Op een vrije middag kan ik gemakkelijk uren ronddwalen over de Wallen en de Nieuwmarkt, met als favoriete straat de Warmoesstraat. Een lange, drukke, oude en soms misschien een beetje vieze straat, maar míjn lievelingsstraat. De homocafés, die allemaal grote regenboogvlaggen hebben uithangen (en andere vlaggen die zelfs ik niet ken), worden hier volop vertegenwoordigd. En dat terwijl er hier zoveel uitersten naast elkaar leven: de darkrooms naast de Turkse kebabzaak, een coffeeshop naast een ambachtelijke bakker en de Oude Kerk naast een bordeel. Ze lijken allemaal in harmonie naast elkaar te leven, als in een klein dorp waar iedereen elkaar kent.

‘Goedemorgen buurvrouw, hoe gaat het vandaag?’
‘Goed hoor, en met u, meneer de pastoor?’
‘Altijd goed, En wat een mooie dag vandaag hè, vanavond een kopje koffie doen?’
‘Ik werk tot negen, daarna kom ik wel even langs!’

Ik zie het al helemaal voor me.

De Warmoesstraat is een soort lieflijk, doch stabiel mini-Utopia, dat voor veel mensen als een mooi voorbeeldmodel zou kunnen dienen. 

'Het blijft een zebrapad, alleen een véél leuker zebrapad'

Terug naar de regenboogverkeershulpjes. Binnenkort komt er een homozebrapad in Arnhem, onlangs werd er een homostoplicht geplaatst in Utrecht. ‘O nee, dat kan écht niet!’, hoor ik de zure homo’s al denken. Voor de duidelijkheid: je leeft in Nederland: het land dat het homohuwelijk als eerste invoerde, het land met een jaarlijkse, prachtige en drukbezochte gay botenparade en het land met zijn voormalige "gay capital of the world" als hoofdstad. En ook nog altijd het land waar de pastoor naast de prostituee werkt.

Maar hoe kan er nu ooit vooruitgang worden geboekt als homo’s zich distantiëren van meer zichtbaarheid? Misschien beter gezegd: hoe komen we vooruit als we niks veranderen, of er niet voor durven te strijden? Die stoplichten zullen hun voornaamste rol echt nog blijven vervullen wanneer het rode mannetje wordt vervangen door een homo-, hetero- of lesbokoppeltje. En wat maakt het nu uit of die paar strepen op de grond wit of rood, oranje, geel, groen, blauw en paars zijn? Het blijft een zebrapad, alleen een véél leuker zebrapad in het straatbeeld, met tegelijkertijd een uitstralende boodschap voor de verdere acceptatie van onze mede-homo’s.

Nu ik toch op dreef ben, laten we het nog even hebben over de afkeer (of afgunst) jegens intieme momenten van hetero- of homokoppels op straat. Een zoen, of hand in hand lopen? ‘Schande! Op de brandstapel!’ Je ontkomt zelfs niet aan het spervuur van afwijzende en zure opmerkingen van je eigen mede-homo’s. Wat een onzin, denk ik dan. Kijk dan de andere kant op. Of wees bijvoorbeeld eens vrolijk voor die mensen dat ze hun liefde en geluk met elkaar kunnen delen en durven uiten. 

Daarom roep ik iedereen op: zoen elkaar wanneer en waar je maar wilt, loop hand in hand wanneer je maar wilt. En laten we voortaan tijdens een gaypride allemaal regenboogzebrapaden tekenen met stoepkrijt! Laten we met zijn allen eens laten zien hoe gay Nederland echt kan worden, want die komst van dat ene homostoplicht of dat ene regenboogzebrapad is nog niets. Acceptatie begint niet bij anderen, maar bij jezelf!