Het maken van een vervolg op een iconische film is een hachelijke onderneming: dat bewezen de twee vorige delen van Jurassic Park, die pijnlijk in de schaduw stonden van het origineel uit 1993.

Na alle kinderziektes overwonnen te hebben, is het dino-eiland in de vierde film in de reeks uitgegroeid tot een Disney-achtig pretpark waarvan de enorme rijkheid aan details zich met één keer kijken niet volledig laat bevatten. De bekende exemplaren zijn getemd en vormen geen bedreiging meer voor het publiek dat dagelijks per tienduizenden het complex bezoekt. De eigenaars zijn echter op zoek naar een nieuwe stunt en hebben een experimentele soort gecreëerd die niet alleen groter is dan de T-Rex, maar ook moordzuchtiger en bovenal slimmer. Het 15 meter hoge dier weet uit zijn hok te ontsnappen, met alle gevolgen voor de bezoekers van dien.

De jonge regisseur Colin Trevorrow probeert met zijn Jurassic World, zoals deel 4 is gedoopt, nooit de verwondering en verbazing die het origineel opwekten te herhalen. In plaats daarvan bouwt hij knap de mythologie van de serie uit in de geest van grote roerganger Spielberg. Waar de andere twee vervolgen er niet in slaagden dezelfde aantrekkelijke mix van verbluffende effecten, humor, schrikeffecten en interessante personages te serveren, lukt dit Jurassic World wél. Chris Pratt en Bryce Dallas Howard nemen in hun hoofdrollen als kloeke dinotemmer en harteloze directrice van het park de materie serieus genoeg om het avontuur spannend te houden, maar doen dit tegelijkertijd met de vette knipoog die het origineel zo onweerstaanbaar maakte.

Tekst: Robbert Blokland