Waarom nu een tentoonstelling over Benno Premsela en Max Heymans?
'Benno Premsela is door uitzonderlijk veel fotografen vastgelegd. Alle bekende fotografen van zijn tijd hebben hem gefotografeerd. Toen ik die portretten bekeek, dacht ik: wat een uitstraling heeft die man. Ik wilde weten hoe hij zo geworden was. Max Heymans had ook al onze aandacht omdat we een aantal stukken vanuit zijn nalatenschap hebben gekregen. Ik keek naar hun leven en zag meteen allemaal parallellen: het oorlogsverleden, de grote roem en de stuwende rol die ze hadden in de emancipatiebeweging. Toch zag ik ook verschillen.'

'Max vergeleek het woord “homo” met een hond met een kreupel pootje'

Die overeenkomsten komen in de tentoonstelling duidelijk naar voren, maar wat zijn dan die verschillen?
'Persoonlijkheid. Het waren echt twee totaal andere personen. Benno bekleedde meteen na de oorlog allerlei bestuurlijke functies. Hij probeerde maatschappelijke doorbraken te forceren en actie te ondernemen tegen discriminerende wetten. Heymans was een enkele keer jurylid voor stewardessenpakjes, verder was hij totaal geen bestuurder. Hij zei ook over zichzelf dat hij niet maatschappelijk betrokken was. Maar toch, juist door hoe hij leefde en daarmee op de voorgrond trad, was ook hij een koploper. Hij brak echt een lans voor homo’s, bijvoorbeeld met zijn boek Knal, waarin hij schreef over zijn “zo zijn”.'

Benno Premsela in 1984. ©Philip Mechanicus/Maria Austria InstituutHet woord ‘homo’ durfde hij niet te zeggen?
'Hij durfde wel, maar hij vond het een naar woord. Hij vergeleek het met een hond met een kreupel pootje. En ook het woord "seksueel". Hij vond dat het meer was dan seks, het was een heel pakket.'

Hoe heb je balans gezocht tussen hun ontwerpen en levensverhaal?
'Dat is best moeilijk, want je hebt beperkte ruimte. Het is wikken en wegen tussen die aspecten. Hun hele vorming moest naar voren komen: hoe zijn ze geworden zoals ze zijn. Ik had zelf de behoefte om via hen de stem van hun generatie door te laten klinken. Ik heb bij heel veel mensen geprobeerd te checken of mijn indruk uit het onderzoeksmateriaal klopte bij hun indruk van het verleden. Het beeld dat Max en Benno koplopers waren werd bevestigd. Het waren echt heel bekende personen, de kranten volgden ze op de voet. Het fijne is dat er veel bewaard is gebleven van hun vroege werk. Ze waren allebei heel productief en Benno hield er een zeer nauwkeurig archief op na.'

'Homodiscriminatie is niet het probleem van homo’s, maar van de maatschappij'

Waren ze bevriend?
'Dat was de hele tijd een belangrijke vraag voor mij. Ik dacht dat ze elkaar gewoon kenden. Ze waren immers totaal verschillend qua karakter. De weduwnaar van Benno vertelde me dat Benno heel erg op Max gesteld was. Ze kwamen bij elkaar over de vloer en ondernamen ook samen dingen. Benno’s huis was een ontmoetingsplaats. COC-vergaderingen waren bij hem thuis. Werk en privé waren totaal met elkaar vermengd.'

De Lotek Lite, ontworpen door Benno Premsela. Uit: collectie Edenspiekerman Tijdens de oorlog moesten Benno en Max onderduiken. Ze overleefden de oorlog, maar verloren allebei veel familie. Hoe vormde deze ervaring hun verdere leven?
'Dat heeft Benno zelf heel goed verwoord. Het feit dat je als enige van je gezin overleeft, legt een bepaalde druk op je schouders. Het moet zin hebben dat je er nog bent. Benno heeft dat omgezet tot maatschappelijke betrokkenheid.

