Opengesteld huwelijk
Op 1 april 2001 bekrachtigde de Amsterdamse burgemeester Cohen de eerste huwelijken tussen twee mannen en twee vrouwen. Nederland werd op die dag het eerste land waar het burgerlijk huwelijk werd opengesteld voor paren van hetzelfde geslacht. Volgens de pers was het 'homohuwelijk' een feit, terwijl het natuurlijk een gewoon huwelijk was. Niet een speciaal plekje waar homo’s en lesbo’s werden ondergebracht en verder mochten spelen, maar juist volledige gelijkberechtiging ongeacht seksuele voorkeur. 

Aan het 'opengestelde huwelijk' ging in 1998, in navolging van Denemarken, een partnerschapsregistratie vooraf. In veel opzichten zou deze registratie bijna gelijk zijn aan het huwelijk, 'maar bíjna hetzelfde blijft per definitie een vorm van discriminatie. Juist dat is op grond van artikel 1 van de grondwet verboden!', aldus Henk Krol in een pamflet uit 1995. Krol was destijds hoofdredacteur van de Gay Krant en voorzitter van de Stichting Vrienden van de Gay Krant die de openstelling van het huwelijk bepleitte. Zij begonnen hun strijd in 1989. Uiteindelijk scoorden ze op 21 december 2000, toen aan boek 1 van het Burgelijk Wetboek de volgende passage werd toegevoegd: 'Een huwelijk kan worden aangegaan door twee personen van verschillend of van gelijk geslacht.'

Weg met het huwelijk
In de twintig jaar voorafgaand aan de strijd van de Gay Krant werden successen op het gebied van emancipatie vooral door linkse politieke partijen behaald. Dat leidde ook tot verstarring. In linkse kringen en dan vooral in de feministische hoek, zag men het huwelijk als hét onderdrukkende instituut bij uitstek. Vadertje Staat had belang bij het stadhuishuwelijk waarin de mensenrechten van vrouwen en kinderen worden geschonden, aldus de getrouwde feministisch juriste F.M. Horninge-Jacobs in 1991 op de COC-conferentie Voorbij het huwelijk. Zij schetst in haar bijdrage op overtuigende wijze alle verschrikkingen van het huwelijk. 'Het huwelijksinstituut is het minst gerede instituut om de liefdesband heel te houden en versterking te bieden. Dat geldt voor zowel homo- als heteroparen. Het huwelijk verstoort de samenwerking tussen de geslachten, de overheid bepaalt ten onrechte hoe mensen zich tot elkaar moeten verhouden. Weg ermee. De wetgever (parlement en regering) moet komen met het openstellen van het algemene contracten- en verbintenissenrecht. Dan kunnen mensen naar eigen inzicht hun leef-, woon- en werksituatie met elkaar regelen.'

Bij linkse partijen en bij een groot deel van het COC was deze redenering bijna tot wet verheven. Zelfs nu nog kunnen sommige linkse politici van weleer nog het schuim op de lippen krijgen bij een discussie hierover. Waar ze toen en nu nog steeds voor pleiten, is een revolutie op het gebied van het recht. De ideologie wint het hier van de realiteitszin.

Ongehuwd samenwonen
Al in de jaren zeventig en tachtig was het instituut huwelijk deels uitgehold. Steeds meer stellen gingen ongehuwd samenwonen. Grote gemeenten kwamen bij het toekennen van woonruimte ook de samenwoners tegemoet. Werkgevers begonnen in te zien dat samenwoners dezelfde zorgplichten konden hebben als getrouwden. De discussie over partnerpensioen voor ongetrouwde stellen, kwam op gang. Maar bij alles was een (dure) gang naar de notaris noodzakelijk in plaats van een paar handtekeningen op het gemeentehuis. En dan nog: de geldigheid van al die contracten werden bij nalatenschap vaak in twijfel getrokken.

Jurist Kees Waaldijk, een van de mensen uit de initiatiefgroep van de Gay Krant, bepleitte op de COC-conferentie voor realiteitszin: het huwelijk afschaffen zat er in de komende paar jaar toch niet in. 'We kunnen dus beter aan de rechtsgevolgen van het huwelijk werken.'

