Fry, zelf jood en homo, schrijft dat ze moeten nadenken over de 'smet' die op de Olympische ringen werd geworpen toen Hitler - die in 1936 al racistische wetten had ingevoerd - in Berlijn met de Olympische Spelen een podium kreeg voor wereldwijde aandacht.

Hij vindt dat Poetin op 'griezelige wijze' de geschiedenis herhaalt met onder meer zijn anti-homowetten, waarbij iedereen die 'niet-traditionele seksuele relaties' propageert tegenover minderjarigen een hoge geldboete kan krijgen. "De politie negeert dat dat ze mishandeld, vermoord en vernederd worden", schrijft Fry over homo- en transseksuelen. "Het volstaat niet om te zeggen dat homoseksuele olympiërs al dan niet veilig zijn in het olympisch dorp."

In de brief smeekt Fry zijn premier om weerstand te bieden 'aan de druk van pragmatisme, geld en van de glibberige lafheid van diplomaten'. Hij wijst erop dat Cameron zich, ondanks weerstand binnen zijn eigen conservatieve partij, heeft ingezet om in het Verenigd Koninkrijk het homohuwelijk in te voeren. "Ik denk dat u, als puntje bij paaltje komt, heel goed weet wat goed is en wat slecht."

Bron: Elsevier