Je gaat weer voor de oprechte ontroering met deze voorstelling?
‘Dat is voor mij waar theater over gaat. Er moet gelachen kunnen worden, maar er zit ook een serieus verhaal in. Het is eigenlijk een vervolg op de vorige show: ik eindigde in het donker, en vertelde dat ik een relatie had. En nu begint het weer met Marko. Ik vertel zijn verhaal: hij komt uit Bosnië en is in 1993 hierheen gekomen.’

Dat klinkt best als een heftig thema.
‘Het is een oorlogsverhaal: hij heeft voor zijn ogen zijn moeder door een sniper neergeschoten zien worden. Dat is een beetje de thematiek van de voorstelling. Het bijzondere aan Marko is dat hij alle reden heeft om bang te zijn. Maar hij is juist iemand die altijd zeker weet dat het goed komt. Hij is al heel snel tevreden: als hij wat te drinken en te eten heeft en een plek om te slapen, is hij al gelukkig. Ik ben daarentegen een zondagskind dat altijd alles in de schoot geworpen heeft gekregen. En ik ben degene die altijd bevestiging nodig heeft, die hoge eisen stelt, alleen maar in sterrenhotels wil liggen. Het is dus ook een verhaal over mijn eigen ego – daar zit vooral de humor dit keer in.’

Je vorige programma werd bejubeld: overal vier sterren, de Poelifinario, volle zalen. Hoe groot was de druk voor de nieuwe show?
‘Ik heb wel druk ervaren, maar toch ook vooral een enorme erkenning. Ik heb natuurlijk twintig jaar heel hard gewerkt om te komen waar ik nu ben. Het is heel bijzonder dat nu al van tevoren vrijwel alle zalen voor tachtig procent vol zitten voordat er nog maar één letter over me is geschreven. Dat is nieuw voor mij: vroeger moest ik nog net niet met zo’n sandwichbord ’s middags op de markt gaan staan om wat kaartjes te verkopen.’

Dat heeft nog meer te maken met het feit dat je zo vaak met je kop op tv bent geweest, toch?
‘Dat vertel ik ook in de voorstelling: ik heb het laatste jaar overal ja op gezegd. Ik heb van het moment genoten, want de achttien jaar daarvoor kreeg ik nergens ooit een poot aan de grond in Hilversum. Ik ben de afgelopen anderhalf jaar qua tv een soort van onderdanig hoertje geweest als ik zo terug kijk. En daar is niks mis mee – sterker nog, er zit een leuke sketch in. Er gaat een bizarre wereld en hiërarchie schuil achter de redacties van al die programma’s: als je dáár zit, kom je nooit meer door de ballotage van díé show heen. Het zijn allemaal haantjes. Ik denk persoonlijk dat als deze voorstelling in première is gegaan, ik nooit meer hoef aan te schuiven bij DWDD. Toen ik de Poelifinario had gewonnen, kwam er een redacteur op mij af: “Ja, we moeten nou eenmaal morgen de winnaar aan tafel hebben, maar we hadden eigenlijk toch gerekend op Theo Maassen”. Als ze een beetje zelfspot hebben, nodigen ze mij direct uit.’

Heb je zelf ook het gevoel dat je de afgelopen jaren echt wezenlijk beter bent geworden?
‘Ja, eigenlijk wel. Ik las toevallig gisteren bij het opruimen een script van een show van tien jaar geleden. Toen dacht ik toch: oeh. Er zaten leuke dingen bij hoor. Maar ik was ook de helft weer vergeten. En ik snap waarom.’

Het volledige interview lees je in het 200ste nummer van Gay&Night. Vanaf vandaag verkrijgbaar bij jou in de buurt.