Na jaren van stilte, angstvallig zwijgen over wat er echt in me omging, schreef ik een blog getiteld “Hoor, ik adem”, waarin ik mijn diepe depressie beschreef, mijn strijd met het zogeheten BN’er-schap en dat verstikkende gevoel niet mezelf te kunnen tonen, constant opgesplitst tussen die binnen- en buitenkant. De constante druk en verwachtingen die gepaard gaan met het vrouw-zijn, het jonge vrouw zijn, het “lesbische” vrouw zijn ook. Duizend-en-één verwachtingen en eisen van mijn familie, de maatschappij, de media. Gek werd ik van de beknellende notie publiek bezit te zijn. Het lichaam voortdurend belangrijker dan het wezen. De opvatting dat een vrouw sexy moet zijn, maar niet te sexy – want: een slet. Mooi moet zijn, maar niet te mooi – want: een bedreiging. Iedereen die altijd een mening heeft over je uiterlijke verschijning – en niet je boodschap. Als gekleurde jonge vrouw ben je immers tietenvoer voor de kijker. Ooglokkertje voor het zappende publiek. Dat zich vervolgens flink kan opwinden over het feit dat je door geen man te vangen valt. En dus nog harder los mag gaan dan op al die andere vrouwen, zo makkelijk uitgemaakt voor geil (rot)wijf, slet, hoer of bitch. 

Het is allemaal al onthutsend genoeg, maar ik voel me geen vrouw. Wat me dat maakt? De lezers van mijn blog dachten het te begrijpen. 

De Telegraaf donderde over mee heen. Evenals hijgerige journalisten, al dan niet serieuze programmamakers en weet ik al wat niet.

Mounir is immers een mannennaam en daarmee viel ik direct in een volgend hokje. Geen vrouw, dus man ... Of beter gezegd: geen meisje, dus een jongetje. Want als trans-vrouw word je nooit als volwassen gezien. Zelfs de arts van de VU zei met een half lachje: ‘Dus dit meisje wil een jongetje worden’.

Ik besloot alles af te houden op één interview na, om mij zo snel mogelijk uit deze volgende kooi te vliegen en onder mijn nieuwe naam aan het werk gaan.

Dus ik legde uit: nee. Ik wil geen jongetje worden. Ik ben een man. Een man én een vrouw. Een mens met mannelijke en vrouwelijke eigenschappen. Mijn boodschap: Laten we ons los maken van al die binaire identiteiten, noem mij maar Mo.

Het bleek allemaal wat te ingewikkeld voor het publiek bij Jinek. Hoongelach toen ik zei dat ik weleens over twee jaar met een baard in de uitzending zou kunnen zitten. Robert ten Brink die over me heen donderde: ‘Nee, nee, dat MOET je niet doen. Dat staat je niet.’ 

Hij bedoelde het allemaal zo lief, aldus Eva. Nee, zij bedoelde het lief. Maar nog geen metersdikke mantel der liefde kan het onderliggende mechanisme bedekken. 

Als mannelijke vrouw ga je niet over je eigen lichaam. Als vrouwelijke man ga je niet over je eigen zijn. En als je probeert je te ontworstelen aan de hokjesgeest word je keihard in de ho(e)k gedrukt. Maar ik heb geen vastomlijnd eindpunt, ik heb slechts een begin. Dus noem mij maar Mo en of ik nu over twee jaar een baard heb of niet: ik kijk er nu al naar uit niet een mooie vrouw of knappe man maar prachtig mens te zijn. 

Foto: Ernst Coppejans