Mijn nichtje van tweeënhalf kiest al een tijdje zelf ‘s ochtends uit wat zij die dag wil dragen. Ze heeft een passie ontwikkeld voor roze. Een passie die ze zeker niet van haar moeder (of van haar vader) heeft meegekregen. Ook hoeft ze geen broeken aan. Wanneer haar moeder haar iets probeert aan te doen wat niet bij haar idee van haar identiteit past, dan begint ze een groot drama door stampvoetend, met tranen, op de grond te gaan liggen. Heel herkenbaar eigenlijk. Toen ik vier was en mijn tantes uit het Midden-Oosten voor mij een foeilelijke kanten jurk hadden meegebracht, begon ook ik keihard te huilen en te protesteren. Het wierp zijn vruchten af, want het was de laatste keer dat mijn moeder probeerde om mij een jurk te laten dragen. 

Een jurk paste eenvoudigweg niet bij mij. Ik speelde liever op straat met de andere jongens uit de buurt. Dan gingen we voetballen, pijltjes schieten door toiletramen bij de buren of vechten met de Engelse ‘outsider’ jeugd in de buurt. Ik voelde mij gelukkig in een broek, want een broek paste bij mij net zoals dat foeilelijke roze jurkje mijn schattige nichtje heel gelukkig maakt. Veel transgender kinderen weten eigenlijk al op jonge leeftijd wat bij hun eigen gevoel van genderidentiteit past en dat komt niet altijd overeen met hun biologisch lichaam (bekijk ook deze interessante uitzending van Louis Theroux over transgender kinderen). Bovendien heb ik tot nu toe in mijn eigen transitie ontdekt dat kinderen, doordat ze nog in simpele concepten als kleding en kleur denken in plaats van taal, eigenlijk het makkelijkste met een gendertransitie omgaan. Mijn nichtje zei als een van de eerste “ik ben een meisje en jij bent een jongen”. Het was voor haar al duidelijk, hoogstwaarschijnlijk door mijn kleding en korte haar. Volwassen mensen daarentegen hebben er meer moeite mee. Ze denken in taal, analyseren je op basis van lichaamsbeharing, borstvorming of de hoogte van je stem om zo te kijken hoe ze je het beste kunnen benaderen. 

Vorige week keek ik naar een uitzending van Jinek, waarin journalist Mounir Samuel vertelde over zijn/haar worsteling met deze hokjes. Jinek zei dat hokjes ook dingen duidelijk maken. Dat is zeker zo, alleen is voor veel mensen identiteit niet iets 100 procent mannelijks of 100 procent vrouwelijks. Het is meer een spectrum. Het mooie van mijn transitie is dat ik nu eindelijk de ruimte krijg om helemaal mijzelf te kunnen zijn. Ik heb voor het eerst het gevoel dat hoe ik mij voel overeenkomt met, bijvoorbeeld, mijn smaak in kleding. Daarvoor was het altijd een bij elkaar geraapt zooitje. Ik vond shoppen in het verleden altijd vervelend omdat ik mij onwijs onprettig voelde op de dameskledingafdeling of bij de dameskapper. Dat is nu eindelijk aan het veranderen. Het voelt een beetje alsof ik opnieuw aan mijn leven mag beginnen, maar dan op de goede manier. Dinsdag 12 mei werd ik, na driekwart jaar wachten, eindelijk gebeld door de VU met het heugelijke nieuws dat ik mag beginnen aan de hormoonbehandeling. Inmiddels heb ik mijn tweede testosteroninjectie gehad en ik voel me een puberende, maar gelukkige jongeman.

X

Toby 

*De naam Toby is uit privacyoverwegingen gefingeerd. Vragen aan Toby? Plaats ze in de reacties of stuur ze aan redactie@gay.nl. Wij zorgen dat ze bij hem uitkomen.