Je zit inmiddels al bijna twintig jaar in het vak, geen geringe prestatie. Hoe is het allemaal begonnen?
Het is allemaal heel miniem begonnen en vrij snel uitgegroeid tot een ontspoorde hobby. Ik ben altijd dol geweest op verkleden, dus Carnaval en Driekoningen waren voor mij altijd de feesten van het jaar. Vroeger als kind was dat wel altijd in mannenvorm. Op mijn 13de liep ik nog mee in carnavalsstoeten als de jager van Sneeuwwitje bijvoorbeeld. Na m'n coming-out begon ik een heel andere vriendenkring te krijgen en daar waren een aantal homo's bij die naar grote verkleedbals ging in Oostende. Zij traden ook op tijdens de Gay Pride in Parijs en zeiden mij vaak: 'Ach Danny, ga toch mee, ga toch mee'. Op een gegeven moment ben ik meegegaan en het was de bedoeling dat je als vrouwelijk figuur ging. Vanaf dag één ben ik met enorme kostuums begonnen; zelfgemaakte grote pruiken, hoepeljurken die ik zelf beschilderde om de kosten een beetje te drukken en ineens was ik gelanceerd. De eerste keer dat we naar Parijs zijn gegaan was ik een heel grote ontplofte aardbei. Drie, vier jaar later zeiden ze in Parijs nog: 'Ah, madame Fraise, vous Ítes arrivé'. Het stond bij de Franse journalisten op hun netvlies gebrand. Elk jaar ging ik groter en groter, ze stonden er echt op te wachten. Het laatste jaar dat ik heb meegedaan was met een gigantische rok op wielen. Ik ben vrij rap beroemd geworden met mijn kostuums. 

Hoe ben je ooit op de naam gekomen? Ik vermoed dat het iets met de Hongaarse actrice Zsa Zsa Gábor van doen heeft gehad?
Haha, ja inderdaad. Ik vind dat zoín flamboyante vrouw. Op haar zeventigste bracht zij nog een fitnessvideo uit, die kun je zien op YouTube, dat is zo lachen dat wil je niet weten. Haar uitspraken zijn echt geweldig, eentje is me altijd bijgebleven. Zsa Zsa Gábor is acht keer getrouwd. Ze zat ooit in de show van Dame Edna en daar zei ze zonder rood te worden: 'I'm the best housekeeper of Hollywood'. Dame Edna begon te lachen: 'Yeah right, you, a housekeeper'. 'Yes', zei ze 'because every time I divorce, I keep the house'. Ik vond dat zo malloot. Ik heb de achternaam veranderd in Lamore, aan elkaar. Tijdens m'n allereerste interview vroeg de reporter mij waarom, ik antwoordde: 'Tja, de dood of de liefde, u mag zelf kiezen'.

Is de dragcultuur groot hier volgens jou?
Ja, dat denk ik zeker. Ook in het buitenland staan de Belgische dragqueens heel goed aangeschreven. We hebben er een paar die zeer goed weten waar ze mee bezig zijn. Met alle respect, maar in Nederland is de mentaliteit nog vaak: ‘Ik doe een blauwe pruik op, hoef me niet te scheren en drink m’n eigen helemaal lazarus’. Dat zie je heel goed bij Roze Maandag bijvoorbeeld. Er zijn ook wel getalenteerde Nederlandse drags hoor, tijdens de opnames van het tv-programma Spuiten en Slikken ontmoette ik bijvoorbeeld Windy Mills en dat was echt topniveau. Mayday ben ik nog nooit tegengekomen, maar zij ziet er ook goed uit en zit zwaar in het milieu: als er ergens een boek wordt geopend is ze erbij.

Wat is je hoogtepunt geweest in twintig jaar Zsa Zsa?
M’n absolute hoogtepunt was het tweede jaar Studio 54 in het Sportpaleis. Ik weet niet of ik daar nu moest bibberen van de adrenaline of van de hoogtevrees. Ik had een gigantische jurk aan, een hoepelkleed met daaronder een hoogtewerk van 8 meter dat niemand kon zien. Ik werd helemaal afgeschermd met zwarte doeken en discoballen en trad op met het nummer ‘Last Dance’ van Donna Summer. Op een gegeven moment ging ik de hoogte in met die doeken en discoballen en kwamen er acht dansers onder me uitgerold. Ik had 192 meter stof nodig voor de jas en 112 meter voor de rok die eronder schuilging. 14.000 man ging helemaal uit hun dak. Het gevoel dat dat gaf was onmenselijk. Ik krijg er nog kippenvel van als ik er nu over praat. Ik heb elk jaar de mooiste en gaafste acts mogen doen in het Sportpaleis; ik heb gevlogen, op een fontein gestaan, met vuurwerk gewerkt, maar dit was het absolute hoogtepunt.

Het volledige interview vind je in het novembernummer van Gay&Night-ZiZo Magazine, vanaf 24 oktober gratis verkrijgbaar op meer dan 100 locaties in Vlaanderen en Brussel.

TEKST: Martijn Kamphorst / BEELD: VTM / Illustratie: Jeroen de Rooij