De belangenorganisatie bepleit dat er een expliciet verbod komt op LHBT-discriminatie in artikel 1 van de Grondwet. Nu wordt LHBT-discriminatie daar niet genoemd, terwijl het artikel discriminatie op grond van onder meer godsdienst, ras en geslacht wel expliciet verbiedt. Volgens het COC wekt dat de indruk dat het gaat om een ‘tweederangs’ discriminatieverbod.

Er is een duidelijke maatschappelijke noodzaak voor een verbod in de grondwet, meent het COC. Zo krijgen LHBT’s vaak te maken met geweld en discriminatie, worden LHBT-jongeren veel getreiterd en liggen werkeloosheidscijfers bij transgenders tot vier maal hoger.

Expliciete vermelding biedt bijzondere rechtsbescherming, zo concludeerde een speciale regeringscommissie al in 2006. Zo is discriminatie bij de rechter soms beter bewijsbaar en dwingt het de wetgever er voor te zorgen dat LHBT’s ook in de toekomst beschermd worden tegen discriminatie.

Het COC betoogt in NRC verder dat een expliciet verbod op LHBT-discriminatie in de Grondwet een duidelijk signaal vormt dat LHBT-discriminatie onacceptabel is. Het maakt duidelijk dat discriminatie wegens godsdienst (wel expliciet genoemd) en seksuele identiteit (niet genoemd) even zwaar wegen. Juist deze twee gronden schuren in praktijk nog weleens, bijvoorbeeld wanneer weigerambtenaren met een beroep op godsdienst LHBT’s discrimineerden.

Het College voor de Rechten van de Mens en het Sociaal en Cultureel Planbureau adviseren ook tot een Grondwettelijk verbod op LHBT-discriminatie. Negen andere Europese landen, waaronder Spanje, Zweden en Malta, hebben al zo’n verbod. Het feit dat Nederland zo’n verbod niet heeft, is één van de redenen waarom ons land volgens de Europese LHBT-organisatie ILGA is afgezakt naar de zevende plaats in Europa waar het gaat om LHBT-rechten. 

Wijziging van de grondwet maakt deel uit van COC’s voorstel tot een nieuw ‘Roze akkoord’ met regering en parlement, in navolging van COC’s Roze Stembusakkoord uit 2012. Van zo’n akkoord zouden volgens het COC verder een hoger wettelijk strafmaximum bij discriminerend geweld, afschaffing van geslachtsregistratie, een regeling voor meerouderschap en een verbod op transgendersdiscriminatie deel uit moeten maken.