In Engelen in Amsterdam volgen we pianist Youri Wolderink. Hij raakt geïnfecteerd met het aids-virus. Zijn vriend Louis raakt in paniek, verlaat hem en begint een relatie met de gereformeerde, getrouwde Boudewijn. De eveneens besmette, gehaaide advocaat Oscar Schleifenstross is nietsontziend in zijn pogingen het medicijn AZT te bemachtigen en zijn hachje te redden.

Dit stuk speelt zich af in het Amsterdam van 1985. Hoe was die tijd voor jou?
‘Heftig. Heel heftig. Ik kan het niet anders verwoorden. Ik kwam in 1981 naar Amsterdam, vanuit de veiligheid van de toneelschool in Maastricht. Ik stortte me hier heerlijk in het feest van de bevrijding van de homoseksuelen dat toen volop gaande was. In de Reguliersdwarsstraat kon je over de hoofden lopen. Er was een uitgelaten sfeer. Alles kon: hand in hand lopen, zoenen op straat. Het was allemaal prima. Het was een heel fijne sfeer. Totdat de berichten binnen begonnen te komen over een rare nieuwe ziekte uit Amerika. Toen sloeg de sfeer vrij snel om.’

Werden de eerste geruchten over aids gelijk serieus genomen?
‘We hoorden met name over mensen met griepverschijnselen die maar niet over gingen. Niet veel later volgden geluiden over longontsteking en rare vlekjes. Het werd steeds duidelijker dat het om een ernstige aandoening ging. Toen waren er ineens de eerste sterfgevallen. Er was op dat moment eigenlijk niets tegen te doen, er was geen zicht op een remedie. Al snel begonnen de eerste gevallen zich voor te doen in Amsterdam. De GGD zette hier gelukkig al wel vrij snel een voorlichtingsprogramma op, omdat duidelijk was dat de ziekte voornamelijk voorkwam onder homoseksuelen en dat je het opliep door in contact te komen met geïnfecteerd bloed of sperma. Er werd hier heel snel ingesprongen op de ernst van de situatie.’

‘Dit stuk gaat over de diepe emoties waarmee je geconfronteerd wordt als je getroffen wordt door een ramp’

Opvallend. De stad New York was namelijk niet bepaald welwillend om het probleem onder ogen te zien.
‘Dat was in Amerika inderdaad heftiger dan hier. Het neoconservatisme woedde toen onder de macht van Reagan. Het was allemaal erg repressief. De Republikeinen moesten niets hebben van al die homo’s, en dan werden ze nog ziek ook. Het zou allemaal veel te veel geld gaan kosten. Gelukkig werd er vanuit de homogemeenschap snel gehandeld. Er werd een beweging in gang gezet om hulp en geld te verzamelen voor de vele slachtoffers. Ik woonde in de heftigste tijd in Antwerpen. In Nederland werd snel gehandeld. Het Aids Fonds werd reeds in 1985 opgericht en er ontstond ook snel een buddy-netwerk.’

Verschilt de plot van Engelen in Amsterdam veel van Angels in America?
‘De verhaallijn blijft intact, maar de hoofdpersonages worden wel “veramsterdamst”. Ook hebben we bepaalde thema’s aangepast. In het oorspronkelijke stuk speelt het mormoonse geloof een grote rol, bij ons de gereformeerde kerk. In Angels in America komt het jodendom ook heel markant voor. Dat heeft in New York een veel grotere betekenis in de samenleving dan hier. In onze versie speelt dat een wat minder grote rol. Engelen in Amsterdam gaat heel erg over de diepe emoties waarmee je geconfronteerd wordt als zo’n ramp je treft. We concentreren ons op die menselijke reacties.’

Wat hopen jullie met deze Amsterdamse vertolking toe te voegen aan de voorstelling? Zowel Oostpool als Amsterdam toerden afgelopen jaar met nagenoeg dezelfde show.
‘Het is een beetje toeval dat de voorstellingen nu zo dicht op elkaar worden gebracht. We proberen met onze versie het verhaal laagdrempeliger te maken. Het speelt hier, in Nederland, onder Nederlandse omstandigheden. De Nederlandse politiek komt aan de orde, figuren die in die tijd leefden. We willen het verhaal op deze manier dichterbij brengen zodat je je makkelijker kunt verplaatsen in de hoofdpersonen. Daarbij is onze versie wat gecondenseerder. De originele versie duurt meer dan vier uur, maar bij ons sta je met ongeveer twee uur weer buiten.’

‘De sfeer werd heel snel grimmig, iedereen begon aan elkaar te twijfelen’

Wordt het stuk af en toe niet veel te persoonlijk voor je?
‘Ja, heel erg zelfs. Ik heb ook getwijfeld of ik dit moest gaan regisseren. In m’n hoofd en m’n hart moet ik namelijk terug naar die verschrikkelijke jaren. Ik moet mezelf er opnieuw mee confronteren. Ik heb behoorlijk veel mensen verloren in die tijd. In de kunstwereld waren er bijzonder veel slachtoffers. Enorm veel jonge, talentvolle creatievelingen stierven aan het virus. De sfeer werd heel snel grimmig, mensen werden onzeker, iedereen keek argwanend naar iedereen. Men begon aan elkaar te twijfelen. Er ontstond een sfeer van wantrouwen. Ook de heterobevolking vond het maar eng, we werden een soort paria’s. De Telegraaf gooide nog eens olie in het vuur door aids ‘homokanker’ te noemen. Ik besloot voor mezelf echter dat het juist belangrijk is dat ik dit stuk help maken. Dat ik nog leef is een wonder en ik mag blij zijn dat ik de kans heb dit verhaal te kunnen vertellen. Al die honderdduizenden mensen die overleden zijn kunnen dat niet meer. Engelen in Amsterdam is op veel manieren een eerbetoon aan de slachtoffers. Ik vind het ook prachtig te zien met wat voor geestdrift de spelers zich op het script storten. Je moet voor dit stuk als acteur in kamers komen waar je misschien liever niet bent.’

Zo ver ligt deze heftige periode nog niet achter ons, maar onder de jongere generatie lijkt dat besef er niet echt te zijn. Dat moet gek zijn voor jou.
‘Het gaat ongelofelijk vlug inderdaad. Het is zulke recente geschiedenis, maar er wordt niet veel meer over gesproken. Men wilde zelfs toen al snel erna door met hun leven. Toen AZT in de jaren negentig beschikbaar werd, verdween aids al heel snel naar de achtergrond. Misschien ook omdat mensen het zo snel mogelijk weer wilden vergeten. Misschien was het wel te erg.’

Engelen in Amsterdam is tussen 27 en 29 juli te zien in het Amsterdams Theaterhuis. Meer info: www.theatergroeptroost.nl

Tekst: Martijn Kamphorst / Coverbeeld: Annemiek van der Kuil