Herman van Wijngaarden en Wolter Rose verzetten zich tegen een klimaat in de 'christelijke homowereld' waarin een beroep op de Bijbel niet meer het laatste woord heeft. Zij zijn homo, maar leven bewust in onthouding en schreven hierover in het ND. Loonstra geeft ze gelijk, 'mits de Bijbel niet gebruikt wordt om je gevoelens daarachter te verstoppen'.

Loonstra reageert hiermee op de omstreden verhalen van de twee homo’s. De predikant betoogt wel dat niet alle homo’s de gave van seksuele onthouding hebben. Hij publiceerde in 2005 het controversiële boek Hij heeft een vriend. Homorelaties in de christelijke gemeente, waarin hij pleitte voor ruimte voor homoseksuele relaties in liefde en trouw binnen de gemeente van Christus. Dit werd hem niet in dank afgenomen. Er stak een storm aan kritiek op, waarop dr. Loonstra zijn boek terugtrok 'om de weg vrij te maken voor een brede kerkelijke bezinning op dit punt'.

Ondertussen heeft ook preses ds. D. Quant zich in deze discussie gemengd. Tegen het Reformatorisch Dagblad zegt hij: 'Een volledige relatie tussen homoseksuelen, vergelijkbaar met die tussen man en vrouw in het huwelijk, gaat in tegen het synodebesluit.' Quant vindt dat Loonstra persoonlijke opvattingen over homoseksualiteit mag hebben, maar dat hij en zijn kerkenraad worden geacht de lijn van de Christelijke Gereformeerde Kerken te volgen. 'Dan weegt een kerkelijke uitspraak veel zwaarder dan een persoonlijke', aldus Quant. 

Het veelbesproken stuk omtrent Van Wijngaarden en Wolter Rose lees je hier. De opvattingen van Loonstra lees je in zijn commentaar in het Nederlands Dagblad.