Al heel vroeg had ik het idee dat Tokke weleens gay zou kunnen zijn. 4 of 5 jaar was hij. Waarom? Ik weet het niet, maar ik voelde het. Het voordeel daarvan was dat ik kon proberen het hem niet onnodig moeilijker te maken als het later eventueel aan de orde zou komen. Daarbij moest ik soms denken aan mijn geweldige tekendocent op de middelbare school.

Wij mochten in zijn lessen altijd wat rondlopen en praten. Op een dag, ik denk dat we 13 of 14 waren, werden er moppen verteld in de klas. De leraar deed ook mee. Op een gegeven moment werden er ook homomoppen verteld. Sommige hard en kwetsend. Toen zei de docent: ‘Willen jullie even allemaal jullie spullen neerleggen’. Hij keek de klas aan en vroeg alleen: ‘Hoe ingewikkeld is het voor jullie op deze leeftijd, om als hetero verliefd te zijn? Om als jongen aan een meisje te vertellen wat je voelt? Om als meisje aan een jongen te vertellen wat je voelt? Aan jezelf te vertellen wat je voelt?’ De vinger op de zere plek. De klas reageerde dan ook overdreven stoer en ongemakkelijk lacherig omdat we ons inderdaad allemaal in die onzekere fase van eerste, vaak onbeantwoorde liefdes bevonden. 

‘Ik heb altijd geprobeerd alle deuren voor mijn kinderen open te houden’

Absoluut niet boos, maar juist heel rustig ging de leraar verder: ‘Procentueel gezien, moeten er hier 1 of 2 kinderen in de klas zitten die aan het ontdekken zijn dat ze homo zijn. Realiseren jullie je, dat je het voor deze klasgenoten op deze manier helemaal moeilijk maakt? Terwijl die kinderen juist nu hun vrienden en vriendinnen heel hard nodig hebben. Jullie sluiten voor hen de deur om er met jullie serieus over te praten, door homo’s op deze manier belachelijk te maken. Ga maar weer verder met je tekening nu en denk er alsjeblieft iets meer over na in het vervolg.’

Zijn korte betoog maakte op de hele klas diepe indruk. Ik weet dat één jongen nog vroeg: ‘Maar u bent toch geen homo, meneer?’ Waarop hij glimlachend antwoordde: ‘Nee, maar wel docent op een middelbare school’. Ik begrijp nu als volwassene nog veel beter wat hij toen bedoelde. Zijn woorden zijn niet voor niets al die jaren blijven hangen. Ik vond hem destijds al zo’n fijne leraar en later, met terugwerkende kracht, helemaal. 

Ik had als ouder nog steeds profijt van deze wijze les toen Tokke en Mej. R. als hummeltjes van 4 en 6 jaar thuis rondhobbelden. Ik wilde sowieso proberen altijd alle deuren voor hen open te houden. Ik heb tegen beiden, als we het over ‘later’ en ‘verkeringen/trouwen’ hadden, altijd gezegd: ‘Ik hoop dat je later met een leuke man of vrouw thuis komt’. 

De eerste keer zei Mej. R.: ‘Maar mam, ik trouw toch niet met een vrouw!’ en Tokke: ‘Maar ik word later toch verliefd op een vrouw!’. Dat gaf mij dan de gelegenheid om te antwoorden: ‘Ja dat kan, maar het zou ook anders kunnen lopen.’ 

‘Als het voor de mop nodig is om iemand pijn te doen, is het sowieso nooit grappig’

Ik heb ook nooit echt kwetsende grappen (over wie dan ook) in huis getolereerd. Als het voor de mop nodig is om iemand pijn te doen is het sowieso nooit grappig. Ik hoopte dat Tokke op die manier in alle rust kon ontdekken wie hij was. En dat gold natuurlijk niet alleen voor Tokke, maar ook voor mej. R, Es en Em. Het blijft als ouder je allerleukste, je allerbelangrijkste en ook je allermoeilijkste taak om samen met je kind te ontdekken wie hij of zij is. Niet hopen dat het kind wordt wie jij misschien voor ogen had, maar wensen dat het je lukt om de vader of moeder te zijn die je kind nodig heeft.

Tokke heeft voor zichzelf best wat hobbels moeten nemen om uit de kast te komen. Ik heb hem zien worstelen zo nu en dan. Maar ik ben heel blij dat we een veilig genoeg thuis voor hem hebben kunnen creëren, zodat hij, toen hij daar zelf aan toe was, geen belemmering voelde om te vertellen wat we eigenlijk al 10 jaar wisten. Mede met dank aan mijn tekenleraar.