Ieder jaar, als het grote moment daar is dat het ultieme homoblad van Nederland – naast Gay&Night natuurlijk – weer in de schappen ligt, verbijt ik de rode oren en al even rode kaken en leg ik netjes die paar euro neer om… zo snel mogelijk uit de ogen van de bladenboer te verdwijnen. 

M’n vriendinnen snappen het niet. ‘Wat moet je toch met die blote geile mannen?’ wordt me keer op keer gevraagd. Ik geloof dat het tijd wordt om toe te geven dat ik een same-sex attraction heb. Van heteroheren moet ik weinig weten. Het gaat niet. Het staat niet. Het voelt niet. Maar voor heren van de juiste kant heb ik een zwak, een al bijna even grote weekheid als voor mooie, heel mooie, dames. Alleen eindig ik met de eerste categorie nooit in bed. 

Maar ik ga wel met hen het blad in. Graag zelfs. Bij dezen dank ik dan ook de voltallige redactie van Gay&Night. Maar L’HOMO dus. Het maakt niet uit of ik hem op Amsterdam centraal koop, in de Athenaeum boekhandel of boekwinkel van een gemiddelde provincieplaats: er wordt altijd vreemd opgekeken als ik die cover met spierwitte of zonnig gebronsde man op de toonbank leg. 

‘Bij de piemels aangekomen klapte de winkeleigenaar het blad dicht’

Om mezelf een hoop gefiets en getrein te besparen kocht ik hem dit jaar gewoon in Bos en Lommer. Erger dan het grappende commentaar van vorig jaar kon het toch niet worden dacht ik. Ik ging naar Primera, zocht het blad in het vrouwenvak op (hoezo heteronormatief eigenlijk?) en liep naar de toonbank. Opeens merkte ik dat er eigenlijk alleen maar mannen waren in de overvolle bladenzaak. Ook merkte ik dat al die mannen veel te geïnteresseerd naar mij keken, en nog geïnteresseerder naar de glimmende cover in mijn hand. Die draaide ik dus maar snel om.

Bij de toonbank aangekomen maakte de winkeleigenaar weinig haast.
‘Wat hebben we hier?’ vroeg hij met een niet te plaatsen accent. ‘Oh, el húmo. Die ken ik nog niet!’
En hij begon het blad omstandig door te bladeren.
Zijn wenkbrauwen kregen een steeds diepere frons, terwijl ik mijn blik vast op mijn schoenen richtte. Overal geroezemoes en zacht gefluit tussen de tanden.
Bij de piemels aangekomen klapte hij het blad dicht. 
‘Dat is dan 5,50,’ zei hij bits. Ik kreeg geen bon en geen tasje. Dat wordt volgend jaar dus gewoon de Albert Heijn.

Monique Samuel (1989) is politicoloog en auteur, volg haar blog op: www.moniquesamuel.nl. Deze column verscheen eerder in Gay&Night Magazine.