Max sprak weinig over de oorlog en het verlies, maar het tekende hem enorm. Hij adoreerde zijn moeder en heeft nog zijn hele leven over haar gesproken.

Als jonge mannen zaten ze jarenlang ondergedoken. Na de bevrijding hadden beiden een enorme daadkracht. Al die dingen die zo lang niet konden, konden weer. En die vrijheid hebben ze met beide handen vastgegrepen. "Ik ga niet nog een keer de kast in", zei Benno. Hij maakte ook altijd een vergelijking tussen zijn joodse identiteit en homo-identiteit: "Homodiscriminatie is niet het probleem van homo’s, maar van de maatschappij. Net zo zeer als dat antisemitisme niet het probleem van joden is."'

'Benno heeft het COC heel erg in de openbaarheid gebracht. Niet alle leden vonden dat zo prettig'

Toch lijkt die joodse identiteit van buiten opgelegd. Zelf waren ze er ogenschijnlijk niet zo mee bezig.
'Ook de joodse identiteit is heel divers en voor iedereen anders. De familie Premsela was wel joods, maar antireligieus. Benno’s vader was een bekende seksuoloog en al voor de oorlog doelwit van nationaalsocialisten. Max is juist in een vroom milieu opgegroeid. Ze woonden in Arnhem, dat was toentertijd sowieso een beetje conservatiever. Ik denk dat het tekenend is dat hij toch joods begraven wilde worden.'

Benno is bekend geworden als voorzitter van het COC. Wat was zijn betekenis voor de homobeweging?
'Benno heeft het COC heel erg in de openbaarheid gebracht. Dat leidde tot discussie. Niet alle leden vonden dat zo prettig. Men was lid onder schuilnamen en wilde niet dat werk of buren zouden ontdekken dat ze homoseksueel waren. Maar Benno wilde af van het juk waaronder mensen moesten leven. Je moest altijd bang zijn dat het ontdekt werd. En er waren discriminerende wetten, zoals artikel 248bis. Naar buiten treden en homoseksualiteit bespreekbaar maken, dat was zijn doel. Honderden interviews gaf hij over het onderwerp. Hij werd "de paus van de homofielen" genoemd.'

En Max?
'Max was geen onderdeel van de georganiseerde LHBT-beweging, maar deed een duit in het zakje door zichzelf te zijn. Al voor de oorlog kwam hij uit de kast. Het was een heel gedoe om het thuis te vertellen. In 1938 is hij zelfs gaan samenwonen met zijn vriend. Het was in die tijd geen sinecure als je joods én homo was. Dan was je wel een "dubbel probleem".

Tevens ging Max weleens als vrouw de straat op. Travestie had voor hem een eigen invulling, soms met maandenlange voorbereiding. Het proces ernaar toe was minstens zo belangrijk als het eindresultaat. Hij had een dwingende behoefte om soms een doodchique vrouw te zijn. Wat opvallend is, want hij zag zichzelf juist als een mannelijke man. Hij droeg normaal gesproken vrij mannelijke kleding, maar als hij dan vrouwenkleding aanhad, vond hij zich een van de mooiste vrouwen die er was.

Max was net zo belangrijk, maar op een totaal andere manier. Veel mensen hebben dankzij zijn boek Knal een wereld ontdekt die zij helemaal niet kenden, maar waarin ze zich wel thuis voelden. Van dat boek zijn zo’n 60.000 exemplaren verkocht. Die stonden echt wel bij Jan en Miep in de boekenkast.’
Hommage aan Max Heymans’ couture door fotografe Venus Veldhoen en styliste Abia Jansen in 1997. ©Venus Veldhoen

De tentoonstelling ‘Benno Premsela - Max Heymans. Mannen met lef’ is nog tot en met 26 juni te zien in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Zondag 7 februari vindt de themamiddag 'Intergenerationele ontmoetingen' plaats: een live talkshow met oudere en jongere professionals uit de creatieve sector én de LHBT-beweging.

Tekst: Tom Haines / Coverbeeld: Max Heymans in travestie (circa 1962) Uit: Collectie John Koijmans