Do you know which line we need to take to get to Brussels Central?’ Na vijftien minuten rondvragen in Engels en steenkolenfrans, besluit een vriendelijke voorbijganger ons naar beste kunnen nogal overenthousiast de goede kant uit te wijzen. Het tafereel leek voor buitenstaanders waarschijnlijk meer op een aanvaring. Wie naar Brussel gaat in de veronderstelling zich daar in het Nederlands te kunnen redden, komt van een koude kermis thuis. Allicht kúnnen de Brusselaren wel Hollands spreken, maar willen doen ze het niet, althans niet van harte. Het is dus geen slecht plan om nog even je Engels en Frans bij te spijkeren voordat je de trein pakt. 

De regen stroomt langs de kinderhoofdjes en onze koffertjes denderen achter ons aan (Brussel doet slechts sporadisch aan asfalt in de binnenstad) wanneer we ons een weg banen van het Beursplein richting ons hotel. We constateren al snel dat Brussel veel weg heeft van Praag, en van Bologna, maar ook wel van [willekeurige Britse stad]. Brussel is een soort eclectisch landje op zich, zowel qua architectuur als qua inwoners. Als hart van Europa trekt de stad een zeer brede diversiteit aan culturen, alhoewel LGBT’s wel duidelijk dominant aanwezig zijn dit weekend. Na ons lekker te hebben gesetteld in de ruime hotelkamers van het Meridien – dat zich direct tegenover Brussel Centraal bevindt – ontmoeten we in de imposante lobby Frederick Boutry – oud-hoofdredacteur van mannenblad Gus maar nu werkzaam bij het verkeersbureau – die ons dit weekend de highs en even highers van gay Brussel zal presenteren.


‘Brussel is grofweg in twee helften te verdelen: upper en lower town’, legt Frederick ons uit. In de onderste helft is de Saint-Jacques-buurt, met onder andere de Rue du Marché au Charbon, het bruisende hart van gay Brussel geworden. De Dansaertwijk is dé plek voor mode en design, een wijk vol met boetiekjes die ook wel bekend staat als ‘het nieuwe Brussel’. In het bovenste deel van de stad, net voorbij de boulevards die in de volksmond bekend staan als ‘Little Belt’, vind je onder andere het rustgevende Ter Kamerenbos, de ietwat snobistische Brugmannwijk (vooral populair bij expats) en de trendy wijk Châtelain, waar op woensdagen een markt plaatsvindt die doorgaat tot in de late uurtjes.

We trappen de avond af in de Dansaertwijk bij Royal Brasserie, een gezellig restaurant met dito keuken. Gezeten aan een lange tafel worden we door een lekker directe Brusselse dame en heer voorzien van niet bijzonder authentieke, doch wel zeer smaakvolle gerechten. Om de boel een beetje pit te geven, worden we om de vijf minuten een hartaanval bezorgd door de enorme plafonnières die een epileptische stroom licht beginnen uit te stoten in combinatie met een verjaardagsdeuntje met livezang van de bediening. Nou ja, livezang is misschien wat genereus. Het is meer Brabant-esque carnavalsgelal, maar omdat Alex, onze bediende voor de avond, zo’n knappe kop heeft, vergeven we het hem maar. Op weg naar buiten zeggen we hem nog dat hij ‘s avonds naar Hustlaball moet komen en daar zijn shirt uit moet doen, en dat we anders een slechte recensie over z’n restaurant schrijven. Daar kan-ie wel om lachen.


Op loopafstand van Royal Brasserie worden we naar binnen geloodst bij Chez Maman, een dragbar van de oude stempel. We moeten aankloppen, waarna nog net niet een luikje in de deur opengaat en iemand vraagt om een wachtwoord. Bij binnenkomst in de bijna twee decennia oude dragbar lopen we gelijk een steile trap op naar de eerste verdieping waar we terechtkomen in een rokerig hol en we een glas bubbels in onze handen gedrukt krijgen. Na tien minuten driftig te zoeken naar het podium waar zometeen de beloofde, fantabuleuze dragshow gaat plaatsvinden, staan we op het punt de hoop op te geven, maar dan loopt plots het zaaltje weer leeg, daalt iedereen de trap af en blijkt er nog een deur te zitten naast de ingang. De ruimte die hierachter schuilt, leent zich al een stuk duidelijker voor een potentiële dragshow. Om half twee ‘s nachts doven de lichten, blaast de soundtrack van Dynasty uit de speakers en daalt de gracieuze Maman de toch best wel steile trap af in haar pumps. De bar blijkt te doubleren als catwalk, Maman slaat een glas bubbels achterover en vertelt dan wat er die avond op het programma staat. 

