Zelfcensuur
The Celluloid Closet is als het ware een videocollege over de portrettering van LHBT's in de Amerikaanse filmindustrie van de twintigste eeuw. Homoseksualiteit was jarenlang taboe in Hollywood. Verschenen er al gay personages in een film, dan werden deze 'beestjes' niet bij hun naam genoemd en waren ze vooral karikaturaal bedoeld. Het ‘mietje’, of de knullige man verkleed als vrouw en later ook als slechterik. In een fragment aan het begin van de documentaire zien we de ‘sissy’ in een western uit 1912 en een Charlie Chaplin-film uit 1916. Een aseksueel type dat er vooral was om uitgelachen te worden. En als homoseksualiteit niet om te lachen was, dan was het iets om te betreuren of te bevrezen. De VS had strenge katholieke kuisheidsregels – Legion of Decency – waardoor Hollywood zich genoodzaakt voelde zelfcensuur toe te passen ‘om de maatschappij te beschermen tegen kwade invloeden'. Alles wat in de buurt kwam van homoseksualiteit en travestie werd geportretteerd als slecht.

Deze zelfcensuur hield stand tot de jaren zestig. Het ging zo ver, dat scenaristen het plot van veel populaire boeken compleet veranderden voor de filmbewerking. In de documentaire zien we ter illustratie onder andere fragmenten uit The Lost Weekend (1945). In het boek kampt Ray Milland met alcoholisme en homoseksualiteit, in de film werd dit vertaald naar alcoholisme en 'schrijfproblemen'. Crossfire (1947) ging over moord en antisemitisme terwijl de roman van Richard Brooks waarop de film gebaseerd is verhaalde over moord en homofobie.

Dubbelzinnigheid
Maar Hollywood zou Hollywood niet zijn als het zijn grenzen niet zou opzoeken, zo toont de docu ons. In Morocco (1930) zien we Marlene Dietrich, gekleed in smoking, een ruimte binnenlopen en een vrouw op de mond kussen. De scène is duidelijk bedoeld om zowel mannen als vrouwen op te winden, zo zeggen ook Epstein en Friedman. In Queen Christina (1933) zegt Greta Garbo liever te sterven als vrijgezel dan te trouwen. Het lijkt soms vergezocht, de associaties met homoseksualiteit, maar volgens sprekers in de documentaire, allen werkzaam in de filmindustrie, waren deze films enorm suggestief voor die tijd.

Dirty secret - nasty end
Friedman en Epstein leren ons verder dat de jaren vijftig heel masculien waren in Hollywood. ‘Verwijfd’ zijn was not done, dat laat het voorbeeldfragment uit Tea and Sympathy (1956) zien. De zeventienjarige Tom wordt door zijn schoolgenoten gepest, omdat hij een ‘sissy’ is. Hij wil zijn mannelijkheid bewijzen aan de andere leerlingen door contact te zoeken met een oudere vrouw. De film biedt een soort verkapte handleiding voor het genezen van homoseksualiteit.

Vanaf de jaren zestig was de zelfcensuur grotendeels voorbij. Maar dat homoseksualiteit werd erkend en benoemd, wil niet zeggen dat het tot een positiever beeld leidde. ‘A dirty secret had to have a nasty end.’ In Walk on the wild side (1962) wordt de homo getroffen door een pistoolschot en in The children's hour (1961) pleegt een lesbische Shirley MacLaine zelfmoord.

Andere tijden
Gelukkig belicht The Celluloid Closet ook de rooskleurigere jaren die volgden. In de jaren zeventig brak de emancipatie eindelijk door. We zien fragmenten uit films als als Cabaret (1972), Making Love (1982) en natuurlijk het alom geprezen Philadelphia (1993).

De voorbeelden uit de jaren negentig zijn wel een beetje braafjes, maar The Celluloid Closet komt dan ook uit 1995. Tegenwoordig durft Hollywood veel meer, maar met deze compilatiefilm geven Friedman en Epstein een bijzonder, soms ontroerend en dan weer komisch beeld van homoseksualiteit in Hollywood in de twintigste eeuw. Bij uitstek geschikt voor een lazy sunday én ook deze kanjer kan je lekker integraal bekijken via YouTube.


TEKST: Naz Taha