Kerst. 

Ik word er blij van. Op 6 december ga ik los met kerstversiering in huis en bedenk alvast wat ik ga koken eerste en tweede kerstdag. Deze tutmus geniet van donkere avonden samen met ’t gezin aan de grote tafel. Vrienden die aanwaaien. Glazen wijn, warme chocomel, iets lekkers erbij en alle kaarsjes aan. Ik bouw met liefde een veilige cocon en waan me in een goede wereld.

'Ik ben te oud voor sprookjes, helaas, dus ik moet zelf de goede fee zijn'

Doorgaans is mijn wereld de rest van het jaar ook veilig en goed. Maar er zijn dagen dat ik een goede fee wens. Eén die met een dik polsje haar toverstokje rondzwaait en de wereld voorziet van positieve glitters en sterretjes. Ik ben te oud voor sprookjes, helaas, dus moet ik het zelf doen; die wereld voorzien van optimisme, liefde en gezond verstand. Misschien wel beter ook, het dwingt mij om mijn best te doen in plaats van het over te laten aan een mollig wezentje met vleugels. 

‘Ik ben natuurlijk tegen welke vorm van schelden ook, maar ook trots dat Tokke deze manier heeft gevonden om domme mensen op een intelligente manier van repliek te dienen.’

Vorige keer was dit de laatste zin van mijn column. Vlak nadat ik hem geschreven had, kreeg ik vrij laat op de avond een appje van Tokke. Of ik nog wakker was en zo ja, of ik even kon bellen. Hij was op de terugreis van de Dutch Design Week in Eindhoven naar Arnhem en hij zat een deel van zijn reis in de bus omdat er hopeloos veel treinen uitvielen. Toen ik hem belde, zat hij net het laatste deel van zijn reis weer in de trein. Hij was al ruim 5 uur (!!!) onderweg. Na 20 jaar hoefde ik zijn gezicht niet te zien om gelijk te horen dat er iets mis was.

‘Dat die scheldende eikels zo dom zijn kan ik nog wel aan. Maar die zwijgende massa, dát nekte me.’

Hij deed zijn verhaal: ‘Ik zat net in een propvolle bus naar Nijmegen. Er stapten vier jonge mannen in die aan de andere kant van het gangpad naast me kwamen zitten. Nadat ze me eerst uitgebreid bekeken hadden, begonnen ze rotopmerkingen te maken. Omdat ik reageerde door mijn oortjes van mijn mobiel in te doen en muziek op te zetten, verhoogden de heren hun volume en werden de opmerkingen steeds kwetsender en dommer. Echt mam, ze gingen helemaal los, die eikels. Af en toe keek ik de bus in, die inmiddels stil was geworden. Niemand zei wat en veel mensen keken me aan. Als ik terugkeek, wendden ze snel hun blik af. Zelfs de mevrouw tegenover me. 20 minuten gingen die sukkels non-stop door. Toen moesten ze er gelukkig uit. Schreeuwend verlieten ze de bus en toen deze weer doorreed was het muisstil en keek iedereen me aan. Niemand reageerde, ook toen niet. En weer draaiden ze weg als ik ze aankeek. Dat was het moment dat ik even brak. Dat die scheldende eikels zo dom zijn kan ik nog wel aan. Het zegt zoveel meer over hen dan over mij. Maar die zwijgende massa, dát nekte me. Zelfs toen ik daarover heel kort even moest janken was er niet één troostende blik, niet één aardig woordje. Helemaal niets. Stomme lafbekken.’

Natuurlijk zijn er veel schrijnendere verhalen over homo-agressie. Maar dit was mijn kind die daar alleen in een bus verbaal belaagd werd en geen hond die een poot uitstak. Terwijl ik zeker weet dat als één persoon de moed had gehad om zich uit te spreken of zich over mijn kind had willen ontfermen, er meer personen gevolgd zouden zijn. Dat ene sterretje uit het toverstafje van moed is vaak genoeg. Dan was deze scheldkanonnade waarschijnlijk in de kiem gesmoord geweest. 

Dat is bij dezen dan ook mijn kerstwens: lef, durf en moed voor de eerste persoon in de zwijgende massa. Om naast iemand te gaan staan in diezelfde massa die het op dat moment nodig heeft. Wie dan ook. Dan volgen er vaak meer en is de massa honderd keer sterker dan die paar domme individuen.

I’m dreaming of a pink Christmas. Fijne, warme en dappere feestdagen, lieve lezers van mijn columns.

Foto: Mgr. Madhatter