Goddelijke voorbestemming
Waaldijk trok uiteindelijk aan het langste eind. Er was nog negen jaar voor nodig en veel juridische haarkloverij. Het verzet uit confessionele hoek was groot. De goddelijke voorbestemming van man en vrouw in het huwelijk werd het voornaamste wapen waarmee zij hun strijd aangingen. Dat argument werd buiten hun kring in twijfel getrokken, omdat het hier ging om het burgerlijk huwelijk. Dat was al eigenlijk niet meer dan een contractvorm. Verder werden kinderen als wapen ingezet, dat wil zeggen 'het belang van het kind'. 'Een paar van gelijk geslacht zal altijd een derde nodig hebben om kinderen te kunnen krijgen', aldus het CDA in december 1999 in reactie op de vergaande voorstellen van de Commissie Kortmann. Aan het huwelijk is de exclusiviteit van het afstammingsrecht verbonden. Als het huwelijk voor gelijkgeslachtelijke personen wordt opengesteld, wordt dat recht in feite afgeschaft (en worden daardoor heteroparen gediscrimineerd, toch?)

En dan was er natuurlijk het eeuwige argument dat Nederland in Europees en wereldwijd verband uit de pas zou gaan lopen, wat vooral bij adoptie van buitenlandse kinderen (daar zijn ze weer) tot problemen zou leiden. Zoals George Orwell in Animal Farm al zei: 'All animals are equal, but some animals are more equal than others.' In het geval van het CDA en andere christelijke partijen waren dat de heteroparen. En nee, dat was geen discriminatie. Het simpele feit dat je een man en vrouw nodig hebt om kinderen te maken was hen voldoende om de gelijkheidskreet van Krol en de zijnen te bestrijden.

Eigenlijk was het een voorzetting van de strijd die de kerken sinds de invoering van het burgerlijk huwelijk in de Franse tijd (1795-1813) voerden. De kerkelijke wetten moesten boven de wereldlijke wetten blijven staan. Op oude protestantse trouwfoto’s uit de jaren veertig en vijftig is die strijd mooi te zien: de bruid zit en blijft gesluierd tijdens de voltrekking van het burgerlijk huwelijk. Pas als de dominee het huwelijk gezegend heeft mag de sluier worden omgeslagen. Dan pas is het huwelijk erkend. Burgelijke stand: eat your heart out! Het is tevens het teken dat de bruid als maagd het huwelijk in ging en eventuele kinderen verwekt zijn door de bruidegom.

Huwelijk in april 2001. Bron: Wikipedia - CC - Jeffpw

Romantische gebeurtenis
Met het groeiend gebruik van anticonceptiemiddelen, het uitgebreid samenwonen en het groeiende rechtsevenwicht tussen huwelijk en samenwonen, maakte het huwelijk en dan vooral de huwelijksvoltrekking steeds meer een romantische gebeurtenis. Het gaat om twee mensen die best kunnen blijven samenwonen, maar die ten overstaan van familie, vrienden en de wereld hun wederzijdse liefde en steun openlijk willen uitdragen. En ja, soms kan dan het oudste kind bruidsmeisje zijn en is de bruid duidelijk zwanger van de tweede. Of wachten partners met trouwen tot het oudste kind in de relatie achttien jaar is en als getuige kan optreden. In de loop der jaren bleek dat ook hier tussen zwart en wit heel veel grijs zit.

Nederlands voorbeeld
In 2003 volgde België het Nederlandse voorbeeld en Spanje en Canada in 2005. Een hele serie landen volgden. In 2015 werd de rij tot op heden gesloten door Luxemburg, Ierland en de Verenigde Staten. In de Verenigde Staten is ondanks de uitspraak van het Hooggerechtshof nog steeds veel verzet. In Europa komt het verzet vooral uit de conservatieve oostelijke lidstaten, maar ook in Frankrijk (2013) is er nog veel verzet. Het blijft zaak om de slingerbeweging van de geschiedenis in de gaten te houden.

Wat weten we eigenlijk van onze eigen 'gayschiedenis'? Wat waren de grote gebeurtenissen die de LHBT-gemeenschap vormden en aan wie hebben we te danken waar we nu staan? Eens per maand duiken we de archieven in, samen met documentatiecentrum IHLIA. Zij verzamelen alles over de leefwereld, cultuur en geschiedenis van Nederlandse LHBT's.

Tekst: Martien Sleutjes (IHLIA)