Langzaam maar zeker kleuren er steeds meer profielfoto’s van mijn Facebookvrienden in de regenboogkleuren. Het Witte Huis in Amerika wordt prachtig uitgelicht in rood, oranje, geel, groen, blauw en paars. We worden op de sociale media getrakteerd op aandoenlijke, grappige, strijdbare en emotionele stellen die elkaar, eindelijk, het zo gewenste legale ja-woord kunnen geven. 

Zelf ben ik gevoelsmatig – geen principekwestie – nooit zo’n voorstander geweest van het huwelijk. Ik heb niets met trouwjurken. Kan mij niet druk maken over of de servetten bij een bruiloftsdiner ivoorkleurig, off-white of eierschaalwit zijn (geloof me, ik heb daar vriendinnen van aan de kalmeringstabletten zien gaan). Ik huil niet op bruiloften, blijf niet staan voor bruidswinkels en schiet niet vol van schattige bruidsmeisjes/-jonkertjes. Bijna 30 jaar geleden koos ik met mijn hart voor een man die later de vader van mijn kinderen zou worden. Pas toen onze oudste Mej. R. zich bijna aankondigde, bleek dat het om praktische redenen handiger was om het een en ander ‘even’ op het stadhuis te regelen. En dat hebben we toen ook maar gedaan. Voor mij veranderde er op het gebied van de liefde helemaal niets. 

Na alle ophef over de uitbreiding van het huwelijk in Amerika zie ik hoe arrogant ik eigenlijk ben geweest. Ik had de luxe om het huwelijk ‘onbelangrijk’ te vinden. Wilde ik het niet, nou dan toch niet. En toen bleek dat het toch wel praktisch was, was één bezoekje aan het burgerloket van onze gemeente voldoende. Twee weken later was ik zonder problemen een echtgenote en was ons nog net ongeboren meisje met één pennenstreek voorzien van voor de wet erkende ouders. 

Als je gemakkelijk kunt trouwen en daarmee dingen goed kunt regelen is trouwen een optie. Als je dus niet eenvoudig of al helemaal niet kunt trouwen (en dus bepaalde zaken niet juridisch kunt vastleggen) wordt dat hele huwelijk natuurlijk veel meer beladen. Dan ga je, terecht, vechten voor gelijkheid. En die gelijkheid is nu in Amerika gelukkig ook een feit en in Nederland vieren we het mee. 

Maar de tweet van het Witte Huis meteen na de goedkeuring van de wet: ‘Love wins’ vond ik een beetje vreemd. Lief bedoeld waarschijnlijk maar ‘Finally, justice’ had ik persoonlijk gepaster gevonden. Want de ‘love’ was er al. Is er namelijk altijd al geweest en heeft altijd al overwonnen. Ik zag een stel hoogbejaarde heren die al 54 jaar samen waren, elkaar zoenend feliciteren na hun ja-woord. Ontroerend. Ook voor hen, neem ik aan, zal er wat hun liefde aangaat weinig veranderen. Wat wel gelukkig veranderd is, is dat zij nu, na 54 jaar, gerechtigheid krijgen. De terecht verkregen status van ‘gehuwd’ mogen aanvinken op officiële papieren. Eindelijk.

Een bruiloft is een persoonlijk iets. Je kunt die op vele manieren vieren: klein en bescheiden, groots en meeslepend, twee heren, twee dames, een dame en een heer. Maar een trouwdag is maar één dag. Waar het omgaat is de periode daarna. Als twee volwassen mensen er vrijwillig voor kiezen om hun leven samen te delen, hebben alle koppels recht om juridisch als een getrouwd stel gezien te worden. Met allemaal dezelfde rechten en plichten. Voor de liefde binnen dat huwelijk zijn ze samen verantwoordelijk, voor de gelijkheid van alle koppels zijn we als samenleving verantwoordelijk. 

Ik weet niet of Tokke de ambitie heeft om ooit te gaan trouwen. Maar ik ben blij dat hij dezelfde afweging kan maken als zijn ouders: Het is een optie, een van de mogelijkheden. Als het hem en zijn toekomstige partner beter uitkomt om te trouwen of als ze dat gewoon héél erg leuk zouden vinden dan kunnen zij (net als zijn vader en ik ruim 22 jaar geleden) gewoon naar het burgerloket van hun gemeente gaan. En Tokke kennende zal er dan vast een groots en meeslepend feest volgen. En misschien moet ik dan zelfs wel huilen op die bruiloft. Wie weet… Waarschijnlijk wel; net als bij de eventuele bruiloften van Mej. R., Es en Em. 

Foto: Tokke