‘Hey, alles goed? Heb je meer foto’s?’, was mijn openingszin. Mijn relatie was net uit, maar mijn hormonen waren duidelijk klaar voor een nieuw avontuur. Hij vroeg waar in Utrecht ik woonde en vertelde dat hij wilde afspreken. Ik gaf hem mijn adres en binnen twee uur stond hij op de stoep.

Ameer, noemt hij zichzelf. Hij drinkt geen alcohol en vraagt om een glas cola. Twee maanden geleden vluchtte hij uit Irak, vertelt hij. Met een bootje stak hij over naar een Grieks eiland. Vanaf daar heeft hij veel gelift en met de trein gereisd. Hij mist zijn familie en vrienden en heeft iedere dag contact. Hij is als de dood dat zijn familie iets overkomt. Ameer vertelt al snel dat hij officieel geregistreerd staat als vluchteling. Hij verblijft in een grote zaal met veel andere mensen. Een plek waar men met elkaar op de vuist gaat en waar spullen worden gestolen, vertelt hij. Maar Ameer lijkt gelukkig, hij vindt Utrecht een leuke stad. Beter dan Arnhem, waar hij eerst verbleef. Nadat we beiden onze behoeftes hebben vervuld en hij weer ‘thuis’ is, stuurt hij nog een berichtje. ‘Hope to see you later.’

‘Hij verblijft in een grote zaal met veel andere mensen. Een plek waar men met elkaar op de vuist gaat en waar spullen worden gestolen…’

Een week later ontvang ik weer een berichtje van Ameer. Hij wordt morgen overgeplaatst naar Wassenaar en wil me graag nog een keer zien. Ik twijfel of ik nog eens wil afspreken. Deze jongen woont nog maar twee maanden in Nederland, kent vrijwel niemand en wordt misschien wel heel snel afhankelijk van mij. Iets waar ik als verse happy single een beetje voor vrees. Ik benadruk een aantal keer dat ik enkel voor seks wil afspreken, wat hij niet leuk lijkt te vinden. ‘Ik vind je leuk voor de liefde én seks’, stuurt hij ineens. Ik schrik me rot. ‘Grapje’, zegt hij snel daarna. 

Ondanks mijn twijfel komt er toch een tweede date. Ameer laat me YouTube-filmpjes zien over het winnen van aardgas in Irak. Dat was zijn baan toen hij nog daar woonde. Hij is verbaasd dat ik niet weet hoe het precies werkt. ‘Dat doen we geloof ik niet in Nederland’, zeg ik. Hij kijkt me raar aan. Ik suggereer dat hij ook een baan kan zoeken in Nederland, in de bouw. Ondanks zijn gebrekkige kennis van de Engelse taal zegt hij dat graag te willen.

Ameer kijkt ertegenop om overgeplaatst te worden naar Wassenaar. ‘Een kleinere stad, waar alleen rijke mensen woonden’, zegt hij. Ik grap dat hij dan maar een rijke tata aan de haak moet slaan. Onze laatste avond samen is als een gepassioneerde seksscène uit een romantische film.

Na het douchen vindt Ameer nog een oud scheerapparaat in mijn prullenbak. Hij kijkt me vragend aan. ‘Doet pijn tijdens het scheren’, verklaar ik. Hij vraagt of hij het mee mag nemen. Treurig, die jongen heeft echt helemaal niets. Ik geef hem nog twee condooms en een tasje van de Bijenkorf voor het scheerapparaat.’

Beeld: Still uit Weekend (2011)