemeester of decaan of politicus kunnen zien hoe ‘ie dronken z’n tong in de keel van een dik Brits mokkel propt in een fotoalbum getiteld “Lloret de Mar ‘12”.

Maar tot die tijd zal ik vast nog vaak naar de grond kijken als de jongen langsloopt wiens billen ik gezien heb op het nepleer van zijn vaders IKEA-bureaustoel. 

Tim Meijerink