Enthousiast knettert de ene scheet na de andere de lucht in.

Begrijp me goed, ik zou niets liever willen dan met jou onder de lakens kruipen. Mijn romantische ziel wil je nek kussen en je vertellen hoe mooi je bent. Mijn zweverige brein wil je vergelijken met een roos in een zomernacht, of de zon in een of ander universum. Mijn meer aardse handen willen over je lichaam glijden, omdat je op de een of andere manier de meest sexy vrouw bent die ze ooit hebben gekend. Maar mijn darmen hebben andere, meer drukkende prioriteiten. Die willen niets liever dan scheten laten. En daarna een stevig potje poepen. 

Niet eens omdat dat zo nodig moet, maar omdat het met jou niet kan. 

Ik heb al drie drollen gedraaid op mijn werk om thuis niet naar de wc te hoeven. De laatste keer heb ik mezelf actief moeten aanmoedigen: 'kom maar, je kan het!' Je zou dus zeggen dat ik nu compleet leeg zou moeten zijn. Maar de gedachte dat ik niet kan gaan, omdat jij dan een plons in het toilet zou kunnen horen, maakt mijn darmen achterlijk actief. De wetenschap dat ik geen gas durf te laten ontsnappen binnen een straal van 40 meter zorgt dat ik genoeg gassen aanmaak om zich op te stapelen tot een enorme bom. Wachtend om te ontploffen. 

Totdat jij in bed ligt. 

Dan kreunt mijn ziel om zijn verloren kussen, en huilt mijn brein om zijn toch al abominabele poging tot poezie. Mijn handen zijn verkrampt en leeg. Maar mijn darmen, oh mijn darmen. Ze beginnen ongecontroleerd en blij de bommen te ontsteken, maar komen al snel tot een kalm, gereguleerd ritme. Ze maken muziek zoals niemand die ooit heeft gemaakt. Het beste liefdeslied dat ooit is geschreven met alleen het woord 'prrrrraaaeeeet'. En als hoogtepunt “PLOINK” in de wc. 

Het grootste kunstwerk dat ik met geluid maken kan. 

Je zult dit muziekmeesterwerk nooit horen. Want als ik me ooit durf te laten gaan zal het aangenaam en bescheiden zijn. Ik geef je dan zachte en tevreden geluiden, op het moment dat de aandrang daar is. Je zult nooit weten hoe het resoneert, hoe het weerkaatst tegen de wanden. Hoe al die geluiden klinken, opgewekt, gelukkig, tevreden en dan ten slotte weemoedig. Je zult nooit de klank horen die beschrijft hoeveel ik van je hou, omdat het alleen zo klinkt door ze in te houden voor jou. 

Gelukkig zijn er andere manieren om mijn liefde te tonen.

Na al de scheettoonhoogten klauter ik uiteindelijk in bed. Met mijn armen om je middel geklemd droom ik van hoe oneindig goed het zou voelen om te slapen met mijn armen om je middel geklemd. En droom ik stiekem dat ik ooit eens een scheet kan laten met jou naast me. In een verre toekomst. Ergens. Als ik je niet meer zo adoreer dat ik niet eens meer kan poepen.