Nog regelmatig word ik op een feestje of partijtje – met name door ietwat aangeschoten, blonde, heteroseksuele mannen – ‘uitgedaagd’ tot een gesprek met een van de volgende strekkingen: ‘O ja joh, ben jij homo? En neuk je dan of word je liever geneukt’ of ‘O wow, ik heb nog nooit een homo ontmoet’, met de intentie het er vervolgens lekker de hele avond over te hebben en stap voor stap mijn coming-out te herbeleven. Afhankelijk van m’n bui kan ik hier meestal prima mee omgaan. Ik hoop zelfs dat mensen na die gesprekken met een stukje nieuwe wijsheid weglopen en het evangelie verspreiden. 

Ik heb mezelf aangepraat dat deze gesprekken er – ook in deze geëmancipeerde tijd, ook in Amsterdam centrum – helaas een beetje bij horen als je open bent over je seksuele gerichtheid. Soms daag ik mijn gespreksgenoot uit door te zeggen dat ik het niet onmogelijk acht dat ik ooit weer voor een meisje zal vallen. Dat is tot nu toe in alle gevallen een brug te ver geweest. ‘Dus je bent bi?’. Nee, ik ben niet bi, maar ik sluit simpelweg niet uit dat ik mijn hele leven lang honderd procent homo zal zijn. Ik weet wel dat het een stuk makkelijker is om de buitenwereld te vertellen dat je uitsluitend en definitief op mannen óf op vrouwen valt. Als ik in de toekomst ineens weer wat zou voelen voor een meisje, zou ik namelijk eigenlijk weer opnieuw ‘uit de kast moeten komen’.

Ik kan me goed herkennen in het ingewikkelde verhaal dat Mo probeerde te vertellen bij Jinek. Het verhaal over de diep gewortelde hokjesgeest. Het vastgeroeste denken in hij óf zij. Het verhaal, hoe moeilijk ook, begon veelbelovend, totdat Robert ten Brink hem onderbrak met de opmerking dat hij het geen goed idee zou vinden als Mo een baard zou laten staan (‘Dat móét je niet doen’). Ten Brink bedoelde het vast niet zo slecht, Mo werd in een defensieve hoek gedreven, maar wat het meest zonde was: de boodschap die Mo wilde vertellen raakte volledig van de rails en belandde in een diep ravijn. Wat volgde was een niet samenhangend, haastig interview dat alle kanten opging.

Mounir, toen nog Monique, schreef ongeveer drie maanden terug een column op Gay.nl waarin hij vertelde liever de vader dan de moeder van zijn kinderen te willen zijn. Twee weken terug volgde een column waarin Monique met beide benen en de rest van het lichaam uit de kast stapte als Mo. De reacties op die column waren unaniem begripvol en warm. Dat gold helaas niet voor de reacties op het tv-optreden afgelopen vrijdag. Toegegeven, ook op mij kwam zijn reactie op zeker punt wat defensief over. Een begrijpelijke houding. Een waar hij ook een beetje toe gedwongen werd. Maar een houding die op mensen die geenszins bekend zijn met het onderwerp ‘genderdiversiteit’ – laat staan erin geïnteresseerd zijn – wat hard overkwam. De uitzending rechtvaardigde echter geenszins de initiële vloedgolf aan kritiek die volgde. Vooral op Twitter ging het van kwaad tot erger: ‘Monique Samuel is alles wat er mis is met mijn generatie’, ‘Ze heeft dringend psychische hulp nodig’, enzovoorts, enzoverder. Er is een flinke olifantenhuid voor nodig om dat soort ongefilterde ‘meningen’ moedig het hoofd te bieden. Ondergetekende had zich minimaal twee weken opgesloten om ervan bij te komen.

Gelukkig kent de discussie een aantal dagen verder meerdere kampen en is duidelijk dat de uitzending een pijnlijke zenuw heeft blootgelegd. Het is in Nederland nog steeds ontzettend lastig om in alle vrijheid van de norm af te wijken. Mo is pas net begonnen te accepteren dat het oké is om niet langer Monique te zijn. Om niet langer vrouw te zijn, noch man (maar misschien ietsje meer). Ik durf met zekerheid te zeggen dat hij zich steeds comfortabeler zal gaan voelen in deze identiteit en er dus ook steeds sterker over zal kunnen spreken. Het was een moedige stap om in deze prille fase over het onderwerp te praten in dit medium, maar een stap die voor de rest van Nederland (en Mo zelf) allicht wat vroeg kwam en vooral wat meer uitleg behoeft. Misschien bleek een mini-optreden in Jinek ook niet de juiste vorm voor een verhaal van dit formaat. Ik hoop dan ook van harte dat er over een tijdje een documentaire, interview of uitgebreid artikel zal volgen waarin Mo deze thema’s verder ter discussie stelt. Misschien dat we dan ook collectief een mooi alternatief kunnen vinden om langs de persoonlijke voornaamwoorden ‘hij’ en ‘zij’ te slalommen. Het blijft namelijk verdraaid lastig om je in woord en geschrift van de hokjesfundering van de Nederlandse taal te ontdoen.