De zaak kreeg bekendheid omdat het in eerste instantie leek te gaan om gerichte acties tegen homo's. Maar daar is volgens de officier van justitie geen sprake van. S. stond ook terecht voor een poging tot doodslag, twee weken na het homo-incident.

S. en haar vriendin kregen binnen twee weken ruzie met de twee homo's en met twee jonge vrouwen. Bij de eerste ruzie bleef het incident beperkt tot schelden, spugen en enkele klappen. Voor haar aandeel in de ruzie met de twee vrouwen wordt S. beschuldigd van poging tot doodslag. S. zou een van de slachtoffers vijf tot zes keer tegen het hoofd hebben geschopt. Het slachtoffer liep een hersenschudding, een lichte bloeding en een gekneusde oogkas op.

Uit onderzoek is gebleken dat S. lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis en dat ze tijdens de incidenten verminderd toerekeningsvatbaar was. Behandeling in een forensische kliniek vindt de officier van justitie van groot belang voor S. zelf en de samenleving.

De rechter doet op 12 september uitspraak in de zaak. De andere verdachte van de mishandelingen wordt op een later moment berecht.

Bron: Volkskrant.nl