Het publiek is direct een stuk jonger, maar om nu te zeggen dat de sfeer veel vrolijker is?

Regenboogkleuren. Foto’s van medewerkers aan de muren. Teksten over Transpride. Flyers. Brochures.

Ik pak er een aantal op. De eerste vat alles al samen: reclame voor een beautysalon en haarstudio. Als je het over doelgroepgerichte marketing hebt. Een mooie transvrouw lacht me met glimmende ogen en nog meer glimmende haren toe. Nou, daar hoef ik in ieder geval niet heen. De enige kapper die ik nog zie hanteert niet veel meer dan een tondeuse. 

'Ze zouden mooie kunstfoto's op moeten hangen, we hebben geen kanker'

De aanwezige heren lijken er al net zo over te denken. Baggy broeken. Kort opgeschoren haar. Stuurse, enigszins onzekere blik. Een boel ongemakkelijkheid, zo voelt het. En: echt een ziekenhuis.

Ze zouden mooie kunstfoto’s op moeten hangen. Lounge banken. Muziekje erbij. We hebben geen kanker. Ik begrijp dat het ziekenhuis tot de gereformeerde Vrije Universiteit behoort, maar iets meer cerebrale speelsheid en minder calvinistische soberheid zou toch wel prettig zijn.

En schoonheid. Wat is het met ziekenhuizen en spuuglelijke ellende? Als je al niet gedeprimeerd was, zou je het van de grijze muren toch worden. Knap personeel, dat wel. Een hormoonarts die lijkt op het nieuwste H&M-model. Een psycholoog waarmee ik wel een biertje zou willen drinken.

Ik vraag me af of zij ook naar desbetreffende beautysalon gaan. Misschien kan ik daar straks mijn zo gewraakte baard laten scheren. Lijkt me wel leuk, mooie lange vrouwenhanden aan mijn geprononceerde mannelijke kin.

Foto: Ernst Coppejans