Jullie hebben een deel van de kandidaten dit jaar in aflevering 1 gelijk een make-over gegeven en dat zorgde, zoals gewoonlijk, weer voor de nodige meltdowns. Zijn de make-overs in het echte vak soms ook zo radicaal? 
‘Absoluut! Ik hoor het mensen nog zeggen: ‘it’s a rinse, darling, it’s a rinse. Je wast het er zo weer uit’. Nou, niet dus. De klant huurt jou in voor één specifiek ding, je wordt er goed voor betaald, er wordt goed voor je gezorgd, maar het kan ze even bot gezegd niet zo veel schelen wat je daarna nog moet doen. Wil je het niet? Dan zeg je nee. Die optie is er altijd. M’n wenkbrauwen zijn bijvoorbeeld een keer geblondeerd voor een shoot. Dan sta je wel de Britse Vogue te doen, maar vervolgens heb je wel een maand blonde wenkbrauwen, waar langzaam weer donkere haren doorheen komen … Het is deel van het vak. Die meltdowns verbazen me overigens elk seizoen weer. Deze meisjes zijn opgegroeid met Top Model en toch moeten ze huilen om drie centimeter haar. Aan de andere kant herken ik het ergens wel. Toen ik zo jong was wilde ik ook dat er niets af werd gehaald, maar nu heb ik echt zoiets van: joh, ram het eraf, het groeit wel weer aan. Ik vind het wel gaaf om te zien hoe in dit programma modellen worden geboren. Sommige meisjes zijn nog ontzettend bleu aan het begin en binnen een paar weken gaat hun bloem ineens openstaan.’

 
Jij komt zelfs uit Barneveld, ook niet bepaald een metropool. Was het voor jou makkelijk om naar de top te klimmen?
‘Ik ben in een ondernemersgezin opgegroeid, dus ik kreeg af en toe een goede schop onder m’n kont om me weer even met m’n voeten in de klei te zetten. Dat heeft me wel echt geholpen. Mensen plaatsen inderdaad vaak hun vraagtekens bij meisjes uit de provincie: “Kan zo'n meisje wel model worden?” Natuurlijk kan dat, zeg ik dan, maar het is ook heel afhankelijk van het team dat haar ondersteunt. Er wordt een heel marketingplan om zo’n meisje heen gemaakt. Wanneer ga je welke klant zien, wat is een mooie opbouw? Als je eenmaal de Franse Vogue hebt gedaan, ga je niet de week erna de Duitse Vriendin doen. Je moet als model ook niet vergeten dat het niet alleen om jou draait. Al hou je een boekje bij met informatie over je klanten. Je moet je eigen PR verzorgen door wat te weten over de mensen waarmee je werkt. Dat wordt heel vaak vergeten.’

Wat is je opgevallen vanuit jouw ervaring in het modellenvak? Is die wereld heel erg veranderd ten opzichte van toen jij zelf actief was?
‘Het is allemaal veel sneller geworden. Ik werkte nog met de fax! Dan zat ik in Mexico in een hotel en kreeg ik een uitdraai met een nieuwe opdracht. Wat een prehistorisch gebeuren was het toen eigenlijk. Soms had ik ook belrekeningen in een hotel van 500 dollar, dat is met Skype ook wel veranderd. De wereld is kleiner geworden, sneller, en de markt daarmee ook. Wat me ook opvalt is dat heel veel jonge meiden denken: ik ga hieraan meedoen, dus ik bén al model. Veel meiden denken: nu gaat het feest beginnen: make-up, sets, gave foto’s maken. Ze hebben vaak geen idee wat er allemaal van hen wordt verwacht. Heel veel meiden denken: ik ga voor de camera staan, doe m’n hand op m’n heup en dan is dat, maar dat is het dus niet. Die pose willen we juist nóóit meer zien. Het kan voor een 17-jarig meisje best wat heftig zijn allemaal. Het is een gave baan, het past supergoed bij je leven als je jong bent, de wereld gaat voor je open, maar het komt echt niet uit de lucht vallen. Je moet er kei- en keihard voor werken. En als jij het niet doet, dan doet het meisje naast jou het wel.’

Wie is volgens jou het beste model dat Nederland heeft voortgebracht? 
‘Makkelijk. Dat is Doutzen Kroes op dit moment. Toen ik begon, zat Karin Mulder in de high days. Daarna zijn er heel veel Nederlandse modellen geweest die het goed hebben gedaan en ook echt wel die subtop bereikt hebben, maar Doutzen is niet te evenaren. Heel veel mensen vragen mij ook of de nieuwe Doutzen tussen de kandidaten zit. Ik denk dat we twintig jaar niet het niveau van Doutzen hebben gehaald. Er zijn genoeg meiden die qua schoonheid aan haar kunnen tippen, maar zij is echt een topatleet. Je moet er gewoon ontzettend veel voor laten om die top te kunnen bereiken.’

Wat vond jij zelf het moeilijkst om te laten, toen je nog actief was?
‘Ik vloog in de high days soms wel twee keer per week trans-Atlantisch. Daar wen je op een gegeven moment wel aan, maar ik miste het “gewone”. M'n vriendinnen kregen hun eerste baan, hun eerste vriendje en ik had daar geen tijd voor. Iedereen in mijn omgeving heeft echter altijd tegen me gezegd: “Gewoon komt wel weer, ga het nu maar gewoon doen”. Bij een modellencarrière schiet je in één keer de carrièreladder op en sta je rond je 28ste al aan de top. Vanaf daar kun je alleen nog maar naar beneden, of je het nu wilt of niet. En daar moet je op voorbereid zijn. Tussen je 18de en pak ‘m beet 30ste hoef je je nergens druk om te maken. Geen verantwoordelijkheden, geen kinderen, geen hypotheek, die zorgen zijn er niet. Je knalt gewoon in business class de hele wereld over. Maar dat gaat een keer stoppen. De vraag is hoe je daar dan mee omgaat.’

Blijkbaar door Holland’s Next Top Model te presenteren. Allicht kan een van de kandidaten het op den duur van je overnemen?
‘Dat gaat wel even duren hoor. Ik heb er zes jaar op moeten wachten, dus niemand gaat dit voorlopig van me afpakken, haha.’

Is je leven inmiddels wat ‘gewoner’? Kijk je zelf iedere maandag gezellig mee op de bank?
‘Ja! Ik heb aflevering 1 inmiddels geloof ik al 4 keer gezien. Ik zat voor de eerste aflevering met de halve familie op de bank. Ik vind het ook goed om die afleveringen meerdere malen terug te kijken om er lessen uit te trekken. Ik ben heel kritisch tegenover mezelf.’

Waarin denk je dat Nederlandse modellen een streepje voor hebben?
‘In hun werkhouding. De Nederlandse mentaliteit is echt een ding in de modewereld. Niet lullen maar poetsen. Geen prinsessengedrag. Dat is echt Nederlands. We zijn punctueel, staan met beide benen op de grond en dat heeft echt z’n voordelen in het vak.’

Aflevering 4 van Holland's Next Top Model wordt vanavond om 21.30 uur uitgezonden op RTL5.
----
TEKST: Martijn Kamphorst / BEELD: William Rutten