Aan het einde van zijn stage stonden we voor een keuze: het erbij laten of met een afstand van duizend kilometer tussen ons in doorgaan. We hebben voor het laatste gekozen en nu drie jaar verder (met de nodige hobbels die elke relatie wel kent) wonen we bijna één jaar samen in Den Haag.

In de tijd dat we elkaar leerden kennen had ik redelijk goed contact met mijn ouders. Ik heb er destijds voor gekozen ze niet gelijk te vertellen dat ik een nieuwe jongen had leren kennen. Toen ik geregeld afreisde naar Frankrijk werd het op een gegeven moment echter tijd. Hun interesse was – zoals ik al had verwacht – gereserveerd, maar desondanks stuurde ik hen geregeld een foto van ons samen via WhatsApp. Ze stuurden ook foto’s terug, dus ik had er een goed gevoel over. Wellicht zou het dit keer wel goed gaan.

Mijn vriend wist van de (kerkelijke) hoed en de rand. Ik had hem verteld over de keuzes van mijn ouders en hoe wisselend het contact was geweest in de afgelopen jaren. Mijn vriend is, in tegenstelling tot mij, niet kerkelijk opgevoed. Katholiek uit de losse pols zeg maar. Homo’s worden in het conservatieve Frankrijk niet overal met open armen onthaald. Denk maar aan Wilfred de Bruijn, woonachtig in Frankrijk, die in 2013 in elkaar werd geslagen toen hij met zijn vriend op straat liep. Binnen een mum van tijd werd hij het gezicht van homofobie. Nu betwijfel ik of er momenteel een verschil is tussen Nederland en Frankrijk wat betreft acceptatie. Met name de acceptatie op straat, maar ook de acceptatie in de kerkelijke omgeving. In Nederland de streng gereformeerde gezindte. Hou het voor jezelf. Hou het binnen. Is dat dan het devies? Zijn jongeren die niet meer welkom zijn bij hun ouders in zekere zin niet net als Wilfred? Gekrenkt?

'Het contact met mijn ouders werd op een zeer vervelende manier verbroken, maar het contact met zijn ouders begon op een prettige manier te groeien'

De ouders hebben we verder een beetje links laten liggen in de tijd dat we op afstand elkaar leerden kennen. We hadden genoeg aan elkaar en elkaars vrienden. Toen we samen gingen wonen in Nederland veranderde dat. Het contact met mijn ouders werd op een zeer vervelende manier verbroken, maar het contact met zijn ouders begon op een prettige manier te groeien. Rustig aan.

Afgelopen weekend was de tweede keer dat ik zijn ouders ontmoette. Zoals echte Fransen spreken zij geen Engels en zoals een echte Nederlander rijkt mijn Frans niets veel verder dan het bestellen van een stokbrood op de camping. Toch spannend, zo’n ontmoeting. De eerste keer had de drank nogal rijkelijk gevloeid en heb ik heel de avond glazig iedereen aangekeken. 

Ik ben aan het einde van de bewuste middag even gaan hardlopen, zo had hij eerst wat tijd alleen met zijn ouders. Toen ik aankwam stond de champagne al klaar. Ik sprong onder de douche en nam mijzelf voor om rustig aan te doen met de drank om stomme uitspraken of glazige blikken zoals bij de eerste keer te voorkomen. In ieder geval was het voornemen om een woordje Frans te spreken. Daar ging het eerste glas. Santé! Na vijf minuten was het eerste glas bij iedereen al achter de kiezen verdwenen. Ik kon dus uit beleefdheid niet achterblijven. Vervolgens werd nog een glas bij geschonken als voorafje voor het eten. ‘C’est bon?’ vroeg zijn vader. ‘Oui oui, c’est très bon’, antwoordde ik beleefd.

'Het voelde fijn om welkom te zijn in zijn familie. Maar ik voelde ook een schaamte tegenover mijn vriend over mijn ouders'

We gingen aan tafel en er stond een schaal met oesters klaar met witte wijn. Er werd weer geproost – elkaar diep in de ogen kijkend – en na vier oesters waren de glazen opnieuw leeg. Zijn vader schonk me nog een keer bij met zo'n blik van 'drink maar lekker jong'. Daarna kwam de eend op tafel. Met een passende rode wijn uiteraard. Vaders bleef me bijschenken. In de tussentijd was de sfeer vrij ontspannen en begon ik zowaar de conversatie tussen zijn ouders een beetje te verstaan. Instemmende knikjes en korte zinnen als ‘c’est vrai’ of ‘pas mal’ kwamen uit mijn hoek. Als laatste kwam de doos met verschillende kazen op tafel. Geitenkaas. Schapenkaas. Zijn moeder legde het me allemaal uit. Een andere rode wijn paste hier beter bij en de patriarch van het gezin dacht vast: die Peter kan wel drinken zeg! Dus nog een glas. Moeders begon de vaat in te ruimen, wat niet zo gestructureerd meer ging, en zijn vader gaf me een flinke klap op m’n schouders. Een geslaagde avond.

Na het weekend kreeg mijn vriend te horen dat zijn ouders het fijn vonden om mij te zien, beter te leren kennen. Ik voelde een groot contrast. Het voelde fijn. Ik was welkom in zijn familie. Maar ik voelde ook een schaamte tegenover mijn vriend. Over mijn ouders. Ik kan hem datzelfde namelijk niet bieden. Dat is pijnlijk. Wat deze pijn minder maakt, en soms zelfs doet vergeten, is dat hij welkom is bij mijn andere familie hier in Nederland. Bij mijn vrienden en mijn lieve broer. Wat de pijn ook minder maakt, is de gedachte – en ik citeer hier Wilfred – ‘dat ik nog wel wat meer ben dan een homoseksueel’. Santé!

Foto: Peter van der Wal