Kunt u ons vertellen waar deze motie precies toe dient?
‘Deze motie verzoekt de regering om de stand van zaken van discriminatie in Aruba te inventariseren en vervolgens beleid en praktijken die discriminatie in de hand werken recht te trekken. Je kunt bijvoorbeeld als Nederlands homokoppel trouwen op Bonaire, het is namelijk een bijzondere gemeente van Nederland. Het registreren ervan is geen probleem, maar een verblijfsvergunning aanvragen is heel andere koek. Dat hoort niet, want je zou automatisch een vergunning moeten krijgen. Ik heb dit probleem voorgelegd aan de minister en hij heeft toegezegd het zo snel mogelijk te zullen rechttrekken. We zitten hier met 21 man in het Arubaanse parlement en met 19 stemmen, een overweldigende meerderheid, is de motie aangenomen. Ik ben er heel erg blij mee. Het gaat niet alleen maar om homorechten, maar ik strijd als openlijk lesbische politica wel al een hele poos specifiek voor die rechten.’

‘De overheid moet ervoor zorgen dat er geen discriminatie is op dit eiland’

Wie stemden er tegen de motie?
‘Er zijn twee mensen die tegen hebben gestemd. Zij hebben de zaal ook verlaten. Ik heb hen gezegd dat ik het jammer vind dat ze niet inzien dat het hier om mensenrechten gaat, maar zij zijn beiden erg christelijk en blijven er moeite mee houden. Mijn partij is eigenlijk het Arubaanse equivalent van het CDA, maar dan is iets minder rechts. We zijn ook een erg volkse partij.’

Welke groepen hebben nog meer baat bij deze motie?
‘Er wordt op Aruba ook met regelmaat gediscrimineerd tegen de latino bevolking. Bijna de helft van de Arubaanse bevolking is van Latijns-Amerikaanse komaf. Er is sprake van een zekere segregatie. Daar moet je als overheid op letten, dat moet je bestrijden. Een maand geleden wilde ALFA, een homorechtenorganisatie, een lezing houden bij een MBO. De directeur van die opleiding deed daar ontzettend moeilijk over, terwijl de minister van Onderwijs al had toegezegd dat er meer voorlichting zou worden verzorgd in het onderwijs. Het gevoel van inclusion moet meer worden geïmplementeerd, mensen moeten bewust worden gemaakt van het feit dat iedereen gelijke rechten heeft. Ik hoop dat deze motie een zetje in de goede richting geeft. Ik heb heel wat toezeggingen gehad, ook van de minister, dat eraan gewerkt zal worden om Aruba een discriminatievrije zone te maken. In december heb ik ook een initiatiefwet ingediend, die een beetje een kleine zusje is van de Nederlandse Algemene wet gelijke behandeling. Die wordt hopelijk dit jaar nog behandeld. Ik vind dat er vanuit de overheid gezorgd moet worden dat er geen discriminatie is op dit eiland, niet op leeftijd, niet op sekse, niet op genderidentiteit, niet op seksuele oriëntatie. Voor de wet zijn we allemaal gelijk, maar dat moet wel zwart op wit worden gezet.’

‘Homoseksualiteit wordt op Aruba nog vaak gezien als een Nederlands fenomeen’

Vorig jaar diende u een wetsvoorstel in dat geregistreerd partnerschap en openstelling van het huwelijk voor koppels van gelijke sekse mogelijk wil maken, hoe is het daarmee gesteld?
'Dat dat amendementsvoorstel wordt waarschijnlijk volgende maand behandeld. Het ziet er zeer positief uit. Momenteel is 99 procent van de regering ervan overtuigd dat geregistreerd partnerschap mogelijk moet worden voor koppels van gelijk geslacht. Ze komen zelf met een nota van wijziging, dat is toegezegd. De openstelling van het huwelijk is nog een andere zaak, daarmee was ik allicht iets te ambitieus. Ik heb daar nog niet voldoende steun voor, maar ik heb er vertrouwen in dat de volgende generatie daar wel voor gaat zorgen. Voor de jongere politici is dit inmiddels al een non-issue. Ik vermoed dat Aruba er over vijf, zes jaar zeker klaar voor is.’

Desiree met haar zoons. © Checkpoint StudioIs er veel verzet tegen het verruimen van de rechten voor LHBTI’s?
‘Het is heel erg aan het veranderen de laatste jaren, wat ook grotendeels te maken heeft met mijn komst in het parlement. Het voordeel is dat ik uit een politieke familie kom. Mijn oom was minister, mijn familie heeft een partij opgezet. Ik word gezien als een kind van het land. Ik gooi ook alles in de strijd in mijn speeches: mijn Arubaanse bloed, het feit dat ik nog Indiaans bloed heb. Om aan te tonen dat ik naast al die dingen ook lesbisch ben en mag zijn. Ik probeer daarmee aan te geven dat het niet een fenomeen is dat over is komen waaien van de andere kant van de oceaan. Homoseksualiteit wordt nog vaak gezien als een Nederlands fenomeen. Ik heb vaak in interviews mijn persoonlijke verhaal gedaan en vertel dan ook over het feit dat mijn 80-jarige moeder mijn seksualiteit accepteert. Dat een vrouw van 80 die iedere zondag naar de kerk gaat er zo open instaat, zet mensen toch aan het denken. Aruba is klein, dus het is belangrijk om het herkenbaar te maken voor het volk. Ik ben ook ooit getrouwd geweest met een man, en hij is nu een van mijn grootste fans. Ik mag mezelf echt gelukkig prijzen. Er is wel een groepje christelijke pastors die steeds stukjes in de krant schrijft over dat ‘wij verdoemd zijn door deze verruiming van rechten voor homo’s’. Daar doen we ook regelmatig aangifte tegen. Ik hoop dat het in de zeer nabije toekomst deze vorm van haatzaaien niet meer mogelijk is. 

Een grote meerderheid begint er echter open voor te staan. Toen ik zes jaar geleden bijvoorbeeld op Facebook een foto plaatste met mijn vriendin, kreeg dat vijf likes; als ik er nu een plaats krijg ik er drie à vierhonderd. Toen ik vorig jaar begon met lobbyen voor een verruiming van homorechten had ik misschien vijf mensen achter me staan en nu bijna het volledige parlement. Er werd zelfs geklapt in het publiek. Dat is heel anders dan een paar jaar geleden.’

'Ik ben een van de weinige openlijk homoseksuele senators in het Caribisch gebied'

Wordt er samen opgetrokken met Curaçao en Sint Maarten, of strijdt ieder eiland voor zich?
‘Aruba loopt wel een beetje voor op de anderen, maar er wordt wel degelijk samengewerkt. Tijdens de IPKO, het Interparlementair Koninkrijksoverleg tussen Sint-Maarten, Aruba, Curaçao en Nederland, heb ik naar voren gebracht dat ik dit wetsvoorstel heb ingediend. Curaçao heeft me nadien gevraagd het naar hen te sturen. Op basis van mijn voorstel gaan zij ook aan de slag. Waarschijnlijk wordt nog dit jaar een motie ingediend. Ik ben heel trots dat ik daaraan mee heb kunnen werken. Sint-Maarten is er helaas nog niet helemaal klaar voor.

We zijn als Aruba ten opzichte van het Caribisch gebied heel ver. We lopen heel erg voor. Op Jamaica en in de Dominicaanse Republiek kun je er niet eens over praten. Ik ben een van de weinige openlijk homoseksuele senators in het Caribisch gebied. Het is een klein clubje, maar we gillen wel hard!’

Tekst: Martijn Kamphorst / Omslagbeeld: Facebook Pride Amsterdam