“Wij zijn geen protestgeneratie. Dat zijn we gewoon niet echt gewend” is een argument dat ik een paar jaar geleden vaak voorbij hoorde komen in discussies over waarom onze generatie zo mondjesmaat reageert op verontrustende ontwikkelingen. Wij zijn te verwend en te lui om in de harde lijn van de protesten van de vroege jaren ’80 te passen. Toch ben ik in de afgelopen twee jaar vaker uitgenodigd voor principiële evenementen dan ooit tevoren: protesten tegen culturele bezuinigingen, tegen Poetin, tegen de Olympische Spelen in Sotsij, en afgelopen donderdag voor een kiss-in tegen discriminerende opmerkingen van beveiligingspersoneel van de Albert Heijn – deze laatste liet een vreemde nasmaak in mijn mond achter, niet eens door het zoenen. 

Het zat zo: op valentijnsdag gaven twee meisjes elkaar in de Albert Heijn aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht een kus, waarna een beveiliger ze aansprak en zei dat dit als aanstootgevend ervaren kon worden. De meisjes dienden hierover een klacht in, deze klacht belandde in de media, waarna Albert Heijn haar excuses aanbood aan de meisjes. Een kort moment later volgde de aankondiging dat er alsnog een kiss-in zou komen in de Albert Heijn, ter viering van de liefde. 

Alhoewel deze aankodiging als reactie nogal overdreven leek, was het vooral de reactie van de Albert Heijn die me sceptisch maakte. Met frisse tegenzin leken ze de actie te omhelzen. “Albert Heijn is niet gelukkig met de actie, maar verleent wel medewerking en heeft besloten van de protestactie een feestje te maken” is de politiek correct verwoorde analyse van ongetwijfeld diep gezucht en een “Oh, god, nou gaan we ’t krijgen hoor” op de PR-afdeling van de Albert Heijn. 

Iedereen met een beetje marketing-begrip weet ook wel dat Albert Heijn met geen mogelijkheid iets anders kan doen dan een dergelijk ‘protest’ te omarmen. Zouden ze het durven te bagatelliseren, te reageren met een nuchter “Nou, erg vervelend, we zullen met hem in gesprek gaan, maar moeten jullie nu met z’n honderd komen tongen?”, of het te verbieden, dan zou de wereld te klein zijn. 

Dus werden statafels gehuurd en flessen kinderchampagne afgeboekt om er dan toch maar het beste van te maken. Met een boer-met-kiespijn-enthousiasme werd kenbaar gemaakt dat natúúrlijk iedereen welkom was om er een lekker ludieke actie van te maken. Het gaf de actie een hoog 'tolereer ons of ánders'-gehalte, waarvan kunt afvragen of zo'n wurgbeleid daadwerkelijk helpt. 

Maar dat is waar het grote grijze gebied begint, want het motto is toch altijd dat iets doen beter is dan niets doen? 

Het heetst van de strijd
Hoe dat grijze gebied werkt, heeft Henk Krol ooit treffend na zijn aftreden als hoofdredacteur van de Gay Krant verwoord. Er waren veel overwinningen behaald in de politieke arena in Den Haag, maar de strijd verplaatste zich. “Het gevecht voor emancipatie”, zo zei hij zelf, “gaat niet meer verder in Den Haag maar in de haarvaten van de maatschappij.” 

De Albert Heijn is zo’n haarvat, net zoals elk station en elke middelbare school dat ook is. Het verschil is dat de strijd die zich daar afspeelt gaat over veel complexere zaken zoals idealen, geloof, meningen, persoonlijkheden, vooroordelen en principes. Het uitschrijven van een beleidsstuk of een wet is kinderspel in vergelijking.

Een afgedwongen Albert Heijn is een vrij makkelijke arena om dit in uit te vechten. Elke vorm van tegengeluid is zorgvuldig door een marketingteam weggemoffeld of overgeplaatst naar een ander filiaal. Hoe anders is het in de eerstejaars ROC niveau 1 klassen; de nachttrein op Koningsdag; Staphorst; recreatieplassen hartje zomer aan de rand van Utrecht; coming-out kerstdiners om de gourmettafel; fietstunnels in Zwolle; de snackbar na het uitgaan; voetbalstadions. Je weet dat ’t plaatsvindt als elke vezel van je lichaam op scherp komt te staan.

Het is een gevecht dat gevochten wordt met coming-outs, met handjes vasthouden, met besluiten tóch de straat op te gaan in dat paar skinny jeans, met stug dezelfde route blijven fietsen en met kusjes geven in de Albert Heijn. Het schuurt, provoceert, roept vragen op, maakt ongemakkelijk en kan bij tijd en wijle de plank flink misslaan.  

Misschien is honderd homo’s mobiliseren elke keer als iemand iets verkeerds zegt niet de meest praktische oplossing. Misschien is het niet de bedoeling dat elke filiaalmanager van de Action siddert bij de gedachte of zijn vakkenvuller niet per ongeluk z’n grote bek weer opentrekt. Maar misschien zet het juist wel een paar mensen toch aan het denken. Het antwoord op de vraag of dit protest ook maar enig nut heeft gehad zal er waarschijnlijk nooit komen, zo simpel ligt het niet. Maar al is de nasmaak die de kiss-in bij mij achterliet nogal grijs te noemen, misschien is dat beter dan helemaal niets.