“De kandidates vermeldden als burgerlijke status dat ze gehuwd waren”, vertelde Stijn Baert. “Een van beide kandidates specificeerde daarnaast ook de naam van een vrouwelijke echtgenote. Door de gemiddelde kans op een reactie vanuit de werkgeverszijde te bestuderen, kon discriminatie geïdentificeerd.” Er werd vier soorten ‘paren’ verzonden: vrouwen van 25 jaar met één kind, vrouwen van 25 jaar zonder kinderen, vrouwen van 37 jaar met één kind, vrouwen van 37 jaar zonder kinderen. “Op die manier kon worden nagegaan of ongelijke behandeling verschillend was naar leeftijd en moederschap.”

Wanneer een onderscheid gemaakt wordt naar leeftijd, vinden de onderzoekers duidelijke vormen van ongelijke behandeling. “Lesbiennes hebben op jonge leeftijd 25 procent meer kans op een jobinterview na een schriftelijke sollicitatie dan heteroseksuele leeftijdgenoten. Jonge lesbische vrouwen die een kind hebben, maken zelfs 33 procent meer kans op een jobinterview dan heteroseksuele jonge vrouwen met een kind. Op oudere leeftijd wordt er geen ongelijke behandeling gevonden.”

Deze bevindingen sluiten aan bij de economische theorievorming rond discriminatie. Aan de ene kant wordt discriminatie theoretisch verklaard door algemene voorkeuren om samen te werken met personen die qua seksuele geaardheid tot een minderheid behoren. Anderzijds houden werkgevers er bewust of onbewust rekening mee dat lesbische vrouwen minder vaak kinderen hebben of minder vaak afwezig zijn door zwangerschapsverlof en het feit dat opvoedkundige taken binnen een lesbisch koppel gemiddeld genomen evenwichtiger verdeeld worden dan bij heterokoppels.

(Bron: Nieuwsblad.be)