Voor jou is dit misschien een heel normaal verhaal. Toen ik het las, voelde ik echter verschillende emoties. Verbazing (is dit gebeurd in de kerk waar ík ben opgegroeid?), oprechte blijdschap (wat top voor die jongen dat hij zulke ouders heeft!), maar ook een klein beetje jaloezie…. 

Maar het verhaal gaat verder. De jongen wilde graag in de kerk blijven waar hij is opgegroeid. Hij ontving een uitnodiging van de raad van de kerk. ‘Er is een dialoog,’ hoor ik je denken, ‘mooi!’ In het begin was het ook een goed gesprek. Naar mate het gesprek vorderde, vond men echter dat ‘de opvattingen die deze jongen heeft over het homo zijn’ toch niet helemaal passen in de gereformeerde gemeente. En zo vertrok hij uit de kerk waar hij graag wilde blijven.

‘Nog altijd gaan mensen in gereformeerde gemeenten soms niet naar een verjaardag wanneer er een homo aanwezig is’

Zijn strenggelovige ouders kregen te maken met veel onbegrip. Vanuit hun eigen kerk. Van hun ‘eigen’ mensen. Zijn ouders, broers en zussen hebben hem echter niet laten vallen. Zijn ouders besloten zelfs een werkgroep op te richten voor ouders die met dezelfde ‘problematiek’ te maken hebben. Want nog altijd wordt er in de gereformeerde gemeenten over homo’s gesproken als ‘viezeriken’. Nog altijd gaan mensen van deze kerk soms niet naar een verjaardag omdat er een homo aanwezig is. Nog altijd wordt er gedacht dat homoseksualiteit niet voorkomt in hun kerk. Het blijft voor hen de ergste zonde die er is.

Ik verbaas me over deze ouders, over de gesprekken die zij voeren met hun zoon. Voor mij was dat er niet bij toen ik uit de kast kwam. Noch in de 10 jaar dat ik nu uit de kast ben. Praten met mijn ouders. Praten met mijn zus. Met mensen uit of van de kerk. Maar moet ik dat mijn ouders kwalijk nemen, de kerk, of misschien mijzelf?

Ik heb tot mijn 20ste een prima jeugd gehad, maar een goed, open gesprek kan ik me niet herinneren. Zit in de familie, zou je kunnen zeggen. Het was echter ook duidelijk een probleem van de kerk waarin ik ben opgegroeid. Toen ik uit de kast kwam werd de deur echter dichtgeslagen. Als ik op straat liep voelde het alsof de luiken werden dichtgeslagen. Ik voelde mij een vreemdeling. Niet meer welkom in een kerk waarin ik zo actief was. Ik speelde orgel, was koordirigent en had een fijne vriendengroep opgebouwd…

'Het maakt me blij om te zien dat er homoseksuele jongeren in mijn kerk zijn wiens vrienden hun vrienden blijven'

De gereformeerde kerk weet anno 2016 nog steeds niet hoe ze om moet gaan met homoseksualiteit. Daarom wordt vaak gekozen voor de moeilijke weg. De andere kant op kijken. Het ontwijken. Het ontkennen en negeren. Peter is er niet meer. Naar mij wordt verwezen als ‘die homo’. Mijn zus vertelt haar kinderen dat ome Peter in zonde leeft. Mijn moeder zegt me dat de kerk boven haar kinderen staat.

Het maakt me blij om te zien dat er homoseksuele jongeren in mijn kerk zijn wiens vrienden hun vrienden blijven. Wiens broer hun broer. Wiens ouders wél opkomen voor hun kinderen, werkgroepen oprichten en bij elkaar komen om te praten. Hun kinderen willen zien. Het onderscheid kunnen maken tussen hun kind en zijn of haar opvattingen. Homo of niet.

Foto: Mgr. Madhatter