Ondanks de gezellige nummers die haast iedereen kan meezingen is Jersey Boys niet bepaald een feelgoodmusical, of wel?
Goh, da’s een goeie vraag. Het is een serieus verhaal, het verhaal gaat over het echte leven van Frankie Valli and the Four Seasons en wat er allemaal gebeurd is in die groep. Hoe ze eerst hard hebben moeten werken om succes te bereiken met hits als ‘Sherry’, ‘Big Girls Don’t Cry’ en ‘Walk Like a Man’. Maar ja, elke medaille heeft ook een keerzijde, en dan zou je kunnen stellen dat het niet echt een feelgoodmusical is. De groep gaat uiteindelijk uit elkaar en Frankie heeft ook persoonlijke issues die hij moet verwerken in de voorstelling. Maar als wij na veertig minuten spelen inzetten met het nummer ‘Sherry’, dan gaat het dak eraf en is het feelgoodgevoel er wel degelijk.

Zeg eens eerlijk, was je zelf al bekend met Frankie Valli and the Four Seasons?
Nee, helemaal niet eigenlijk. Dat is ook de algemene tendens. Nu, na de première, begint de buzz zich te verspreiden en komen de goede recensies. Maar als je tegen mensen zegt: ‘Ik sta in Jersey Boys’, dan zeggen ze: ‘O, dat is heel fijn. Wat is Jersey Boys?’. Ik had dat zelf ook hoor. Ik probeer toch wel om de twee jaar naar Londen te gaan om mijn musicalbatterij op te laden en om inspiratie op te doen. Jersey Boys staat daar al heel erg lang op de planken en ik heb nooit de intentie gehad om daar naartoe te gaan, omdat ik zoiets had van: het zal wel, geen idee wat het is. Het sprak mij niet echt aan. Totdat je dus hoort dat er audities komen en je je gaat inlezen. Had ik eerder geweten waar het over ging, dan had ik die show allang gezien. Als je zegt Jersey Boys, zegt men: ‘Geen idee’. Als je zegt Frankie Valli and the Four Seasons, heb je een paar mensen die zeggen: ‘O ja, die ken ik wel’, maar als je dan de nummers begint te zingen, zegt iedereen: ‘Oké, dat is het’.

Jersey Boys laat ook zien hoe zwaar het is om de top te bereiken. Je moet er vaak een hoop voor opgeven. Ervaar jij dat zelf ook?
Zeker, ik heb moeten emigreren om het vak te beoefenen waar ik van hou. Ik probeer nog op frequente basis mijn ouders en oude vrienden te bezoeken, maar Ronse ligt 260 kilometer ten zuiden van Amsterdam en daarbij heb ik maar één vrije dag, op maandag. Ik werk meestal een heel plan uit, waarbij ik op die ene vrije dag beide oma’s, de buurvrouw en de rest van de familie kan bezoeken. Vervolgens heb ik dan even quality time met mijn ouders en mijn zus en ‘s avonds ga ik lekker een drankje drinken met oude vrienden. De volgende dag ontbijt ik bij m’n ouders en ga ik weer terug naar Amsterdam. Je moet inderdaad mensen achterlaten en sommige vriendschappelijke relaties lopen daardoor op de klippen. Er zijn mensen die het niet de moeite vinden om de connectie te behouden. Maar de kracht van een goede vriendschap zit ‘m voor mij in dat het niet uitmaakt waar iemand zit of hoe weinig je elkaar ziet, maar dat als je elkaar ziet, je de draad zo weer op kunt pakken.

Heb je nog wel tijd voor een leuke man in je leven?
Absoluut. Die is er absoluut en daar maak ik zeker tijd voor. Ik heb hem ontmoet op school. We kwamen er laatst achter dat we elkaar nu al tien jaar kennen en we zijn inmiddels twee jaar getrouwd. We wonen samen in Amsterdam en als we een paar dagen vrij hebben combineren we dat gewoon, dan bezoeken we beide families. Hij staat nu zelf in Love Story, maar hij zit nu in de repetitiefase, dus we zien elkaar niet zo veel. Dat heb je altijd in een repetitieperiode. We weten echter, dat duurt vijf weken en dan lopen onze schema’s weer gelijk.

Heb je nog dromen op musicalgebied?
Wicked stond altijd op mijn lijstje, maar die kan ik nu afkruisen. Ik ben nuchter genoeg om te beseffen dat ik nu een hoofdrol te pakken heb, maar dat ik volgend jaar misschien weer terug moet naar ensemble- en coverwerk. Maar ervan uitgaande dat ik volgend jaar weer een hoofdrol mag pakken, dan zou ik heel graag in Billy Elliot willen meespelen. Die show is echt te gek. Ik zou heel graag een van die mijnwerkers of zelfs de broer van Billy spelen, maar ik ben bang dat ik daarvoor iets te lief ben. Ik word heel vaak gecast als de lieve jongen, maar ik zou zo graag een keer een heel kwaad, boos personage willen spelen. Ik heb dat op school een keer mogen doen en ik vond het zo fijn. Het is totaal het tegenovergestelde van wat ik echt ben. Mensen zien mij en casten me altijd als de brave leuke prins.’

Het volledige interview lees je in het novembernummer van Gay&Night, vanaf 24 oktober gratis verkrijgbaar op meer dan 250 locaties in Nederland.

TEKST: Martijn Kamphorst / BEELD: Carli Hermès