Het lijkt maar niet te wennen.

Elkaar loslaten is iets goeds, dingen apart van elkaar doen is zelfs beter. Je wilt niet elke avond eindigen achter de televisie, in elke pauze van de toch al slechte film elkaar ondervragen over de dag. Of er niet iemand was die naar haar keek. Of ze niet stiekem naar iemand anders geloerd heeft. Of ze wel naar de bar gaat, of misschien toch naar het bed van een ander.

Waarschijnlijk is mijn verlangen naar controle ziekelijk. 

Je moet elkaar vertrouwen, dat heb ik inmiddels wel geleerd. Zoals ik heb geleerd hoe een steen smaakt. En hoe hij langzaam in de maag naar beneden zakt. Het duurt een paar dagen om hem op te lossen, zelfs met het adequate gebruik van maagzuur en zinnen als “je bent deze week al weggeweest. Nu blijf je hier, bij mij.” Ik weet hoe de relatietherapeuten denken over zulk soort emotionele chantage. Ik weet dat er niets gebeurt met haar. Ik weet dat ik ongelijk heb.

Maar ik oefen mijn ongelijk toch keihard uit.

Ik weet niet precies wat me nu zo boos maakt. Dat we ooit anderen hebben gedate in het begin? Ja, maar dat doen we nog steeds wel eens. Dat ze is vreemdgegaan? Ja maar toen waren we nog niet echt samen. Dat ze ooit een nacht is weggebleven zonder wat te zeggen, en haar telefoon niet opnam? Ja, maar het kan mij ook zo overkomen. We zijn nu volwassen lesbiennes in een getrouwde relatie en dus hebben we alle zekerheid die we kunnen krijgen. Getrouwd. Zekerheid. Volwassen.

De steen zinkt nog steeds door mijn maagzuur heen.

Ik ga naar de bar. En zodra haar dienst klaar is komt ze daar binnen. Moe, slap. En bijzonder gelukkig. Ze wankelt op me af, met ongelijke voetstappen en kust mijn gezicht alsof ze me nog nooit heeft gezien. “Ik dacht dat je het te druk zou hebben”,  zegt ze. En ze straalt.  Met een biertje erbij vertelt ze me wat haar eigenlijk dwarszit. Of ik al die extra tijd niet gebruik voor een ander. Een ander waar ze geen weet van heeft.

Ik streel haar buik.

En voel de steen in háár buik zakken, de steen waarvan ik niet wist dat hij er zat. De mijne verpulvert meteen. Ik kus haar weer en denk aan vertrouwen. En loslaten. En verdomme niet eens monogaam zijn. Maar welke relatievorm je ook kiest, voor die steen moet altijd gezorgd worden. “Je bent onvervangbaar”, vertel ik haar. En ik voel hoe haar buik zich langzaam ontspant. 

Anne Koeleman