Het huidige Nederlandse asielbeleid bepaalt dat van LHBT's in hun land van herkomst 'een bepaalde mate van terughoudendheid' verwacht mag worden bij de uiting van hun seksuele voorkeur of genderidentiteit. Het COC wil al enkele jaren dat dit beleid veranderd wordt, en dat is met deze uitspraak het geval. Het COC gaat er vanuit dat de uitspraak belangrijke consequenties zal hebben voor het Nederlandse asielbeleid. 

Als in een land homoseksuele handelingen strafbaar zijn, is dat nog niet genoeg grond voor asiel vindt het Hof. Maar als in een land daadwerkelijk gevangenisstraf wegens homoseksuele handelingen wordt toegepast, hebben LHBT's volgens het Hof wel recht op asiel. Het COC vindt dat strafbaarstelling in het land van herkomst op zich al grond genoeg voor asiel zou moeten zijn, maar beschouwt de uitleg van het Hof toch als positieve ontwikkeling.

Het COC verwacht dat het voor LHBT's makkelijker zal worden om in Europa asiel te krijgen, aangezien de uitspraak van het Hof geldt voor de hele EU. Het Hof boog zich over de zaak op verzoek van de Nederlandse Raad van Staten in drie lopende asielprocedures.

Personen uit Sierra Leone, Oeganda en Senegal vroegen in Nederland asiel omdat zij vrezen dat zij in hun eigen land vervolgd zullen worden vanwege hun seksualiteit. Nederland wees het verzoek in eerste instantie af. De Raad van State zocht daarop advies bij het Europees Hof. Nederland zal asielaanvragen van LHBT-vluchtelingen na de uitspraak serieus moeten nemen. Homoseksuele asielzoekers lopen namelijk in hun land van herkomst het gevaar vervolgd te worden op grond van hun geaardheid. Het Hof stelt dat homoseksuelen in zulke gevallen een 'speciale groep' vormen die recht heeft op internationale bescherming.

Bron: COC