In het gesprek vertelt Hooi verder dat hij in de puberteit merkte dat hij anders was dan zijn vrienden. 'Ik kreeg gevoelens voor jongens, terwijl zij achter de meiden aan zaten.' Hij vertelt verder ook dat hij op zijn zevende te maken heeft gehad met ongewenste intimiteiten van een oudere jongen. 'Dat is gestopt toen ik het mijn moeder vertelde, maar ik associeerde intimiteit tussen mannen daardoor wel met iets wat slecht was.' 

Door de ervaringen als kind besloot Hooi zijn ware gevoelens weg te stoppen. 'Ik wilde zo graag als de rest zijn; een jongen die gewoon op meisjes valt.' Uiteindelijk ging de acteur in zijn eigen leugens geloven. 'Ik was een heuse romanticus. Stuurde meisjes bloemen, schreef brieven, hing uren aan de telefoon. Nu vraag ik me weleens af hoe het kan dat die gevoelens zo oprecht voelden.'

Toen hij het niet meer kon ontkennen dacht Hooi een poosje dat hij bi was. 'Zo van: anders kon ik het toch ook niet met een vrouw?' Nog steeds vindt hij vrouwen mooi, alleen voelt het voor hem pas echt echt goed met een man. 'Naarmate ik ouder werd móést ik wel concluderen dat ik echt op mannen val.'

De jarenlange geruchten maakten de acteur angstig. 'Alles wordt soms zo plat en lelijk verteld. Alsof mensen vergeten dat het over een echt persoon en een grote innerlijke strijd gaat. Ze hebben geen idee wat ze ermee aanrichten.' 

Vorig jaar deed hij mee aan Expeditie Robinson. Een moeilijke periode. 'Ik heb op dag twee verteld dat ik op mannen val. Als ik lang wilde blijven, moest ik in elk geval mezelf kunnen zijn. Dat ik er massaal ben uitgestemd, was heftig. Er leeft al ergens diep in je het gevoel dat je er niet bij hoort, dat wordt door zo'n moment extra versterkt.'

De acteur meent dat hij zich steeds lekkerder in zijn vel voelt. 'Het wordt tijd dat ik écht vind dat ik er ook mag zijn. Ik werk er elke dag aan. I'm getting there.' 

Wij gunnen Hooi ook van harte dat hij trots is op wie hij is, maar zijn vergelijking van homoseksualiteit met kanker vinden we dan wel een klein beetje spijtig.

Bron: L'HOMO