De wc’s dus.

Ik ga erheen. Sinds kort. Zij het met enige tegenzin. Het is het enige facet dat me voortdurend tegen de borst stuit. Of borsten ja. Ik heb ze nog. Jullie laten het niet na er langdurig naar te kijken. Daar op de wc. Terwijl ik het ene hokje in glip.

Gezien de sporen overal zijn jullie al niet zo bedreven in het richten, maar je nek verdraaien om mij te volgen helpt echt niet.

De wc’s dus.

Ze stinken.

Vreselijk.

Jullie urine, ja.

Stinkt.

Vooral vanwege dat slechte richten dus.

En dan, de dichte deur. Die wordt dus maar voor twee zaken gebruikt: aftrekken en poepen. 

Het is te zien.

Smerig man.

Ik mis het op zulke momenten, om vrouw te zijn.

Dan kun je zeggen: zout dan op. Ga naar die vrouwenplee. Maar dat is dus het punt. Ik ben geen vrouw. Dus eh, ja, jullie zullen toch echt iets verdraagzamer moeten worden.

Want dat is het dus met de herenwc’s.

Ze zijn zo vijandig.

'Jullie rennen, met vieze handen. Alsof de duivel je op de hielen zit'

Ik kan niet uitleggen waarom, maar nergens is de sfeer zo naar als in dat vierkante hok vol testosteron en pis.

Vrouwenwc’s zijn gezellig. Er wordt gekletst. Gekeuveld. vrouwen gaan ook altijd samen naar de wc. ‘Ik ga even…’ ‘O, ik kom mee.’

Mannen doen dat niet natuurlijk. Tenzij ze uit zijn op oneerbare zaken. Je moet het maar willen, van zo’n vies hok liefde willen maken.

Ik begrijp het niet. Die stuursheid. Stugheid. Nooit een gezellige opmerking, of een lach.

Waarom zo ernstig? Waarom zo koud? Waarom zo ongemakkelijk.

En moet ik echt zien hoeveel van jullie niet de handen wassen? Bij de vrouwentoiletten plakt iedereen maar rond de wastafel en spiegel. En maar zepen. En kletsen. En nog meer zepen. Kakelen als in een kippenhok.

Maar jullie… rennen met vieze handen. Alsof de duivel je op de hielen zit. 

Dat plassen van jullie gaat al zo vlug. En dan is jullie blaas ook nog groter. Dus maak er wat van. Doe een spelletje. Iets met het best in de pot mikken of zoiets.

Is de wc-juffrouw vast ook heel blij.

Nou dat was het dan. dank.

To the loo.

Foto: Mgr. Madhatter