Met de Gay Pride voor de deur en de daaraan voorafgaande gayweek op NPO 3, is het interessant om terug te blikken op de televisiehomo door de jaren heen. Wat ons opvalt is dat de hoeveelheid LHBT's op tv niet alleen toeneemt, maar dat de verhaallijnen over deze personages ook nog eens steeds realistischer worden. 

'Tv beïnvloedt wereldbeeld'
Journalist Chris Buur wijst er wat ons betreft terecht op dat de rol van televisie bij acceptatie en emancipatie niet onderschat moet worden. 'Het behoeft weinig betoog dat televisiefictie op zijn minst voor een fiks deel bepaalt hoe je naar de wereld kijkt, wat je goed vindt of moreel verwerpelijk, cool of uncool. In dat licht is het een rare ervaring als je je als homo in fictie zo matig gerepresenteerd weet. Tot diep in de jaren tachtig kwam homoseksualiteit in het gedramatiseerde tv-universum nauwelijks voor, met andere woorden: wat je in het dagelijks leven normaal zou moeten vinden, werd in een belangrijk radertje van je morele kompas vrijwel geheel ontkend', schrijft de journalist.

Anno 2015 is op dat gebied veel vooruitgang in geboekt. Amerikaanse homo-organisatie GLAAD meet ieder jaar hoeveel homoseksuele karakters er in de Verenigde Staten op tv te zien zijn. In het laatst geturfde Amerikaanse tv-seizoen 3,9 procent van de personages een lhbt; lesbiënne, homo, biseksueel of transgender. Dat is tegenover een niet eens te meten percentage in de jaren tachtig aanzienlijk. 

Buur beschrijft in een recent stuk de geschiedenis van het homotelevisiepersonage, in drie emancipatiefases.

De sympathiejaren 1977-1997
Als voorbeeld voor deze fase refereert hij naar Billy Crystal, die in sitcom Soap de rol van Jodie Dallas vertolkte. Hij was niet de eerste televisiehomo, maar wel het eerste homopersonage dat tot de vaste cast van een mainstreamserie behoort. 

De accessoirejaren 1997-2002
Homo-zijn kreeg volgens Buur in de jaren negentig weer iets hips, en van de grootsteeds-libertaire kringen druppelde dat de mainstream van New York en Hollywood binnen. In Nederland maakte Paul de Leeuw de sitcom 4 Seth & Fiona, over een 'hopeloos smachtende' homo, zijn buurvrouw-zus en zijn Duitse 'leernichtvriend' Freek. Maar de echte omslag volgde volgens Buur op 30 april 1997, toen Ellen DeGeneres als Ellen in de sitcom 7 Ellen haar coming-out beleefde, nadat ze dat al eerder in het echt had besproken bij Oprah en in Time Magazine. De aflevering werd een daverend succes in waardering en kijkcijfers.

Homoseksualiteit werd in tv-fictie definitief de flavour of the decade. Buur noemt Will&Grace, dat vanaf 1998 begon veel Emmy;s in de wacht sleepte.Deze en comedy over een homoseksuele advocaat die samenwoont met zijn beste vriendin en bevriend is met extravagante homo Jack. Buur: 'Een heel klassieke situatiekomedie, in de zin ook dat de homoseksualiteit meer de situatie is dan de drijvende kracht achter het drama. Wills gedoetjes met mannen onderscheidden zich nauwelijks van die van Grace, kregen bovendien veel minder aandacht, en schmiergay Jack was de homo-om-om-te-lachen, in wezen niet veel verschillend van Mr. Humphreys in de Britse billenknijpkomedie Are you Being Served? van twee decennia eerder.'

Uitzinnig gaygedrag als comedy-element, met andere woorden: net als in de andere series van de jaren negentig diende de homo in een meer of minder prominente rol als leuk accessoire om je tv-serie een zekere verrassende bite te geven.

De postpuberteit 2002-?
'Intussen braken de gouden jaren van het televisiedrama aan', schrijft de journalist. Kabelzenders, HBO voorop, ontdekten dat ze kijkers konden trekken met gewaagd en kwalitatief hoogstaand drama. Homoseksualiteit werd als ingrediënt niet overgeslagen. 'Van Doctor Who tot Orange Is the New Black, van True Blood tot GTST tot The Vampire Diaries, elke serie zijn verplichte gay character te hebben', stelt Buur.

En hoewel homo's steeds minder gestereotypeerd worden, is de  3,9 procent die in Amerikaanse series werd geturfd, alsnog minder dan de minstens 5 procent die de grove schatting vormt van het aantal LHBT's in het echte leven. Buur: 'En anders dan heteropersonages hebben televisiemakers met hun homopersonages nog altijd een bedoeling. Dramatisch, doelgroeptechnisch, of anderszins.'

Idealiter krijgen we in de toekomst nog vaker LHBT-karakters die 'toevallig' ook homo zijn. Eerder dit jaar zei Looking-ster Frankie J. Alvarez hierover: 'Wij zetten geen stereotype homo's neer in Looking, maar echte mannen en vrouwen. We marginaliseren homo's niet meer zo vaak als voorheen.' Laten we hopen dat deze ontwikkeling inderdaad doorzet.

Het enige dat nog echt uit balans is, is het aantal gekleurde homoseksuelen op tv. Veruit de meeste gay-personages zijn volgens GLAAD blank.

Meer over de emancipatie van de fictiehomo? Lees het artikel in de Volkskrant. En klik hier voor het artikel over Frankje J. Alvarez.