Een drankje of drie, vier, vijf, een paar heerlijke optredens en een hoop Liza Minnelli later, staan we weer buiten. Tijd om richting Hustlaball te gaan. Dit feest, dat zijn oorsprong heeft in Londen, staat bekend om zijn overweldigende aantal pornosterren die acte de présence geven. Voor vanavond staan onder andere Marco Session, JP Dubois en Trenton Ducati op het programma. Niet dat we weten wie dat zijn, doe niet zo gek, maar we zijn toch wel een beetje benieuwd. Hustlaball vindt plaats in club Fuse, waar tevens het maandelijkse La Demence wordt georganiseerd. Eenmaal binnen en enkele laagjes kleding verder worden we geconfronteerd met een zaal bijzonder naakte mannen en een podium vol pornosterren die zich in de meest gevorderde standjes uit de Kama Sutra wringen. Of het nu opwindend was weten we nog steeds niet zo goed, maar het was in ieder geval een spektakel om te aanschouwen. Weer een item van de bucketlist. Barman Alex was overigens op komen dagen, jammer genoeg met shirt, maar toch.


De volgende ochtend trekken we met onze met wallen omringde kraaloogjes en een strip paracetamol achter de kiezen richting de Anspachlaan in hartje centrum, van waaruit een feestelijke parade van vrachtwagens zal vertrekken. De regen van gisteren is in geen heinde of verre te bekennen en wij hebben een plekje weten te bemachtigen op de wagen van Gay.eu. Samen met ongeveer vijftig andere uitverkorenen beklimmen we de kar, ons nog niet realiserend dat we deze mensen de komende vier uur zeer intiem zullen leren kennen. De in totaal 26 wagens vol dansers, dragqueens, dj’s en andere heerlijke verschijningen trekken in een lange stoet langs massa’s mensen. De hele stad is uitgerukt om de wagens te komen toejuichen en de regenboogparafernalia vliegen je om de oren. De mooiste verschijningen bevinden zich eigenlijk nog op de eerste verdieping en hoger. Op de Brusselse balkons zagen we onder andere: een verveeld Aziatisch gezinnetje, een voyeuristisch oud ventje dat zich hopeloos verdekt probeerde op te stellen achter zijn gordijn, een Brusselse maffiafamilie en en een heerlijk enthousiast dansende belegen meneer. Het was een prachtige ervaring. Enige nadeel: het gebrek aan toiletten. Wanneer we een van de zeldzame openbare urinoirs passeerden, dook de volledige bevolking van de wagen daar dan ook op af, alhoewel sommigen geen probleem hadden met een willekeurige muur.

De optocht eindigt waar hij begon en vanaf de kar lopen we regelrecht het Beursplein op, waar een gigantisch feest gaande is, met als eregast: de zon! Hier ontdekken we een van de grootste voordelen van Brussel, de drankprijzen. Aangezien ze hier het eco-bekersysteem nog niet hebben uitgevonden – halleluja –, betaal je slechts twee euro voor een vaasje. Rond een uur of acht besluit een dame die net haar borsten niet zo subtiel heeft laten vergroten dit te showen aan de dansende massa, bij wijze van entertainment. Dit zien wij als onze cue om naar de hotelkamer te gaan waar we net de eerste vijf acts van het Eurovisie Songfestival kunnen meepakken. Omdat we toch even iets moeten eten, vliegen we op en neer naar La Brasserie de Bruxelles, waar we een traditioneel Belgisch diner krijgen voorgeschoteld, bestaande uit garnalenkroketten, waterzooi (een soort slijmerige soep met kipfilet, smaakt vele malen lekkerder dan het eruit ziet) en uiteraard een Belgische wafel. Daarna haasten we ons snel terug naar de hotelkamer om het einde van Eurovision mee te pakken.


