Behalve door een paar kleine meisjes.

Eentje was nog wel uit te houden, maar twee achtjarigen die ons volgden als stalkers, onze tent vonden en continu vanuit het pad in onze leefruimte keken, begonnen vervelend te worden. We dachten dat ze nog wat moesten leren over wat wel en niet sociaal gewenst is, dus we lieten het begaan.

Want de camping was prima.

Toen meer kinderen onze campingplaats begonnen op te zoeken, werd het ongemakkelijk. We vroegen ons af of we de ouders konden aanspreken. Het is niet echt een vakantie als er kinderen patrouilleren voor je tent. Echte intimiteit moest binnen gebeuren. Maar goed, de camping was echt prima. Dus we gingen alleen wat vaker weg.

En toen bleven we een keer bij het zwembad.

Want dat was ook prima. En de bar was goed. En met een week vakantie kun je niet altijd elke dag weg zijn. Een dagje samen rusten leek ons heerlijk. Maar de campinggasten hadden blijkbaar een ander idee. Toen we een spelletje kaarten speelden en de winnaar een kus kreeg, was ‘prima’ voorgoed van de baan.

Een oudere vrouw stormde op ons af, met zwaaiende armen.

‘Dit is niet natuurlijk,’ zei ze. ‘De kinderen snappen het niet. Stop hiermee. Doe het voor de kinderen.’ In het Frans natuurlijk, want ze wilde geen antwoord. We probeerden het nog, in het Engels en gebroken Frans. ‘Als ze het niet snappen, dan heb je het ze niet geleerd’. Maar ze schudde haar hoofd en deed alsof ze geen woord verstond. De vaste campinggasten stonden er naast. Ze zeiden niets, maar ze knikten soms. Vooral toen de vrouw ons bijna sloeg, omdat we liefdevol naar elkaar keken.

Hoe kan je daar nog tegen in gaan?

Eigenlijk wil je blijven, gewoon om ze te pesten. Om de kinderen te laten patrouilleren voor je tent. Om ze te leren dat het zo ook kan. Meerdere kinderen waren er zichtbaar klaar voor om het ‘te snappen’. Meerdere kinderen zullen op latere leeftijd uit de kast komen en misschien terugdenken aan de eerste keer dat ze iets zagen dat volgens hun ouders onnatuurlijk was.

En toch verlieten we de camping nog dezelfde dag.

Het spijt me erg voor die kinderen. Misschien had onze aanwezigheid iets uitgemaakt, misschien ook niet. We hadden in ieder geval geen energie om het ze te leren. Zelfs in Nederland zijn we bezig vragen te beantwoorden. Op vakantie hadden we er de adem niet voor. Geen zin om te vechten, zeker niet in een vreemde taal. Dus we pakten onze spullen en deden wat zoveel mensen voor ons gedaan hebben.

We vluchten als het te moeilijk wordt.