Jullie hebben er de afgelopen tijd hard aan gewerkt om de zichtbaarheid van het LHP binnen de LHBT-gemeenschap te vergroten. Welk resultaat zien jullie daarvan?
MA: We merken dat de aangiftebereidheid groter is; er is meer opkomst, er komen meer meldingen. We zien dat er meer geregistreerd wordt. Dat houdt volgens mij verband met het feit dat we veel aanwezig zijn op ‘roze’ evenementen en onszelf veel profileren. Daardoor merken we dat de burger de politie eerder opzoekt, maar het heeft intern ook zo z’n uitwerkingen. De politiemedewerker achter de balie krijgt ook meer aandacht voor het thema. Dus het mes snijdt aan twee kanten.
RJ: Het lijkt misschien alsof er meer incidenten zijn, omdat er meer melding en aangifte gedaan wordt, maar we kunnen niet zeggen of dat ook daadwerkelijk het geval is. We krijgen wel meer meldingen binnen, maar dat komt volgens ons ook doordat de drempel wat lager is. En dat is een beloning van onze inzet, eigenlijk.

Jullie hebben het soms over melding, soms over aangifte. Wat hebben jullie aan meldingen?
HR: Het belang van melden is dat de politie, en dus ook de overheid, weet wat er speelt. Op het moment dat er bijvoorbeeld op een specifieke locatie veel meldingen plaatsvinden, dan kan de politie daar actie op ondernemen. Zo speuren we trends op. Als er op een bepaalde locatie in een maand tijd acht meldingen van bijvoorbeeld homodiscriminatie worden gedaan, kunnen we daaruit concluderen dat er op die locatie iets aan de hand is. Zonder dat er direct een aangifte nodig is van de betrokkenen.

Maar waar ligt de grens tussen aangifte en melding doen?
MA: Dat is niet goed te omvatten in een bepaalde lijn. Aangifte doen is ook iets persoonlijks. Wanneer je bijvoorbeeld op straat beledigd wordt door iemand, heeft dat een persoonlijke impact. Je hoeft niet per se aangifte te doen in zo’n geval. Bij twijfel zou ik adviseren om altijd naar het bureau te gaan, dan kun je het aan de agent overlaten om te bepalen hoe de afhandeling van het incident het beste tot zijn recht komt. Vaak komt vanuit meldingen een bepaalde signalering, waaruit wel kan blijken dat het nuttig kan zijn om aangifte te doen. Het één sluit het ander niet uit.
HR: Bij de gemiddelde burger bestaat het idee dat een melding doen geen zin heeft. Dat is een fabeltje. Het heeft wel degelijk zin. Een melding leidt niet automatisch tot een opsporing of een onderzoek bij de politie, maar het is wel een kennisgeving dat er een misstand heeft plaatsgevonden in de samenleving. Om het melden eenvoudig te maken, hanteren we www.politie.nl/melden, waar mensen zo laagdrempelig mogelijk incidenten kunnen melden. Daarbij is er specifiek aandacht voor discriminatie. Voor het doen van aangifte moet je wel echt naar het politiebureau. Via www.politie.nl kan je ook in contact komen met de politie voor het maken van een afspraak. Uiteraard kan je altijd 0900-8844 bellen.

Merken jullie intern ook dat collega’s makkelijker openlijk homoseksueel zijn op de werkvloer?
RJ: Dat verschilt per eenheid. Als ik over Limburg praat, is het nog niet zo makkelijk.
MA: Maar in z’n algemeen heeft het neerzetten van het netwerk wel bijgedragen aan de zichtbaarheid en ook de interne acceptatie. Er zijn best wel scherpe dialogen op de werkvloer, maar dat is op zich niet erg. De hetero collega heeft natuurlijk recht op z’n eigen mening, en het is dan juist interessant om een dialoog aan te gaan. Het onderwerp is wel meer bespreekbaar geworden. Uiteraard geldt dat die gesprekken op basis van wederzijds respect gevoerd moeten worden.
RJ: En we proberen het steeds opnieuw bespreekbaar te maken, bijvoorbeeld door op ons politie intranet informatie te plaatsen.

Dit jaar varen jullie alweer voor het zesde jaar mee met de Amsterdamse Gay Pride. Welke gedachte zit daarachter?
JK: Meevaren met de Gay Pride doen we om aan de burger te laten zien dat wij ook een deel zijn van de maatschappij. In het algemeen zijn de reacties langs de kant gelukkig erg positief. Een enkele keer krijgen we een middelvinger te zien, of wat dan ook, maar meestal wordt er geklapt als we langskomen.

Is meevaren met de Gay Pride iets dat ook echt breed binnen de politie, toch een machocultuur, gedragen wordt?
JK: Binnen de politie moeten we nog weleens uitleggen waarom wij meevaren op de boot. Er wordt weleens gevraagd waarom we onszelf in een hokje plaatsen door een netwerk op te richten en op een boot te gaan staan, terwijl ‘we’ juist normaal gevonden willen worden en geaccepteerd willen worden. Soms wordt onze deelname aan de Pride meer gezien als een feestje dan een emancipatoir statement, en dat moeten we dan intern verdedigen.
MA: Een Gay Pride is toch een soort hoogtepunt van het jaar, waar je heel makkelijk vanuit meerdere opzichten een groot podium pakt. Dus je zou gek zijn om dat te laten varen, letterlijk.
JK: Maar er zijn natuurlijk meerdere evenementen waar we zichtbaar zijn; Roze Maandag in Tilburg, Roze Woensdag in Nijmegen, Roze Zaterdag in Eindhoven en we waren bij Dordrecht Pride. Roze in Blauw is vanuit Milkshake benaderd om daar ook aanwezig te zijn.
MA: Het hele land doet wel iets. Onze collega’s uit Groningen zijn bij een bijeenkomst van de LHBT-gemeenschap geweest, het Midden-Nederland netwerk gaat bij de Gay Pride in Amersfoort op bezoek, noem maar op. Dus ook op lokaal gebied worden netwerkbanden gelegd, en dat is heel goed. Daar maken we ons ook het komende seizoen weer hard voor, om die netwerken nog sterker in de regio neer te zetten. Dáár ligt de kracht, het probleemveld en je ogen en oren van de doelgroep. Het is zaak dat je als lokaal netwerk weet wat er leeft. Als dat betekent dat je met een voorlichtingsstand op een relatief klein evenement als Dordrecht Pride staat, dan is dat juist goed, want dan ben je aanspreekbaar voor de lokale gemeenschap.

Voor meer info, ga naar www.politie.nl/melden of www.discriminatie.nl

Tekst: Martijn Tulp / Foto: Johan van Walsem / Studio Johan Fotografie