Afgelopen weekend was ik in Berlijn met drie goede vrienden. Tot de zon opkwam en later gingen we op een vrij, vrolijk, gayer dan gay feestje uit ons dak op Ariana, J.lo en Beyoncé. Tot de muggen van ons bloed geen drup meer lustten en er geen geluid meer uit onze schorre keeltjes kwam. 

Toen ik ’s zondagochtend uit de douche stapte, zat een van mijn vrienden met een enigszins vertrokken gezicht op de bank naast mijn bed. ‘Jezus, 20 mensen neergeschoten in een gaybar in Orlando.’ Dat bleek uiteindelijk nog maar het gruwelijke topje van de ijsberg.

De ochtend erop appte mijn moeder. Ze had ’s ochtends zitten huilen bij het journaal en moest de hele tijd denken aan mij en m’n broers. Ze wenste me sterkte. Ik bedankte haar. Wist nog niet precies wat ik met haar woorden aan moest. 

Door mijn werk ben ik allicht enigszins afgestompt geraakt. Week na week vliegt het nare nieuws me om de oren. Antihomowetten, koppels die in elkaar geslagen worden, homo’s die hun liefde met de doodstraf moeten betalen. Ik blijf er altijd vrij technisch over; kijk puur naar de urgentie, maar blijf emotioneel onbeschikbaar. Waar iedereen de afgelopen week over elkaar heen buitelde om te duiden wat er is gebeurd en waarom, kwam de impact van de aanslag bij mij niet direct. Ik was de hele week onrustig, prikkelbaar, maar kon geen woorden geven aan wat ik voelde. Met de dag is Orlando echter steeds meer gaan voelen als een enorme stomp in m’n maag. 

‘Love wins, blijf ik mezelf overtuigen, maar verdomme, wat is die angst beklemmend’

Voor het eerst voel ik zo onbeschrijfelijk, ongekend veel angst, woede en onmacht. Love wins, blijf ik mezelf overtuigen, maar verdomme, wat is die angst beklemmend. En wat ben ik boos op mezelf dat ik die angst voor het eerst echt voel. 

Sinds mijn achttiende beleef ik mijn liefdes zoals ieder ander dat zou moeten kunnen. Ik zoen m’n vriendjes, grijp hun hand vast, knuffel ze. Op straat, op het strand, in de supermarkt. Ik ben me er donders goed en in toenemende mate van bewust dat dat me misschien ooit een klap, trap of erger zal opleveren, maar ik vertik het om me daardoor te laten afschrikken. Hoe gaan mensen ‘onze’ liefde immers ooit begrijpen als ik ‘m verberg? Toch voelt deze bijdrage als een druppel op een gloeiendhete plaat.

Ja, we moeten blijven zoenen, blijven dansen, handen vasthouden, knuffelen, vieren dat we er zijn, dat we trots zijn op wie we zijn. En graag zo openbaar mogelijk. Maar moeten we niet veel harder ons best doen om waardevolle, duurzame verbinding tot stand te brengen? Om de mensen die ons niet begrijpen een handje te helpen? Ze te laten zien dat we geen duivelse sekte zijn, het niet gemunt hebben op het traditionele gezin, we niet de oorzaak zijn van de rampen die deze wereld uit elkaar dreigen te trekken?

We hebben er echter vaak al moeite mee de vele lagen binnen onze eigen gemeenschap te verbinden. Laat staan dat we erin slagen om de seksuele meerderheid tot inkeer te doen komen. Voor nu zie ik dus nog even geen betere strategie dan nog harder en openlijker blijven liefhebben. Nog vaker het gesprek aangaan, laten zien en horen wie ik ben en wie ik liefheb.

Vanochtend heb ik keihard zitten huilen in de armen van mijn vriend. Hopelijk heeft daarmee ook het eerste beetje angst m’n lijf verlaten. Want liefde wint, toch? Ja, Martijn, liefde wint.

Martijn Kamphorst (26) is sinds augustus 2015 hoofdredacteur van Gay.nl.

Foto: Martijn (links) en zijn vriend Felix op het Amsterdamse Homomonument.