Het gaat er vanavond om spannen; wint Zweden, wordt het de Oostenrijkse Conchita Wurst, misschien toch die Armeense Aram MP3 of zou het The Common Linnets dan misschien toch lukken? Zou het? En zo ja; hoe groot gaat de paniek bij de Avrotros dan zijn om voldoende budget én een Engelssprekende presentator te regelen? Hoe dan ook, voordat we vanavond kunnen kijken naar ongetwijfeld de spannendste finale van de afgelopen jaren, leek het me tijd voor een kleine trip down memory lane.

Nu Nederland twee jaar achter elkaar door is naar de finale van het Songfestival, nadat we acht (!) keer niet verder wisten te komen dan de halve finale, is het misschien veilig te concluderen dat het nieuwe systeem, waarbij er geen nationale voorronde wordt gehouden, misschien zo gek nog niet is. Toch denk ik weemoedig terug aan de tijd waarbij de beste en állerslechtste muzikale acts van de Lage Landen zij aan zij stonden (soms zelfs in een semi-uitverkocht Ahoy!) in een nationale voorronde. Hierbij een paar hoogtepunten (en zwarte bladzijden) uit de tijden van weleer.

In 2010 werd besloten dat Pierre Kartner AKA Vader Abraham een liedje zou schrijven en dat verschillende acts met hun eigen interpretatie van het liedje zouden komen, begeleid door vijf bekende artiesten. Songfestivalwinnares (nouja, voor een kwart) Lenny Kuhr vond dat lied overigens ‘armoedig’ en Edsilia Rombley, die in het Songfestival van 1998 toch een vierde plek wist te behalen, vond het concept niet goed. Je zou als TROS dan kunnen bedenken om het toch maar over een andere boeg te gooien, maar nee.

Het einde van de nationale voorronde was een redelijk debacle, toen Sieneke (coach: Marianne Weber) en de 4-koppige meidengroep Loekz (coach: Frans Bauer) allebei hetzelfde aantal stemmen van de vakjury kregen. Toen ook de publieksstem niet doorslaggevend was (het publiek stemde op Vinzzent / coach: Grad Damen), moest Kartner een winnaar aanwijzen. Kartner opperde om kop of munt te gaan gooien, maar de programmeleiding zei (vermoedelijk) ‘Nee Pierre Kartner, we zijn hier niet op de kinderboerderij waar je af en toe een krop sla over het hek gooit, dit is een serieus programma betaald met publieke gelden, dus kies gewoon even iemand, ok?’. Kartner had het er moeilijk mee, en toen een toch best wel verwarde Yolanthe Sneijder-Cabau opperde om dan nog maar eens bij de jury te rade te gaan, riep Kartner ‘Nou, Sieneke!’, waarop de programmaleiding (buiten beeld) vervolgens slingers over Loekz en Frans Bauer schoot. Een stukje professionaliteit dat zijn weerga niet kent!

Enfin, uiteindelijk had Loekz natuurlijk moeten gaan, want zes meiden weten meer dan één, draaiorgel of geen draaiorgel. Sieneke werd uiteindelijk 14e (van 17 kandidaten) in de tweede halve finale en wist zich dus niet te kwalificeren voor de finale.

In 1999 werd het Nationale Songfestival gepresenteerd door Paul de Leeuw en Linda de Mol. In dat jaar deed de gepiercete tweeling Barbara en Isabelle Kuylenburg mee als het duo Double Date. Hun liedje ‘E-Mail to Berlin’ werd geschreven door Jan Rot (die toen nog ‘gewoon’ homo was), en geproduceerd door danceduo Flamman & Abraxas. Heeft iemand trouwens nog meegekregen dat Abraxas (in het echt heet ‘ie Jeff Porter) een paar jaar geleden mee heeft gedaan aan Project Catwalk? Nee? Oké. Hoe dan ook, in hun liedje werden alle hoofdsteden genoemd van landen die dat jaar mee zouden doen aan het Songfestival, en het was ook nog iets met computers en tijdens het intro van het nummer was een inbellende modem te horen. Een perfecte inzending voor eind jaren 90, zou je zeggen, maar de meiden van Double Date zongen niet zo heel erg zuiver. Of dat kwam door slecht functionerende monitoren of iets anders laten we maar even in het midden. E-mail to Berlin blijft een van de meest memorabele Songfestivalnummers dat helaas niet naar het daadwerkelijke Songfestival mocht afreizen. De inzending die wél won, 'One Good Reason' van Marlayne, werd achtste.

Het liedje had niet veel om het lijf, en Raffaela zelf ook niet, maar in 2012 was werkelijk ieder nummer beter geweest dan You and Me van Joan ‘wannabe indiaan’ Franka. En het nummer Chocolatte, waarin Raffaela eigenlijk toegeeft flinke jungle fever onder de leden te hebben, blijft wel in je hoofd hangen. Of, zoals Sieneke zou zeggen: ‘it goes not out your head!’.

In 2001 deden drie heerlijke vrouwen mee, die volgens presentator Paul de Leeuw flink wat vocht vasthielden. Hoewel iedereen er vanuitging dat Ebonique mákkelijk door zou gaan met hun swingende nummer 'So Much Love', verloren ze helaas van een lesbische meid op blote voeten die dat jaar op het Songfestival zó slecht scoorde dat we het jaar erop voor straf niet meer mee mochten doen. Schande! En dat was ook meteen het jaar dat het Nationaal Songfestival voor de laatste keer in de Ahoy werd gehouden. Dus thanks for nothing, Michelle! (Check bij Ebonique vooral ook de outfits die zó door de moeder van Beyoncé ontworpen hadden kunnen zijn!)

In 1998 deed Frédérique Spigt (inderdaad, met een streepje op allebei de é’s!) mee met het stemmige nummer 'Mijn Hart Kan Dat Niet Aan'. Of ze dat jaar net zo goed had kunnen scoren als de uiteindelijke winnares Edsilia Rombley (zij werd maar liefst vierde met ‘Hemel en Aarde’) valt te betwijfelen, maar Spigt krijgt een eervolle vermelding omdat 'Mijn Hart Kan Dat Niet Aan' gewoon echt best wel een goed nummer is. En het was ook nog geschreven door Huub van der Lubbe (van De Dijk, inderdaad)! Ik heb vroeger trouwens gymles gehad van zijn zus, Beatrice. Jealous?

En tenslotte: in 1990 deed een jongeman mee die normaal gesproken op de markt in Amsterdam te vinden was, genaamd Gordon. In een werkelijk prachtig geel pak vertolkte hij het nummer ‘Gini’. Helaas werd deze krullenbol flink verslagen door de gezusters Maywood, die bij het echte songfestival uiteindelijk 15e werden, en daarna héééél erge ruzie met elkaar kregen. Van Gordon de marktkoopman werd weinig meer vernomen, maar naar verluidt heeft hij eerder dit jaar z’n eigen koffietentje in Blaricum geopend.

Als laatste nog een ‘tip uit eigen sluier’: als je wil dat Nederland het Songfestival wint, stem vanavond vooral níet op Oostenijk, Zweden of Armenië. Laten we onze kans zoveel mogelijk vergroten, en lekker met z’n allen twaalf punten geven aan Slovenië, want de dwarsfluit is toch onze nationale trots? Denk aan Berdien Stenberg!