Als de Duitse Lena klaar is met het verknoeien van de puntentelling en Anouk Nederland trots heeft gemaakt met haar 9de plek, vertrekken we richting de officiële main party, Fabulous. Het feest wordt gehouden in de ‘Salle Madeleine’ aan de Rue Duquesnoy, op spuugafstand van het hotel. Het gigantische pand bleek duidelijk niet helemaal voorbereid op de drukte (getuige de panische garderobemedewerkers en het gebrek aan drankbonnetjes), maar dat mocht de pret niet drukken. Cafedelove en Pannekoek, twee bekende namen in de Belgische partyscene, hadden dit jaar voor de tweede keer de organisatie in handen en nodigden onder andere Sharon O Love, Dimitri D’Anvers en Andrei Stan uit om achter de draaitafel plaats te nemen. Wij genoten ook erg van de besnorde blokdanserdames. Je leest het goed, dames.  

Na een paar korte, onderbroken nachten, reizen we op een zonnige zondagmiddag per taxi af richting het Ter Kamerenbos (maar je kunt beter vragen naar het Bois de la Cambre, als je geen zin hebt om een kaart erbij te pakken om het de chauffeur uit te leggen). Het park, gelegen op ongeveer vijf kilometer van het centrum is een ware verademing met zijn prachtige groene vlakten, meren met bijbehorend kanoverhuur en gelukkige Zonnatura-style gezinnetjes met picknickkleden. Met een pontje drijven we het water over richting Chalet Robinson, waar we een heerlijk driegangendiner (onder het mom van lunch) voorgeschoteld krijgen dat het best te beschrijven valt als moussefantasie. Onder andere een cappuccino van champignons en een steak Anglais met drie soorten kruidig schuim passeren de revue. Als Robinson Crusoe van dit restaurant af had geweten, had-ie het survivalbijltje er ongetwijfeld sneller bij neer gegooid.

Wanneer we met gevulde maagjes weer in de Thalys terug richting Amsterdam zitten, beseffen we ons dat we totaal vergeten zijn een bezoek te brengen aan Brussels monument nr. 1: Manneken Pis. Ach, pissende mannekes hebben we ‘gelukkig’ genoeg gezien.

Insider tips
1) Exki:
een zeer fijne selfservice lunchzaak die ook een vestiging heeft in Den Haag. Ze bieden een breed scala rijkelijk belegde, biologisch-dynamische broodjes, quiches, soepen en cheesecake! Goed voor de natuur, nog beter voor je mondje.

2) Chez Maman: een oldschool dragbar. Oldschool als in: we hebben ons een beetje verdekt opgesteld, dus je moet even aankloppen om binnen te komen. Vrouwen en nieuwe gasten kunnen het best op tijd komen om verzekerd te zijn van een plekje. De show start rond 01.30/02.00 uur. 

3) Chocopolis: een zaakje met handgemaakte chocolade, een van de producten waar België allicht het meest bekend om staat. De flikken zijn flinterdun, maar dat wordt gecompenseerd in de smaak, plus, bij binnenkomst stoppen ze een gratis exemplaar naar keuze in je mond. Alleen daarvoor al de moeite waard.

4) Strip-trip: Sinds 1991 bekleden striphelden als Kuifje, Dommel en Semafoor, Lucky Luke en Astérix en Obelix de muren van Brussel. Aan de hand van de meer dan veertig ‘fresco’s’ kun je, als ware het een vossenjacht, het historische centrum ontdekken.

Erheen
De Thalys rijdt vanaf Amsterdam Centraal direct naar Brussel. Hoewel er geen sprake is van dansende, zingende dames die je met veel bombarie verwelkomen op de trein, zoals diverse reclamespotjes je deden geloven, brengt de hogesnelheidstrein je wel binnen minder dan twee uur naar de Brusselse hoofdstad. www.thalys.nl