Al in 2009 lag er een antihomowet op de plank bij het Oegandese parlement. Deze zogenoemde 'Kill the gays bill' stelde voor om op homoseksualiteit de doodstraf te stellen. In 2012 werd de wet opnieuw officieel ingediend in het parlement, dit keer in iets mildere vorm; de doodstraf werd vervangen door levenslange gevangenisstraf. Ook mensen die een homo kennen en dit niet binnen 24 uur aangeven bij de autoriteiten, kunnen onder deze wet worden vervolgd. Afgelopen december werd de wet aangenomen door een meerderheid in het parlement en 24 februari zette Museveni zijn handtekening eronder.

Kolonisatie en homofobie
Om het antihomosentiment in Oeganda wat beter te begrijpen, moeten we volgens Saskia Wieringa, hoogleraar Gender and Women’s Same-sex Relations Crossculturally, terug naar de tijd dat Oeganda nog een kolonie was van Groot-Brittannië. Homofobe Afrikanen claimen dat homoseksualiteit 'on-Afrikaans' is en door koloniale machten naar Afrika is gebracht, maar in feite zijn juist de wetten tegen homoseksualiteit een Westers exportproduct. 'Afrika kent pas sinds de koloniale tijd wetten die homoseksualiteit strafbaar stellen', vertelt Wieringa. 

Ook Afrika-correspondent Arne Doornebal, die lange tijd in Kampala (Oeganda) woonde, is van mening dat het westen een cruciale rol speelt bij de toenemende homofobie in Afrikaanse landen. Alleen zoomt hij in op recentere invloeden, namelijk die van Amerikaanse conservatievelingen. Vooral de Seminar on Exposing the Homosexual Agenda, een antihomoconferentie die in maart 2009 werd gehouden, zou grote invloed hebben gehad op de snel verslechterende situatie. 'Het is misschien overdreven om te zeggen dat Amerikaanse zendelingen homohaat naar Oeganda hebben gebracht. Er leefde al een sentiment tegen homo's, maar zij hebben dit verder aangewakkerd. Je kunt het vergelijken met een berg hooi die in de fik wordt gestoken', aldus Doornebal.

Polarisatie
Ook het COC werd vertegenwoordigd tijdens het debat. De belangenorganisatie helpt buitenlandse LHBT-organisaties door ze bijvoorbeeld in Nederland een platform te geven. Zo kunnen ze hun verhaal doen en blijft men in binnen- en buitenland praten over het onderwerp. COC-voorzitter Tanja Ineke meent dat het belangrijk is dat de lokale organisaties geholpen worden door LHBT-organisaties uit andere landen, maar Doornebal is het hier niet mee eens. 'Het zet kwaad bloed bij Oegandezen. De internationale druk leidt ertoe dat het volk zich juist achter de president schaart, waardoor zijn macht groter wordt. Ze moeten het zelf doen', vindt hij. Ineke: 'Maar is afstand nemen niet hetzelfde als de LHBT's aan hun lot overlaten? Moet je als internationale gemeenschap niet een vuist maken?'

Doornebal vindt dat het in ieder geval in veel mindere mate moet. 'Het Oegandese volk kijkt met scheve ogen naar de professionele homoactivisten, die als een soort celebrity's ontvangen worden in het westen. Hoe harder het westen zegt dat het verkeerd is, hoe sneller de homohaat onder de bevolking groeit.' Fabienne Simenel, werkzaam bij ontwikkelingsorganisatie Hivos, sluit zich aan bij Inekes mening dat het westen niet 'niets' kan doen. 'Uiteindelijk zijn het wel mensen in nood. We kunnen ze niet in de steek laten. Ze verzetten zich daar waar ze kunnen. Al is het maar een speldenprikje, het zijn geen opgevers en dat is prachtig om te zien'.

Een rem op ontwikkelingshulp?
Onder de aanwezige politici was SP-Kamerlid Jasper van Dijk. Hij meent dat internationale belangen ook een grote rol spelen. 'Bij Rusland hebben wij bijvoorbeeld belang bij goede betrekkingen, dus is de overheid ook minder geneigd zich daarmee te bemoeien.' Dewi van de Weerd, coöordinator van het mensenrechtenteam van Buitenlandse Zaken vult hem aan: 'Bij een ontwikkelingsland als Oeganda, dat meer afhankelijk is van andere (westerse) landen, kunnen wij sneller sancties opleggen, wanneer de mensenrechten worden geschonden, bijvoorbeeld door middel van het opschorten van ontwikkelingshulp.'

Tijdens het debat werd ook een korte videoboodschap vertoond van Frank Mugisha, het belangrijkste kopstuk van de Oegandese LHBT-beweging. Mugisha verzoekt andere landen in zijn boodschap niet hun wil op te leggen aan Oeganda, gezien dat volgens hem een averechts effect heeft. Zelfs een boycot, zoals het opschorten van ontwikkelingshulp, helpt volgens hem niet. Wat wel helpt? Druk uitoefenen op de Oegandese regering om mensenrechten te handhaven en zorgen dat de hulp direct uitkomt bij de mensen die het nodig hebben, zonder dat de regering hiertussen zit. Hoe dit te doen? Door niet alleen homorechtenactivisten, maar ook homofobe Oegandezen bij de dialoog te betrekken. Door het opschorten van hulp worden juist de gevangengenomen LHBT's getroffen, aldus Mugisha. De gevangenen zitten met veel man in een kleine ruimte, met een gebrek aan voedsel en hygiëne omdat de overheid bij gebrek aan hulp precies daarop bezuinigt.

Conclusie
De algemene conclusie van het debat luidt dat de internationale aanpak anders moet. Het werkt averechts om naar Oeganda te wijzen met ons paternalistische vingertje. Op welke manier het wel moet, daar heeft niemand een eenduidig antwoord op. Directe financiële hulp aan LHBT-organisaties werkt volgens correspondent Arne Doornebal in ieder geval niet. 'Zo zullen Oegandezen homoseksualiteit juist niet accepteren.' Maar COC-voorzitter Tanja Ineke en activist Fabienne Simenel menen terecht dat we ook niet 'niets' kunnen doen.

Waar iedereen het in ieder geval over eens is, is dat men erover moet blijven praten en de dialoog met álle partijen moet aangaan. Het is in ieder geval effectiever dan het land sancties opleggen, zoals we nu doen. Die sancties treffen immers ook, of misschien wel juist, de Oegandese LHBT's.